Inzet verboden infiltrant tegen drugsverdachte

Justitie zal de vervolging van wie men beschouwt als een van de grootste Nederlandse hasjbaronnen moeten staken, omdat in het onderzoek gebruik is gemaakt van de verboden opsporingsmethode: een criminele burgerinfiltrant.

Dit zegt advocaat C. Korvinus die drugsverdachte Anthony H. (48) bijstaat. In een proces-verbaal van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) uit Haarlem van 2 augustus 2000 staat dat voor het onderzoek naar Anthony gebruik is gemaakt van een 47-jarige in Nieuw Zeeland geboren man die in 1997 door de Amerikaanse justitie is opgepakt wegens smokkel van hasj via Canada naar de Verenigde Staten.

,,Een dergelijk gebruik van criminele infiltranten is na de IRTaffaire bijna unaniem door de Tweede Kamer expliciet verboden. Justitie heeft het recht op vervolging van mijn cliënt daarom verspeeld'', aldus Korvinus. Hij zou de Amsterdamse rechtbank vanmiddag om onmiddellijke vrijlating van H. vragen.

In samenwerking met de Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie DEA, afdeling Long Island, heeft het Amsterdamse openbaar ministerie in 1998 afgesproken dat de Nieuw-Zeelander werd ingezet om de toen al jarenlang voortvluchtige Anthony H. te kunnen oppakken. In mei van dit jaar werd de verdachte eindelijk in Amsterdam aangehouden. H., die vanmiddag voor het eerst moest verschijnen voor de Amsterdamse rechtbank, wordt ervan verdacht 40.000 kilo hasj in bezit te hebben gehad die voor een deel naar Florida werd gesmokkeld.

De speciale toetsingscommissie van het OM stemde in 1998 in met de inzet van een DEA-infiltrant. ,,Ook de minister van Justitie (Korthals, red.) heeft toestemming gegeven voor zijn inzet'', aldus het verbaal van de FIOD.

De infiltrant verbleef in oktober 1998 een week in Amsterdam en legde toen contacten met Anthony H. In maart van dit jaar kwam hij weer naar Nederland om opnieuw contact te zoeken met de vermeende hasjhandelaar. Drie maanden geleden kon H. op straat in Amsterdam door een arrestatieteam worden aangehouden.

In 1998 kwam minister Korthals zelfs in politieke moeilijkheden toen hij moest toegeven dat onder zijn bewind door een topambtenaar toch een keer toestemming was gegeven voor de inzet van een criminele burgerinfiltrant. [Vervolg CRIMINELE INFILTRANT:pagina ]

Het ging toen om deze strafzaak, aldus een justitiële bron. Korthals verweerde zich toen door te zeggen dat tot inzet was besloten door een topambtenaar tijdens zijn vakantie.

Naar aanleiding van die kwestie heeft de Tweede Kamer vorig jaar nog een keer nadrukkelijk verklaard nooit meer de inzet van een criminele burgerinfiltrant te zullen accepteren. In de in februari van dit jaar van kracht geworden Wet bijzondere opsporingsmethoden is het opsporingsmiddel criminele burgerinfiltrant niet opgenomen.

In het proces-verbaal van de FIOD staat niet alleen dat de minister wel toestemming heeft gegeven, maar dat in het onderzoek naar Anthony H. ook in maart van dit jaar de Nieuw-Zeelandse infiltrant nog een keer naar Nederland is gestuurd.

Het Tweede-Kamerlid A. Rouvoet (RPF) en vice-voorzitter van twee Kamercommissies die het justitiewerk onderzochten, noemt het ,,zeer verbazingwekkend'' dat een paar maanden geleden dit verboden opsporingsmiddel nog eens is toegepast. ,,We hebben met de minister een absoluut njet afgesproken over gebruik van criminele infiltranten. Er zou ook geen muizengaatje openblijven om in uitzonderlijke gevallen inzet mogelijk te maken'', aldus Rouvoet.

Een woordvoerder van het landelijk parket zegt dat voor de inzet van de Nieuw-Zeelander in maart geen toestemming aan de minister is gevraagd. ,,Hij moest toen alleen voor justitie een telefoontje plegen. Dat is geen infiltratie maar het verlenen van bijstand door derden aan een politieonderzoek.''

Ook de woordvoerder van minister Korthals zegt dat de inzet van de Nieuw-Zeelander in maart van dit jaar niet valt onder de definitie van de inmiddels verboden methode infiltratie.

H., die in 1995 bij verstek tot drie jaar cel werd veroordeeld voor hasjhandel, kon in 1997 ternauwernood ontkomen aan arrestatie in zijn Belgische woning. Justitie denkt dat hij toen getipt is.

H. wordt nu vervolgd voor een reuzentransport waarvoor eerder tevergeefs twee geruchtmakende andere verdachten terechtstonden: Johan V., alias De Hakkelaar en later Etienne U. Zij werden vrijgesproken van bemoeienis met een hasjtransport met de boot Great Alexander. Op dat schip bevond zich in 1996 voor de kust van West-Afrika 40.000 kilo hasj. Een deel daarvan werd na een undercover-operatie van de DEA naar Florida gesmokkeld. Een hoofdverdachte is in deze zaak nooit veroordeeld.

DOSSIER IRT: www.nrc.nl