Te veel werk valt wethouders te zwaar

Tweeënhalf jaar na de gemeentelijke herindeling in Drenthe hebben vier wethouders hun functie neergelegd. Zij vinden de werk- en tijdsdruk te groot.

,,Het wethouderschap is buffelen. Je worstelt met je tijd.'' Twaalf jaar was Joop Kluitenberg (62) wethouder, eerst in het Drentse Roden (18.000 inwoners) en na de herindeling in de gemeente Noordenveld (31.000 inwoners). Natuurlijk had hij zich gerealiseerd dat een wethouderspost in een grotere gemeente ,,zwaarder'' zou worden. Maar hij hield van het openbaar bestuur en zag het als een uitdaging om de verschillende culturen van de oude gemeenten Roden, Peize en Norg te laten samensmelten. Toch stapte hij onlangs op. Hij kon de werkbelasting niet meer aan. Kort daarna maakte zijn collega J. Jonker in De Wolden bekend dat hiji het wethouderschap om dezelfde reden neerlegde. Eerder deden dat al twee collega's in Emmen: H.de Bruijn (CDA) en zijn partijgenote A. van Amerongen-Hemsteede.

Na de herindeling, die het aantal gemeenten in Drenthe per 1 januari 1998 terugbracht van 34 naar twaalf, blijken vier van de in totaal 46 Drentse wethouders hun zetel te hebben opgegeven.

Kluitenberg begon enthousiast aan zijn taak. Hij wilde het gedecentraliseerd bestuur verder uitbouwen en buurten meer betrekken bij het wijkbeheer. Dat betekende het avond aan avond bezoeken van organisaties en verenigingen. Tel daarbij op de toenemende bureaucratisering en de mondiger burger, die bezwaren indient en dus extra tijd van een wethouder vraagt, de avondlijke raadscommissies en -vergaderingen en het is volgens Kluitenberg duidelijk dat hij gemiddeld zestig uur per week draaide. ,,Ik was elke avond op pad en op zondagmiddag las ik mijn stukken.'' Niet dat hij wil klagen: ,,Er zijn meer beroepen waarbij je avond aan avond weg bent.'' En een mondiger burger vindt hij goed, haast hij zich te zeggen. ,,Maar je moet dan wel tijd investeren om met ze om te gaan. Terwijl je het gemeentehuis wordt ingezogen voor vergaderingen.''

De werkbelasting brak hem op. Het omslagpunt kwam van de winter, na een voltooide cultuurnota en een drukke tijd toen werkvoorzieningsschappen werden opgeheven. ,,Ik dacht dat het in het nieuwe jaar wat rustiger zou worden.'' Dat werd het niet. Op een VNG-congres hoorde hij een spreker zeggen dat je als wethouder tegenwoordig niet meer op het pluche zit, maar op een ,,hardhouten bank''. Die uitspraak gaf Kluitenbergs gevoel over zijn baan op dat moment treffend weer. ,,Er werd ook gezegd dat het acceptatievermogen van burgers over democratisch genomen beslissingen zienderogen afneemt. Je moet meer investeren om een besluit toe te lichten. Dat vereist meer tijd. Ook dat herkende ik.'' Als voorbeeld noemt hij het plaatsen van een speelvoorziening. ,,Vroeger waren mensen blij dat de gemeente dat deed. Nu dienen bewoners die er tegenover wonen bezwaren in. `Een speeltuin prima, maar niet in mijn achtertuin.' Dat vergt meer werk. En in april dacht ik: `Is dit het leven?'''

Iets soortgelijks dacht Jaap Jonker (63), VVD-wethouder van de nieuwe Drentse gemeente De Wolden (24.000 inwoners). Jonker stapte onlangs op, omdat een zestigurige werkweek hem steeds zwaarder viel. ,,Toen ik 63 werd dacht ik: er zijn nog andere dingen in het leven dan alleen werken.'' Jonker was twaalf jaar deeltijd-wethouder in de gemeente Ruinerwold (3.700 inwoners). Hij besteedde gemiddeld 25 uur per week aan zijn wethouderspost. Tevens bekleedde hij functies bij een bank en het waterschap. Na de herindeling werd hij fulltime wethouder, onder meer van openbare werken. In het begin was het ,,hectisch'', vertelt hij. ,,Vier gemeenten die samengaan, dat is een rotklus. De een is het zo gewend, de ander zus.'' Toch begon hij vol goede moed. Per slot van rekening had hij voor de vorming van De Wolden (samengesteld uit de oude gemeenten Ruinen, De Wijk, Ruinerwold en Zuidwolde) gestreden. Als nummer twee op de VVD-lijst wilde hij zich inzetten voor de ,,mooie plattelandsgemeente''. Het bestuderen van stukken in zijn vrije tijd, de vergaderingen in de avonden; het ging steeds meer op hem drukken. ,,Vrijdagmiddag ging ik met een koffer vol stukken naar huis.'' Jonker wilde zich 100 procent inzetten, maar dat lukte hem niet meer.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) constateert een algemene verzwaring van het wethoudersschap en pleitte vorige maand bij minister de Vries (Binnenlandse Zaken) voor een structurele salarisverhoging van wethouders, die nu in sommige gevallen minder verdienen dan hun hoogste ambtenaren en de gemeentesecretaris. Die verhoudingen zijn scheef, vindt de VNG: wethouders zouden 95 procent van een burgemeesterssalaris moeten verdienen. Nu ligt dat op 80 procent. Jan Cees van Hasselt, VVD-wethouder in Zwolle en voorzitter van de commissie rechtspositie wethouders en raadsleden van de VNG: ,,Een wethouder doet hetzelfde werk als een burgemeester en loopt grotere politieke risico's. En een wethouder kan in tegenstelling tot een burgemeester geen betaalde nevenfuncties uitoefenen.'' Alleen een hogere honorering kan professionele kandidaten uit andere geledingen trekken dan het onderwijs en de ambtenarij, meent hij. ,,We moeten ook mensen recruteren uit het bedrijfsleven. In dat geval moet je kunnen concurreren met de salarissen daar.''

Van Hasselt (52) is zeven jaar wethouder en vangt 11.950 gulden bruto per maand. Bij 95 procent van een burgemeesterssalaris zou dat 14.495 gulden zijn. Hij wijst op de salarissen in de advocatuur. ,,Ik las laatst dat een advocate van 33 jaar 115.000 gulden bruto per jaar verdient. Over twee jaar is dat misschien twee ton, terwijl wethouders geen doorgroei hebben.''

Een hoger salaris had Jonker en Kluitenberg overigens niet op hun collegezetel gehouden. Kluitenberg besefte dat hij ,,een slecht salaris'' zou krijgen ,,voor zoveel uren werk''. ,,Dat wist ik toen ik eraan begon.'' Hoewel hij de salariseisen van de VNG steunt, zegt hij dat een riant salaris alleen mensen niet kan trekken naar een wethouderszetel. ,,Je moet voor het openbaar bestuur voelen.''