GM-voedsel moet monden vullen

Genetisch gemanipuleerde gewassen die op de markt zijn gebracht, zijn vrijwel allemaal bedoeld om de concurrentiepositie van enkele industrieën te versterken. De consument is er niets mee opgeschoten. Want in plaats van monden zijn zakken gevuld en dat kan niet de bedoeling zijn, meent Wim Köhler.

De weerzin tegen genetisch gemanipuleerd voedsel (gm-voedsel) groeit. De tegenstanders hanteren drie argumenten om het Frankensteinvoedsel van hun bordje te houden: gm-voedsel is schadelijk voor de gezondheid; gm-voedsel is slecht voor het milieu en gm-voedsel is onnatuurlijk.

Een hilarisch hoogtepunt in de discussie was de moleculaire beschrijving van mogelijke gezondheidsschade door de jurist Diederick Slijkerman, op 5 augustus in deze krant. Slijkerman schreef: ,,Uit neurologisch onderzoek is gebleken dat in de hersenen chemische processen plaatsvinden. Deze processen worden beïnvloed door stoffen die bijvoorbeeld in voedsel zitten. Chemische processen in de hersenen kunnen onder andere inwerken op de gemoedsgesteldheid.''

Wie hasjcake kent kan er over meepraten, maar het effect daarvan wordt veroorzaakt door een klein molecuul. Extra genen en eiwitten in gm-voedsel bestaan uit grote biomoleculen. Ons spijsverteringsstelsel hakt ze klein voordat de darmwand ze in het lichaam opneemt. Onze darmen verteren dagelijks triljoenen lange DNA-moleculen (waar de genen uit bestaan), afkomstig van genen uit opgegeten bacteriën, groente, fruit en vlees. De losse DNA-bouwstenen zijn de grondstof om dagelijks miljoenen versleten lichaamscellen te vervangen. Ieder weer voorzien van het individueel genenpakket. Genen uit de andijvie, appels, soja en varkenslapjes komen daar niet meer in voor. Eiwitten ondergaan hetzelfde proces van afbraak tot aminozuren en opbouw tot nieuwe, lichaamseigen eiwitten waarmee we lopen, denken en lachen om Slijkerman.

Gewone maïs bevat in ieder van zijn plantencellen al duizenden genen, verpakt in zo'n miljard DNA-bouwstenen. Daar komen door genetische manipulatie enkele genen met een omvang van een paar duizend bouwstenen bij. Op de totale hoeveelheid DNA die we dagelijks omzetten tot eigen DNA voegen die niets toe. De maïs wordt er niet gezonder van en niet ongezonder.

Toch wijkt die gm-maïs af. De extra genen maken eiwitten. Niet ieder eiwit is onschadelijk voor de mens. Planten produceren vaak gifstoffen. Soms bestaan die gifstoffen uit eiwitten. Andere planteneiwitten veroorzaken soms allergieën bij enkele mensen. Van genetisch veranderde planten is echter bekend welke extra eiwitten ze maken. Dat is een groot voordeel boven andere nieuwe producten die de laatste jaren aan ons voedselpakket zijn toegevoegd. Kiwi's en andere importvruchten zijn zomaar verschenen en veroorzaken bij sommige mensen ernstige allergische reacties. Voordat gm-gewassen als voedingsmiddel worden toegelaten, wordt onderzocht of die extra eiwitten giftig zijn en of er een kans is dat ze allergieën opwekken. Een beoordeling van zo'n gm-gewas is te lezen op de website van de Nederlandse Gezondheidsraad (www.gr.nl/nederlands/welkom/frameset.htm). Er zijn tot nu toe wel toelatingen geweigerd, maar toegelaten gewassen hebben nog geen gezondheidsschade opgeleverd.

Bij dreigende ecologische schade komt het voorzorgprincipe, vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, uit de kast. Als er een beredeneerbaar risico op ecologische schade is, zegt het voorzorgprincipe, zelfs als dat risico wetenschappelijk niet is aangetoond, kan een regering op grond van het voorzorgprincipe een commerciële activiteit inperken.

Voor gm-gewassen is inmiddels in het laboratorium wetenschappelijk aangetoond dat ze schade kunnen veroorzaken. Een maïs die zich tegen vraat beschermt door een insectendodend eiwit te produceren doodde ook onschadelijke, tot de verbeelding sprekende, prachtige monarchevlinders die van het maïsstuifmeel aten. Of daardoor op de eindeloze Amerikaanse maïsakkers, voor een fors deel ingezaaid met gm-maïs, ook monarchevlinders sneuvelen is onbekend. Het aantal monarchevlinders loopt niet terug. Voor- en tegenstanders van gm-gewassen kunnen, met het vage voorzorgprincipe in de hand, elkaar eeuwig bestrijden.

Maar ecologische schade door een cultuurgewas is een vreemd idee voor wie de gruttoloze raaigraslanden in het Nederlandse Groene Hart, de leegte van de Noord- en Middenfranse graanakkers en helemaal de Amerikaanse landbouwwoestenijen in de Midwest heeft gezien. In landbouwgebieden bestaat geen ecologisch evenwicht. En waarom zouden gm-gewassen, het toppunt van industriële landbouw, daarvoor moeten zorgen?

Het argument dat genetische manipulatie in de landbouw onnatuurlijk is, is ook moeilijk te bestrijden. Landbouw en landbouwgewassen zijn niet natuurlijk. Natuurlijke maïs heeft rijpe kolfjes van een centimeter lang. De overige 19 centimeter zijn er in de loop van duizenden jaren door menselijke selectie aan toegevoegd. De laatste 100 jaar, toen de erfelijkheidswetten van Mendel doordrongen tot de landbouwpraktijk, is de `veredeling' nog veel harder gegaan. Nieuwe soorten zijn gekomen, gepropageerd en mislukt (golden delicious). Bloemen, fruit en groenten zijn het product van intensieve veredelingsprogramma's waarbij niet geschroomd is om zaden en planten aan net niet kiemdodende radioactieve straling bloot te stellen om maar veel mutaties op te wekken. Het heeft, na selectie en terugkruisen, nieuwe kleuren, dubbeldikke bloemen en hoge opbrengsten opgeleverd. Tegen die achtergrond bezien is genetische manipulatie van gewassen doelgerichter en rationeler, dus in gunstige zin onnatuurlijker.

In historisch en landbouwkundig perspectief geplaatst zijn de argumenten gezondheid, ecologie en `onnatuurlijkheid' onvoldoende om gm-voedsel uit het akkerlandschap te bannen. Zijn er dan helemaal geen bezwaren tegen gm-voedsel?

Jawel: de genetisch gemanipuleerde gewassen die tot nu toe op de markt zijn gebracht, zijn vrijwel allemaal bedoeld om de concurrentiepositie van enkele grote multinationaal werkende zaad- en agrochemie-industrieën te versterken. Zaad en een bestrijdingsmiddel moeten in vaste combinatie worden gebruikt. De Westerse consument is er niets mee opgeschoten en de mensen op het randje van de ondervoeding in de ontwikkelingslanden al helemaal niet.

In de landbouw is de laatste decennia veel mis gegaan (groene revolutie), maar de wereldvoedselproductie is de laatste 40 jaar verdubbeld. Dat was nodig om hongersnoden te bestrijden en de bevolkingsaanwas bij te houden.

Agrarische onderzoekers claimen dat genetische manipulatie de mogelijkheid biedt om gewassen te maken die beter stikstof uit de lucht binden (waardoor minder [kunst]mest nodig is), die tegen nachtvorst en droogte bestand zijn (waardoor het landbouwareaal wordt vergroot) en die het basisvoedsel verrijken met vitamine A of andere micronutriënten (waardoor nu nog veel kinderen en zwangere vrouwen ondervoed zijn). Maar het is allemaal nog niet gebeurd.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Wereldvoedselorganisatie (FAO) van de VN duwen wat in hun bureaucratie om het onderzoek op gang te houden. Er zijn wat academische centra en liefdadigheidsfondsen die moeite doen, maar academische centra zijn voor hun onderzoeksgeld afhankelijk van de industrie, en de grote zaadveredelaars investeren in de ontwikkelde landen. Ze tonen geen enkele belangstelling voor de markt in de ontwikkelingslanden.

De Britse Nuffield Council on Bioethics (nergens ter wereld worden de ethische dilemma's rond biotechnologie en genetische manipulatie zo goed gevolgd als in Groot-Brittannië) publiceerde vorig jaar haar rapport Genetically modified crops: the ethical and social issues (http://www.nuffield.org/bioethics/). Veiligheidsrisico's? Ga weg! Is kortweg de conclusie over de discussie die in Nederland maar voortmoddert.

Waar het werkelijk om gaat, zegt de Nuffield Council, is dat er een krachtig, publiek, politiek stelsel moet komen dat de ontwikkelingen stuurt zodat de gm-techniek wordt gebruikt waar het voor nodig is: monden vullen, geen zakken. Britten geloven nog in politieke macht. In Nederland ligt de macht eerder bij de consument die Albert Heijn, Unilever, en de grote Nederlandse zaadveredelaars met de portemonnee kan dwingen hun mondiale maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.

DOSSIER GENETISCHE MANIPULATIE www.nrc.nl

Wim Köhler is redacteur van NRC Handelsblad.