Ronddolen door een interactieve speeltuin

Tamagotchi, het virtuele huisdier uit Japan dat twee jaar geleden nog in miljoenen exemplaren over de toonbank ging, is nu al een museumstuk. Op de tentoonstelling Play-Use in kunstcentrum Witte de With ligt het computervogeltje met het formaat van een sleutelhanger uitgestald tussen een plaspop en een Furby, de speelgoedrage van afgelopen jaar. Inmiddels zijn ze alledrie alweer gedateerd, en opgevolgd door de nieuwe ster in speelgoedland: de leergierige robothond Poo-Chi.

Witte de With lijkt deze zomer nog het meest op een kruising tussen een kinderdagverblijf en een speelhal. Naast de interactieve knuffeldieren tref je er ook diverse computergames op Playstation en cd-rom aan. Bezoekers kunnen elkaar afslachten in de virtuele kerkers van het 3D-computerspel Quake III, of juist hun zachtaardige kwaliteiten ontplooien in het Teletubbie-landschap van het nieuwe Nintendo-spel Doshin the Giant. Maar ook een ouderwets potje tafeltennis is mogelijk.

De inrichting van de tentoonstelling geeft je het gevoel zelf in het decor van een computerspel rond te lopen. Met industriële materialen als bouwsteigers en rollen plasticfolie is een labyrintisch parcours opgezet, waarin je je over verschillende `levels' kunt verplaatsen. In afgeschermde hokjes wachten steeds nieuwe verrassingen. En de audiotour van het kunstenaarsduo JODI, een cd met samples uit gewelddadige computerspellen als Quake en Doom, zorgt voor de bijpassende kreun- en schietgeluiden.

De tentoonstelling Play-Use gaat in op de razendsnelle ontwikkelingen die het huidige computertijdperk kenmerken, en richt zich met name op het gebied van het World Wide Web en de game-industrie. Daar, zo lezen we in het persbericht, zijn nieuwe vormgeversgebieden blootgelegd waar beeldend kunstenaars, architecten en webdesigners hun expertise uitwisselen met computerprogrammeurs en gameproducenten. Die interdisciplinaire samenwerking heeft tot mooie resultaten geleid. De nieuwste computergames zijn, hoewel in de eerste plaats gericht op vermaak, stuk voor stuk ware kunstwerken. Je kunt er eindeloos ronddolen in futuristische steden en paradijselijke landschappen, of speelt de hoofdrol in een verhaal dat niet onderdoet voor de gemiddelde actiefilm. In de interactieve installatie Trans-ports van architect Kas Oosterhuis kun je een tunnelachtige constructie naar eigen inzicht vormgeven. Een piano dient als mengpaneel: zodra je een van de toetsen indrukt, verandert het geluid of reageert de videoprojectie door van kleur te verschieten. Met je linkerhand bedien je de geluidseffecten, terwijl je rechterhand de beelden stuurt. Je bent deejay en veejay tegelijk.

Op de tentoonstelling zijn, naast een tiental beeldend kunstenaars, ontwerpers en architecten, ook vier opleidingsinstituten vertegenwoordigd. Want het zijn in dit digitale tijdperk vaak de jongere generaties, opgegroeid met Gameboy en Nintendo, die met de meest innovatieve ideeën voor de dag komen. Kelly Dobson van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) uit Boston presenteert een prototype van haar AdDress, een avondjurk die kan worden opgeblazen tot een spanwijdte van twee meter als de draagster zich bedreigd voelt. Haar docent Krzysztof Wodiczko ontwierp een elektronisch masker dat zelf het woord kan voeren.

Tussen al die high-tech apparatuur en James Bond-achtige foefjes, valt één kunstenaar op door zijn traditionele materiaalgebruik. Meshac Gaba baseerde zijn werk Democracy Game op de aloude schuifpuzzel. Wanneer de houten puzzelstukken op de juiste manier in elkaar geschoven worden, vormen ze de vlaggen van zes Afrikaanse landen. Gaba levert met zijn spel commentaar op de geschiedenis van Afrika, waarin meer dan eens landen werden vergokt, verloot of verspeeld in diplomatieke spelletjes.

Doordat de werken op Play-Use zo verschillend van aard zijn, is de tentoonstelling een nogal warrig geheel geworden. Een afbakening van het thema had geen kwaad gekund. Nu zijn sommige kunstenaars er met de haren bijgesleept, zoals Meshac Gaba, die weliswaar spellen maakt maar niets met computertechnologie van doen heeft. Of zoals de studenten van de Londense Royal College of Art, die met hun melige presentatie van gebruiksvoorwerpen (zoals een vibrator van het doe-het-zelfmerk Black & Decker) het niveau van Sinterklaas-surprises nauwelijks ontstijgen.

Verreweg de meest misplaatste bijdrage aan de tentoonstelling is de mobiele abortuskliniek die Atelier van Lieshout ontwierp voor de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Women on Waves. Niet dat de praktijkruimte, ingericht in een zeecontainer, geen vernuftig ontwerp is. Maar het op zichzelf zo lovenswaardige initiatief om aan boord van een schip medische hulp te bieden in landen waar abortus illegaal is, wordt in deze speeltuincontext gedegradeerd tot een spelletje Dokter Bibber.

Tentoonstelling: Play-Use.

In: Witte de With, Witte de Withstraat 50, Rotterdam.

T/m 24/9, di-zo 11-18u.

Inf.: www.wdw.nl.

    • Sandra Smallenburg