Twee helden uit de jaren zestig

Mooi woont hij wel, de charmante platenproducent Terry Valentine. Zijn huis torent als een kraaiennest op een rots aan de Californische kust. Je zou er de zee kunnen zien als je de zee kon zien. Maar niet alles in The Limey is direct zichtbaar. Veel speelt zich af in de schemering, van het mistige avondrood tot de koudblauwe ochtenddauw, en in het halfduister van de herinnering.

The Limey is de achtste film van Steven Soderbergh (sex, lies and videotape, The Underneath, Out of Sight), een van de verrassendste en veelzijdigste onafhankelijke Amerikaanse filmmakers van dit moment. De film ging vorig jaar al tijdens het Filmfestival Cannes in première maar bereikt nu pas met grote vertraging, en na Soderberghs grote publieksfilm Erin Brokovich, de Nederlandse bioscopen. De nu eens sfeervolle dan weer rauwe thriller is beslist de indrukwekkendste film die hij tot nu toe regisseerde, al komt veel eer ook scenarist Lem Dobbs toe, met wie Soderbergh eerder Kafka maakte. De ingenieuze structuur van de film, met zijn discontinue vertelstijl, met zijn vloeiende stroom flashbacks, flashforwards en een asynchroon gebruik van beeld en geluid, werd door Dobbs tot in de fijnste details uitgeschreven, en door de relatief onervaren editor Sarah Flack harmonisch gemonteerd. Van Dobbs kwam ook het idee om fragmenten van een oude film van Ken Loach, Poor Cow uit 1967, te gebruiken om het verleden van hoofdpersoon David Wilson, een Engelse beroepscrimineel, superieur gespeeld door Terence Stamp, tot leven te laten komen.

Het duurt even voordat je in Terence Stamps mooi jong gebleven oude gezicht de nozem herkent die je in die verbleekte herinneringsbeelden gitaar ziet spelen. Maar zodra je hem door Los Angeles ziet sjokken, de zwarte jeans een randje omgeslagen, witte sokken in zwarte schoenen, afhangende schouders in een te krap jekkie, is hij weer helemaal de working class hero die hij in de jaren zestig was.

De jaren zestig vormen een rode draad in The Limey (slang voor Engelsman). Door Stamp te casten als gepensioneerde gangster (hij is zojuist na negen jaar uit de gevangenis ontslagen en vastbesloten van zijn veilig weggestopte boevenpensioen te gaan genieten) en Peter Fonda (Easy Rider) als de platenbaas die groot werd met hippiehits, met wie Stamps personage nog een laatste rekening te vereffenen heeft, geeft Soderbergh de balans die zijn personages van die gouden jaren zestig opmaken een dubbele bodem. Veel is het trouwens niet, waar deze babyboomers op terug kunnen kijken: ,,De jaren zestig, dat was eigenlijk alleen maar 1967, meer niet'', aldus Fonda als de lepe Valentine, die als een hond zijn tanden blootlacht.

Hoe weemoedig The Limey ook is, sentimenteel of nostalgisch kan de film niet worden genoemd. Sterker nog, het miserabele misdadige web waarin Fonda en Stamp gevangen zitten begint en eindigt in die ellendige jaren zestig. Geen tijd om met genoegen op terug te kijken dus. Beide mannen zijn ergens halverwege hun leven de weg kwijtgeraakt. En terwijl het noodlot hun bij elkaar brengt, ontpopt de een zich als wraakengel en de ander zich als geweten.

Vorige week ging in Nederland de Proust-verfilming Le temps retrouvé van Raul Ruiz in première. Beter dan Ruiz in die wat oubollige film slaagt Soderbergh er in The Limey in om een indrukwekkende verzoening tussen heden en verleden, inbeelding en werkelijkheid teweeg te brengen. Op zulke momenten wordt The Limey groots drama, waarin oorzaak en gevolg van menselijk handelen op katharsische wijze worden opgelost.

The Limey. Regie: Steven Soderbergh. Met: Terence Stamp, Peter Fonda, Lesley Ann Warren, Luis Guzman, Joe Dallesandro, Barry Newman, Amelia Heinle, Nicky Katt. In: 7 theaters.