Ponykamp voor Iris taboe

Deze week geen ponykamp voor Iris. Dat zit zo. Iris, oud 9 jaar, heeft iedere zaterdag ponyrijles op manege L. te Leiderdorp. Zodra ik haar na balletles bij de toegangsweg afzet, uren te vroeg, draaft ze met haar cap, zweepje en poetstas naar de bak of stalruimtes om te zien hoe het Kaval, Bessie of Dustin vergaat en waar haar vriendinnen uithangen.

Al jaren organiseert manege L. tijdens de zomervakantie voor haar jeugdleden een ruiterkamp. Zo'n veertig kinderen vermaken zich op het ogenblik in Drenthe met bosritten, zwemmen, spellen en speurtochten. Ook Iris had daar dolgraag bij willen zijn. Ze had zich op tijd aangemeld, de betaling was in orde, het programmaboekje kende ze van buiten en ze zag er naar uit. Maar op het laatste moment ging het feest niet door.

Iris heeft suikerziekte. Dat betekent voor het ontbijt en het avondeten insuline spuiten, iedere dag opnieuw, en eetschema's aanhouden zodat ze verspreid over de dag de juiste hoeveelheden koolhydraten binnenkrijgt. Een ei telt voor nul, een Berliner bol is een koolhydratenbom. Alles draait om het evenwicht tussen insuline en koolhydraten, alleen dan blijft de bloedsuikerwaarde op peil. Ligt die te hoog, dan raakt Iris sloom en krijgt ze dorst. Zit ze te laag, dan krijgt ze opvliegers en in het ergste geval zakt ze weg. Ze moet dan snel een paar druivensuikertjes nemen en wat extra eten of drinken. De balletjuffrouw weet dat, de schooljuffrouw weet dat en ook ouders van vriendinnen hebben we de situatie uitgelegd. Niemand die problemen zag.

In januari hebben we de leiding van het ruiterkamp gebeld met de vraag of suikerziekte een beletsel was. Nee, luidde het antwoord, er gingen twee verpleegsters mee en het kwam wel vaker voor dat er met kinderen iets bijzonders was. Op een voorlichtingsbijeenkomst, eind januari, hebben we een van die verpleegsters kort uitgelegd wat suikerziekte in Iris' geval inhoudt, en dat het iets anders is dan ouderdomsdiabetes. De verpleegster zag geen bezwaren: Iris kon mee.

We betaalden het inschrijfgeld, hoorden dat Iris tot de gelukkigen behoorde en kregen in juni een programmaboekje toegestuurd alsmede een formulier. Daarop noteerden we als bijzonderheid dat we graag op een voorbereidingsbijeenkomst van de kampleiding Iris' situatie zouden toelichten. In Zweeloo, niet ver van het ponykamp, huurden we een vakantiehuisje om in geval van nood snel ter plekke te zijn. Het liefst zouden we Iris haar insuline-injecties – een klusje van twee minuten – zelf toedienen: bij twijfel bloedsuiker opmeten, dosis bepalen, spuitje zetten, eetschema afspreken en weg wezen. Dat bevrijdde de kampleiding van een taak waar ze geen ervaring mee had en wij konden zo nodig bijsturen.

Drie weken later hing de verpleegster aan de lijn. Ze liep de bijzondere gevallen nog eens na, zei ze. Toen ze merkte dat bij Iris er meer kwam kijken dan routinehandelingen, krabbelde ze terug. Ze ging niet als vrijwilligster naar Drenthe om voor zuster te spelen. Dat wij zelf de prikken zouden zetten was niet de bedoeling, ouders waren uit principe niet welkom op het kamp. Ook telefonisch overleg hield ze af. Nu kan Iris heel goed zichzelf insuline inspuiten, maar het bepalen van de dosis is een ander verhaal. Zeker de eerste dagen – spanning, laat naar bed, veel of weinig honger – luistert dat nauw.

Ze zou overleggen en ons terugbellen, zei de verpleegster. De dag voor het begin van de zomervakantie hing de voorzitter van de manege aan de lijn. Om een lang verhaal kort te maken: suikerziekte gaf te veel gedoe. Wij mochten Iris niet komen prikken, de kampleiding wilde de verantwoordelijkheid niet dragen en dat Iris het op eigen houtje zou redden was ook niet de bedoeling. Maar dat Iris niet met het ponykamp mee zou mogen was niet waar, wij waren het juist die haar deelname introkken, vond de voorzitter.

Afgelopen week zaten we op paardenboerderij de B. in Soerendonk. De ouders van een vriendin van Iris, die voor het Drentse ponykamp op de wachtlijst stond, hadden er een huisje gehuurd. Na wat schuiven met bedden konden ook wij er nog terecht. De meisjes hebben een heerlijke week gehad, het ponykamp zat goed in elkaar en de leiding toonde zich zeer hulpvaardig. Vlak voor vertrek naar Zuid-Brabant had het vriendinnetje overigens van manege L. te horen gekregen dat ze toch naar Drenthe mee kon. Er had zich iemand teruggetrokken.

    • Dirk van Delft