Het `onduldbare stadium'

`Een groep van 55 Montenegrijnse intellectuelen heeft de Veiligheidsraad opgeroepen, waarnemers naar Montenegro te sturen. Ze zouden daar de `verwoestende activiteit' van het regime Miloševic in kaart moeten brengen', meldt de krant van maandag.

`Wat moeten Amerika en zijn bondgenoten doen om Miloševic ervan te weerhouden, onheil te stichten in Montenegro?' vraagt Anthony Lewis, columnist van de New York Times, de Sloveense president Milan Kucan. Die zegt: `De zesde vloot moet duidelijker in de Adriatische Zee aanwezig zijn. En stuur de Montenegrijnse president Djukanovic militaire adviseurs, als hij daar om vraagt'.

Der Spiegel heeft Vuk Draškovic, belangrijkste aanvoerder van de oppositie tegen Miloševic, geïnterviewd. Wat moet het Westen doen terwijl de volgende crisis in de Balkan nadert? 'Spreken we over een afscheiding van Montenegro, dan is het van belang dat de Europese Unie en Rusland het eens zijn.' Maar misschien, laat hij merken, is er een andere optie. `Nog een paar maanden geduld. In de geschiedenis worden grote veranderingen vaak door onverwachte gebeurtenissen ingeleid.'

Ik denk dat de Veiligheidsraad geen waarnemers zal sturen, de zesde vloot niet duidelijker zichtbaar zal worden dan ze nu is, de EU en Rusland niet tot een verlossend akkoord zal komen, en dat we dus moeten hopen op de onverwachte gebeurtenis. Het duurzame kenmerk van de Joegoslavische crisis, die nu negen jaar duurt, is dat telkens de volgende fase van geweld door de deelnemers zelf duidelijk wordt aangekondigd, en dat door het Westen pas iets wordt ondernomen als het vechten in volle gang is, en dan alleen nog als het `onduldbare' stadium is bereikt. De laatste vraag is dus: wat is voor ons het `onduldbare stadium'?

Daarop zijn twee antwoorden mogelijk. Het klassieke is, dat moet worden ingegrepen als het nationaal of het regionaal, een bondgenootschappelijk belang wordt bedreigd. Ik ben altijd van mening geweest en nu nog, dateen zich integrerend Europa zich geen `schurkenstaat' als enclave in de Balkan kan veroorloven. Het begint als een gebied dat zich in vrijwel alle opzichten isoleert, tot schade van zichzelf en het geheel. Het eindigt als een safe haven voor allerlei belangen en mensen achter wier naam hier het `opsporing verzocht' staat.

De afgelopen negen jaar heeft Europa zich verder geïntegreerd, economisch nagenoeg een nieuwe gedaante aangenomen, terwijl Servië, al oorlog voerend met dezelfde vaart de andere kant is gegaan. De staat van Miloševic is feitelijk allang een bedreiging van de Europese openbare orde en de vrede.

Tot 1995 bleek dit geen reden voor oorlog te zijn. Amerika en Europa volgden een politiek die erop neerkwam dat het vraagstuk in quarantaine werd gezet, met de weinig uitgesproken hoop dat het zichzelf zou genezen. Toen de achterlijkste krachten de strijd dreigden te winnen, nadat omstreeks 200.000 mensen het leven hadden verloren en volksverhuizingen hadden plaatsgevonden, werd ingegrepen. Waarom pas toen? Omdat met de massamoord op de mannen van Srebrenica de `onduldbaarheid' een nieuwe kwaliteit bleek te hebben gekregen: die van `de maat is vol' in humanitair opzicht.

In grote trekken heeft de geschiedenis zich daarna herhaald. Het regime van Miloševic trok zich niets aan van een regionaal, Europees of westelijk belang, maar feitelijk werd het behandeld volgens de politiek van quarantaine, het wachten tot het probleem zich vanzelf zou oplossen. Die keer niet onverstandig omdat er levens mee werden gespaard en verwoestingen voorkomen, terwijl het op langere termijn zou worden blootgesteld aan de erosie door de Westerse consumptiedemocratie, waartegen tot dusver geen dictatuur bestand is gebleven.

Toen begon de operatie Kosovo. Het duurde nog een jaar voor de fase van de humanitaire onduldbaarheid was bereikt. De rest is nog bekend genoeg. En nu Montenegro. Tot nu toe doorloopt dit `probleem' (dat net als het vorige tot probleem is gemaakt), hoewel met formele verschillen, de bekende fasen.Op het ogenblik beleven we nog die van de quarantaine. Het is opnieuw een belang, in de klassieke zin, dat het daar, na de presidentsverkiezingen in Servië, niet tot grootscheeps vechten komt. Maar het zou weleens kunnen dat we hier in stilte hopen op de `onverwachte gebeurtenis', waarvan Vuk Draškovic repte. Een politiek die gefundeerd is op een onverwachte gebeurtenis, is geen politiek.

Bij het uitblijven van deze verrassing, en de niet denkbeeldige poging tot inlijving van Montenegro door het Joegoslavische leger, bereiken we tenslotte het volgende stadium van onduldbaarheid. En hier ontstaat deze keer een nieuw vraagstuk. Een ingreep is alleen mogelijk als die wordt gesteund door een groot deel van de publieke opinie. Die moet het ermee eens zijn dat troepen naar een front gaan waar gesneuveld kan worden. Is er kans op dat zo'n meerderheid ontstaat; is er überhaupt nog een publieke opinie over Joegoslavië in het Westen?

Misschien tegen die tijd. Mijn gevoel zegt me dat de publieke opinie over Joegoslavië niet meer `leeft', zelfs niet nu Miloševic telkens weer `spionnen' laat arresteren en op zijn televisie paraderen. Nog weer eens een stukje over Joegoslavië schrijven: wie leest dat, vraag je je af. En zoals we weten, de Amerikaanse publieke opinie is in dit geval doorslaggevend, want zonder Amerika gaat het in Europa niet. Tegen de tijd dat Miloševic het Montenegrijnse probleem gaat oplossen, bestaan voor de Amerikaanse publieke opinie alleen de presidentskandidaten. Misschien zou het helpen als er een Amerikaan werd gearresteerd.

Zoals het er nu voorstaat, kan Montenegro alleen worden gered door een bloedbad. Later onderzoeken we of we iets hebben nagelaten om dat te verhinderen.