Ook in haar graf zingt de zangeres

,,Onder ligt Sjo, boven de Zangeres. Doden mogen hier niet naast elkaar liggen.'' Grafdelver Jan van de Winkel van het St. Willibrord-kerkhof in Stramproy (L) laat me artikel 2 van het begraafreglement zien: `Graven kunnen uitsluitend enkel of dubbel diep worden belegd. Naast elkaar begraven is niet mogelijk'.

SJO SERVAES

13-2-1923 †26-8-1990

Echtgenoot van

MARY BEIJ

DE ZANGERES

5-8-1919 †23-10-1998

Ook na haar dood is Mary Beij haar artiestennaam trouw gebleven. Alleen de toevoeging `zonder naam' heeft ze weggelaten. Op haar laatste rustplaats heet ze kortweg `De Zangeres' en in het graniet eronder zijn een paar notenbalken gegrift.

,,Ze wilden allebei met hun hoofd naar God liggen.'' Hij wijst naar de zwartgranieten grafsteen waarop een levensgrote, in gebed verzonken Christus is afgebeeld. Sjo's en Mary's namen vallen weg. Tegen zoveel goddelijke overmacht zijn ze niet bestand. Het lijkt of Christus er ligt in plaats van De Zangeres. Een mooier graf had Mary niet kunnen bedenken. God was haar leven. Ze heeft haar knieën stuk gebeden. Zeker nadat Sjo was gegaan en ze van eenzaamheid wegkwijnde.

,,Dit is het enige keldergraf hier, 80 cm breed, 2.10 lang, 1.90 diep. Toen de Zangeres in 1998 ging, heb ik zo'n 20 centimeter boven Sjo's kist een vloer gemetseld en haar erop gezet.'' Aan de bloemenpracht te zien, lijkt het of ze gisteren is bijgezet. Het graf en de aarde rondom zijn bezaaid met bloemstukken. Aan sommige takken hangen liefdesbetuigingen: ,,Bedankt'', schrijft een bewonderaar uit Turnhout, ,,Mary, we houden van je'', verzucht een echtpaar uit Zwaag, ,,Voor ons zing je nog steeds'', krabbelen acht fans uit Belgisch Limburg. Aan een bloemstuk hangt een goudkleurig doosje met de `Z' van Zangeres erop. Ik durf het niet te openen. Zoveel liefde gaat niemand iets aan. Dat is iets tussen Mary en haar bewonderaar. Wellicht zit er een ultieme boodschap, een allerlaatste snik, een eeuwige kus in? Wie weet?

,,Sommige fans laten het niet bij bloemstukken. Verscholen achter een paar takken stuit ik op een belletje en een speelgoedeendje. Het lijkt of ze bij elkaar horen. Aan de roest te zien staan ze er al een tijdje. Het belletje doet het nog. Zijn tijdloze geklingel brengt Mary nog dichterbij. Sjo lijkt er niet te liggen. Geen tak, bloem of kaartje is aan hem opgedragen. Ook in het graf blijft hij in Mary's schaduw.

,,De fans komen van heinde en verre, veel ook uit België. Vaak in groepjes met minibussen, een soort bedevaart.'' Van de Winkel schat dat er een paar duizend bezoekers per jaar komen. De gemiddelde fan blijft een half uur. Sommigen blijven echter hangen. Dat zijn de echte. De chauffeur rijdt dan naar het dorp en haalt ze een paar uur later op. Ze drentelen om het graf en bidden en huilen wat. De meesten beroeren haar grafsteen en sommigen kussen die. Soms worden ook haar liederen gezongen en een paar maanden terug heeft een echtpaar De Zangeres minutenlang staan toe klappen. Een postume ovatie. ,,Die kwamen uit Gent, ze droegen haar bidprentje op de borst.''

Heel soms wordt er 's nachts ook gedronken en vindt hij de volgende morgen een paar lege flessen bij het graf. Vooral rond haar sterfdag is het druk. De fans komen dan vaak met tientallen tegelijk en er wordt volop gebeden en gezongen. ,,Voor hen'', hij wijst naar de omliggende doden, ,,is het sneu. Er wordt over hun graven gebaggerd en ze liggen er voor jan snot bij. Geen hond die aandacht aan ze besteedt. Het valt niet mee om naast zo'n beroemde dode te liggen.''

Vlak na de begrafenis heeft hij zijn kerkhof 's nachts voor het eerst een tijdje moeten sluiten. Vandalen stalen de bloemen en giften van het graf. Nu zijn ze weer dag en nacht open. Haar begrafenis was het hoogtepunt uit zijn carrière. De kerk was afgeladen en ook het kerkplein stond bomvol rouwenden. Om alles in het gareel te houden, hadden de nabestaanden lijfwachten ingehuurd. De rouwstoet omvatte zo'n tweehonderd wagens. Bij het kerkhof was politiecontrole. Alleen rouwenden met een badge mochten erop. Pas na de teraardebestelling mocht de meute naar binnen. Tot ver in de avond liep het storm.

Er komt een man in een wielrennerspak naar het graf gelopen. Hij knielt, legt een takje op het graf, bidt even en stapt weer op zijn racefiets. ,,Dat zie je vaak als het mooi weer wordt. Wielrenners die even langsfietsen, soms wel tien tegelijk. Laatst was hier nog een ploeg van De Generale. Wielrenners hebben wat met de Zangeres.''

Ik vraag of er in het dorp nog tastbare herinneringen van de Zangeres zijn. Een straatnaam, een tegel, een monument? Tenslotte heeft ze hier veertig jaar gewoond. Even valt hij stil. Dit is geen gemakkelijke vraag. ,,Om eerlijk te zijn, eigenlijk was de Zangeres hier niet zo geliefd. Sjo en Mary lieten ons links liggen. Ze kwamen en gingen. Het waren vreemden. Van oorsprong kwamen ze ook van boven de rivieren. Zelfs hun huishoudster kwam niet van hier, die kwam uit België.'' Hij gebaart naar de grens verderop. ,,Haar huis in de Beatrixstraat is eigenlijk het enige dat rest. Zelfs de bidprentjes zijn uitverkocht.'' Het hoge woord is er uit. Hij komt weer tot rust. Even beroert hij haar graf. Het is weer goed tussen hem en Mary.

De huishoudster houdt het graf bij. Zij was hun enige kind. Ze schept orde in de bloemenzee, harkt de aarde bij elkaar en verzamelt de liefdesbetuigingen. Ze is steenrijk geworden. Een deel van het familiefortuin ging naar haar, de rest naar goede doelen. ,,Het dorp heeft niets gekregen, geen cent.''

Even vlamt hij weer op.

Het huis van de familie Servaes ligt op loopafstand. Ver hoefde Mary niet als ze naar Sjo's graf ging. ,,Derde huis na de kromming'', meldt een straatbewoner. Zo te zien heeft hij duizenden bezoekers de weg gewezen. Het is een platte rijtjesbungalow. Er is niks bijzonders aan. Je kunt er zo naar toe. Er staat geen hek of omrastering omheen. In de tuin staat een container. De nieuwe eigenaar is aan het verbouwen. Ik speur naar een herinnering: Een naamplaatje, een bidprieel, een eerste steen. Tevergeefs. Niets duidt er op dat de Zangeres hier heeft gewoond. Haar graf en haar muziek zijn het enige dat ons rest.

    • Ad Kooyman