Barst in een bastion van vertrouwen

De rechter-commissaris in het Clickfondsonderzoek wil advocaten gespreksverslagen van De Nederlandsche Bank beschikbaar stellen, tot schrik van deze toezichthouder. Is de muur van vertrouwelijkheid rond DNB straks niet vanzelfsprekend meer?

Het gebeurt niet vaak dat de toezichthouder op het bankwezen, De Nederlandsche Bank (DNB), wordt betrokken in een strafzaak. Maar in het `Clickfondsonderzoek', ook bekend als de `beursfraudezaak', is het nu wel zover gekomen.

De raadkamer van de Amsterdamse rechtbank moet op 21 september een knoop doorhakken over een principiële vraag: mag de rechter-commissaris die het Clickfondsonderzoek leidt vertrouwelijke DNB-toezichtsdocumenten toevoegen aan het onderzoeksdossier of niet?

Nee, is de voorspelbare reactie van DNB. Toezichtsinformatie uit het bastion aan het Amsterdamse Frederiksplein is per definitie vertrouwelijk. Ja, vindt de betrokken onderzoeksrechter, A. Wildenburg. Hij stelt dat in dit geval niet aan de wettelijke geheimhoudingsplicht hoeft te worden voldaan, omdat het informatie betreft die niet afkomstig is van onder toezicht staande instellingen.

De informatie waar het om gaat betreft vooral verslagen van gesprekken die functionarissen van de centrale bank in het begin van het Clickfondsonderzoek hebben gevoerd met vertegenwoordigers van justitie en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD). Deze opsporingsdiensten zetten toen hun eerste schreden op het pad dat zou leiden naar het meest omvangrijke onderzoek naar financiële fraude ooit.

DNB was destijds niet de enige instantie die bezoek kreeg. FIOD-ambtenaren vroegen ook beursorganisatie AEX en toezichthouder STE om inlichtingen. Om wat voor informatie dat precies ging, welke personen of instanties het betrof of wat de eventuele verdenkingen waren is niet precies bekend. Hebben de FIOD-mannen bijvoorbeeld aan de centrale bank gevraagd of zij wist dat een vermogensbeheerder bij de Kas-Associatie, een instantie die onder haar toezicht staat, coderekeningen aanhield? Zo ja, wat was het oordeel van de toezichthouder daarover? Waarom werd die vermogensbeheerder later wel vervolgd en de Kas-Associatie niet? Wat wist DNB van coderekeningen bij effectenbank Van Meer James Capel, die later werden overgeheveld naar commissionair Leemhuis en Van Loon? En heeft de zogeheten `integriteits-unit' van DNB informatie over verdachten verstrekt? Of zijn al deze vragen helemaal niet aan de orde geweest?

De raadslieden van een aantal Clickfondsverdachten wil graag een antwoord, al was het maar om te constateren dat de vragen niet gesteld zijn. Met name de advocaten V. Koppe en J. Pen, die beiden een aantal `Clickfondscliënten' vertegenwoordigen, proberen al geruime tijd via getuigenverhoren en het opvragen van schriftelijke informatie inzicht te krijgen in de opzet van het beursfraudeonderzoek. Was sprake van een gecoördineerde operatie, aangestuurd vanuit de hogere regionen, met medeweten en steun van de diverse toezichthouders? Of ging het om een betrekkelijk solitaire actie van justitie, waarbij uiteindelijk willekeur een grote rol speelde en de dwangmiddelen niet in verhouding stonden tot de concrete verdenkingen? De raadslieden vermoeden dat laatste, en vinden uiteraard dat hun cliënten daarvan de dupe zijn geworden.

Inmiddels is een vertegenwoordiger van DNB als getuige opgeroepen. Dat verhoor leverde weinig op, behalve diens mededeling dat er gespreksverslagen waren gemaakt van de bijeenkomsten met de FIOD en justitie. De advocaten willen nu graag die documenten hebben en ze krijgen daarin steun van de rechter-commissaris. Uit het uitleveringsbevel dat hij aan DNB richtte schrijft hij bijvoorbeeld dat de stukken ,,van belang kunnen zijn voor de waarheidsvinding''. Daarom moeten ze aan het dossier worden toegevoegd, waarmee ze ook beschikbaar komen voor de advocaten.

Interessant neveneffect van die wens is dat de situatie een kleine bres kan slaan in het gesloten bastion dat de afdeling toezicht van De Nederlandsche Bank nu eenmaal is. DNB betoogt, met de wet in de hand, dat ze haar werk alleen goed kan doen als dit in vertrouwen geschiedt. Anders bestaat immers het risico dat een van haar hoofdtaken, het waarborgen van de stabiliteit van het financiële stelsel in ons land, in gevaar komt. De keerzijde van die vertrouwelijkheid zorgt er evenwel voor dat publiekelijk nauwelijks kan worden vastgesteld óf en hoe goed de toezichthouder haar werk eigenlijk doet.

Als de raadkamer in september besluit dat de gespreksverslagen aan het Clickfonds-onderzoeksdossier kunnen worden toegevoegd, is een interessant precedent geschapen. In ieder geval is het dan niet vanzelfsprekend meer dat alle DNB-toezichtsinformatie binnen muren van vertrouwelijkheid kan worden gehouden. Deze principiële wijziging is precies de reden dat de toezichthouder nu alle middelen gebruikt om die situatie te voorkomen.

DOSSIER CLICKFONDS: www.nrc.nl

    • Joost Oranje