Onder water komt het aan op kalmte

Bij oefeningen krijgen bemanningen van onderzeeërs te maken met elke denkbare calamiteit. Wie het geringste spoortje paniek vertoont, heeft zijn laatste reis onderzee gemaakt: elke fout kan het leven van allen in gevaar brengen.

Knappende geluiden klonken er uit het torenluik. En uit de richting van de boegbuiskamer galmde een onheilspellend, metalig kabaal. Alsof iemand een drumsolo op de drukhuid van de onderzeeër roffelde. Met tramrails.

Als door een reuzenhand samengeknepen kromp de romp van elastisch staal onder de enorme waterdruk. Maar de bemanning in de roodverlichte commandocentrale van Harer Majesteits Dolfijn bleef de kalmte zelve bij het testen van de maximale duikdiepte. Op een paar honderd meter diep in het Skagerrak tussen Denemarken en Noorwegen viel maar twee keer opwinding te bespeuren. De eerste keer was gespeeld, om de journalist die een week meevoer te plagen: ,,Commandant, het luik begint te werken!'' De tweede keer was bloedserieus, omdat de kok bij zijn snackronde de mosterd bij de braadworst was vergeten.

Of het nu Nederlandse, Amerikaanse of Russische onderzeebootbemanningen gaat, allemaal zijn ze geselecteerd op een kalme natuur. Een onderzeeër blijft niet automatisch drijven, maar moet voortdurend worden `getrimd'. Een varende onderzeeër is in dat opzicht te vergelijken met een rijdende fiets: één druk op een verkeerde knop en de boot duikt de donkere diepte in. Op een – geheimgehouden – diepte perst dan de waterdruk de romp als een leeg colablikje in elkaar.

Paniek komt in het mondiale onderzeeërsidioom gewoon niet voor. Als één iemand van schrik verlamd raakt, kan dat de hele bemanning in gevaar brengen. Alle bemanningsleden worden ook getraind om elkaars taken over te nemen. De kok kan met de sonarapparatuur overweg, degene die de sonar bedient weet ook hoe torpedo's moeten worden verschoten en allemaal weten ze wat ze moeten doen als zich een ongeluk voordoet. Het is dan ook niet te verwachten dat grootschalige paniek in de duistere Koersk heeft toegeslagen. Een bemanningslid van een Amerikaanse onderzeeër, Dan Persico, die in 1939 in vergelijkbare omstandigheden op de bodem van de zee had gelegen zei tegen de Washington Post dat de mannen aan boord van de Koersk waarschijnlijk ,,zwijgend'' naast elkaar liggen. ,,Geen overbodige conversatie en bewegingloos.'' Om zuurstof te sparen. Net als hij in 1939.

Om voorbereid te zijn op alle mogelijke calamiteiten, worden bemanningen, van `gewone' diesel-elektrisch aangedreven en nucleaire onderzeeërs, uitentreuren getraind. Behalve het testen van de maximale duikdiepte had de bezochte Dolfijn juist in de diepe wateren van een Noorse fjord een uitgebreide veiligheidstraining achter de rug. Bij deze oefening, de zogeheten Staff Assisted Safety Work-Up, waren alle mogelijke rampen en rampjes nagespeeld. Er was een zoutwaterlek gesimuleerd, waarbij de drukhuid van elastisch staal zogenaamd was geperforeerd door een torpedo-treffer. Er was brand geweest en er waren compartimenten onder water gezet. De staff die alles in scene had gezet had toegekeken hoe elk bemanningslid zich gedroeg. Bij een spoortje paniek was het definitief de laatste reis onderzee geweest. Voor elk onheil bestaat een plan. Iedere procedure is erop gericht de hele bemanning te behouden. Hiërarchie speelt geen rol. ,,De veiligheid van de bemanning gaat voor die van het individu'', legde de commandant van de Dolfijn uit. Wanneer hij zich zelf in de boegbuiskamer bevindt wanneer zich daar een lek voordoet, gaat het waterdichte schot meteen automatisch dicht. De bemanning zag na de SASWU wel lijkbleek. Maar dat leek meer van slaapgebrek dan van de schrik te komen.

Ook het ontkomen met een `ontsnappingspak' uit een gestrande onderzeeër wordt door alle NAVO-crews, en waarschijnlijk dus ook door de Russische bemanningen standaard geoefend. Zo'n pak bestaat uit dik rubber. Wanneer één bemanningslid zo'n pak heeft aangetrokken moet hij – het is bij onderzeediensten altijd een `hij' – in de sluis klimmen. De binnenste sluisdeur wordt daarop gesloten, de buitenste langzaam geopend. Het pak is aangesloten op een leiding met perslucht waarvan de druk gelijke tred houdt met de druk van het binnenstromende water. Wanneer de druk in het sluiscompartiment gelijk is aan die van de zeewaterdruk op die diepte, gaat het buitenste luik helemaal open en schiet de man-in-pak naar buiten. Zijn oren zijn dan al stuk. Vanaf honderd meter diepte duurt de reis naar het oppervlak een minuutje. Tijdens stijgen zet de lucht in het pak uit, waardoor de `inzittende' kan blijven ademen. Ventielen in het pak voorkomen dat het pak knalt door de uitzettende lucht. NAVO-onderzeebootbemanningen oefenen deze procedure in een trainingscentrum aan de wal, maar dan in een bassin van dertig meter diep. De oren blijven dan ongeschonden.

Wanneer de Russische reddingspogingen op niets uitdraaien, zal de atmosfeer in de Koersk langzaam onleefbaar worden. Russische woordvoerders hebben gezegd dat er tot vrijdag in ieder geval voldoende zuurstof is. Zuurstofgebrek en een overmaat aan uitgeademd kooldioxide zullen wedijveren om het eerste dodelijke slachtoffer. Het wordt gezegd dat in de Tweede Wereldoorlog ten dode opgeschreven bemanningen van gezonken onderzeeërs weleens een pistool tegen het hoofd zetten. Dit om te voorkomen dat ze zouden sterven door het chloorgas, dat vrijkomt wanneer zeewater in aanraking komt met het zuur van de batterijen. Als de Koersk niet verder volloopt, lijkt dit gevaar niet te bestaan. De bemanning zal de hoop tot de laatste teug verse lucht blijven houden.