Pompstations ontvangen alsnog geld

Het merendeel van de 250 pompstations in de grensstreek dat op last van de Europese Commissie door Den Haag verstrekte subsidies moest terugbetalen, zal alsnog geld krijgen van de overheid. Uit aanvullend onderzoek is gebleken dat de pomphouders alsnog recht hebben op compensatie.

Dat heeft minister Zalm (Financiën) gisteren in een brief aan de Tweede Kamer gemeld. Aanvankelijk kregen 633 pompstations sinds 1997 subsidie van Financiën omdat de Nederlandse benzineprijzen teveel afweken van de Duitse. Financiën reserveerde in 1997 126 miljoen gulden voor subsidies, die maximaal 100.000 euro in drie jaar zou bedragen per individuele pomphouder, de zogenoemde de minimis regeling. Brussel plaatste vraagtekens bij de regeling omdat voormalig Euro-commissaris Van Miert (Mededinging) het vermoeden had dat de verstrekte subsidies niet zozeer bij de gedupeerde pomphouders terecht kwamen, maar bij de oliemaatschappijen.

Voorjaar 1999 stuurde Financiën op verzoek van Van Miert de gegevens van 383 pomphouders naar Brussel, de overige 250 pomphouders, voornamelijk Shell-leveranciers, weigerden informatie te geven over de eigendomsverhoudingen en eventuele prijsafspraken. Brussel liet daarop weten dat bij 450 van de 633 pompstations de subsidie onterecht verstrekt was.

Financiën heeft inmiddels de extra informatie van de 250 pomphouders die in eerste instantie weigerden mee te werken aan het onderzoek geanalyseerd en kwam tot de conclusie dat 143 van de 250 pompstationhouders wel degelijk recht hebben op een subsidie. In totaal mogen 325 exploitanten, iets meer dan de helft, de verschafte subsidies behouden.

De overige 107 pompstations moeten hun subsidies wel terugbetalen, waardoor Financiën naar schatting 30 miljoen gulden terugkrijgt. Bij 62 tankstations wordt de subsidie niet teruggevorderd bij de exploitant van de pompen, zoals eerder was bepaald, maar bij de leverancier van de brandstof (de oliemaatschappijen). In twaalf gevallen moeten de pomphouders zelf de subsidie terugbetalen omdat zij verscheidene pompstations bezitten en dus te veel subsidies hebben gekregen. Bij dertig stations is dat nog onduidelijk.

Financiën maakte in februari dit jaar, na een tweede accijnsverhoging in Duitsland, een einde aan de subsidieregeling.

ACHTERGROND: pagina 19