De wijde blik van cameratoezicht

Cameratoezicht in woonwijken is nog niet specifiek omschreven in de wet. Toch komen de eerste verdachten die op grond van videobeelden zijn betrapt al voor de rechter. Mag dat? Hoe een dealertje een testcase is geworden.

In de Rotterdamse rechtszaal keek heroïnedealer K. gisteren wat giechelig rond. Alsof hij zich afvroeg waaraan hij deze eer dankte. De Marokkaan, die in Frankrijk woont en in Nederland tot ongewenst vreemdeling is verklaard, reist regelmatig tussen Nederland en Frankrijk. In zijn pakje shag verstopt hij dan bolletjes heroïne. Een zaak van niets, een zaak als zovele.

Toch zat de rechtszaal vol en was zowel de pleitnota als het requisitoir opvallend dik. K. zat niet, zoals gebruikelijk is, voor de politierechter. Die had de zaak wegens het algemeen belang doorverwezen naar de meervoudige kamer. Want onbedoeld is K. een testcase geworden: hoe preventief kan cameratoezicht in een woonwijk nog zijn als je met de beelden van die camera's wettelijk niets mag ondernemen?

Er zijn al vaker mensen veroordeeld op grond van beelden die met videocamera's zijn vastgelegd. K.'s raadsman A. Seebregts is de eerste die een punt maakt van de vraag of dat in woonwijken is toegestaan. In de wet is specifiek over cameratoezicht in woonwijken namelijk nog niets vastgelegd.

K. was betrapt door camera's in het Rotterdamse Saftlevenkwartier. In deze wijk wordt veel gedeald en zijn de bewoners vaker dan gemiddeld slachtoffer van inbraken en berovingen. Nadat bewoners in opstand kwamen, is besloten tot een proef met camera's op straat. Dat is netjes afgekaart, vinden de gemeente en het openbaar ministerie. Zo is de Registratiekamer, die eerder vuistregels voor cameratoezicht opstelde, om advies gevraagd. Na de rellen bij het kampioenschap van Feyenoord vorig jaar is besloten de proef uit te breiden met camera's op het Stadhuisplein.

Sinds juni worden de beelden van de camera's 24 uur per dag bekeken. Sinds de camera's in het Saftlevenkwartier zijn opgesteld, zijn 27 `incidenten' waargenomen. Dat leidde eerder tot aanhoudingen en een veroordeling. K. is met de camera betrapt toen hij wat verdachts uitwisselde met anderen. Toen is er politie op hem afgestuurd. Die vond 67 bolletjes cocaïne en hield hem aan. Dat was geen handel, zei K. Dat was om gewoon voor wat heroïne te ruilen.

Is cameratoezicht een vorm van surveillance, ofwel een preventief middel? Of is het een bijzondere opsporingsmethode: observatie? Officier van justitie E. Lodder betoogde het eerste, advocaat Seebregts het laatste.

Het college van procureurs-generaal heeft toegegeven dat er in verband met de privacy ,,behoefte aan normering'' is, ofwel een wet. Maar vooralsnog is het OM van mening dat het gebruik van camera's een goed middel is. Het is niet de eerste keer dat justitie instemt met een proef waarvoor geen specifieke wettelijke basis bestaat. Zo oordeelde de rechter in december dat het ,,preventief fouilleren'' in een woonwijk onrechtmatig is. Dat was in de Rotterdamse Millinxbuurt. De driehoek van burgemeester, hoofdofficier en korpschef omschreef die actie van meet af aan als ,,een verkenning van de grenzen van de wet''.

Kan wel wezen, betoogde de raadsman, maar zo lang er nog geen wettelijke basis is mag je mensen niet veroordelen op grond van beelden. Of het nu gaat om beelden als bewijsmateriaal, of om beelden die ervoor zorgen dat de politie op iemand kan worden afgestuurd. Hij verwees naar artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In dat artikel is omschreven wanneer inbreuk op de privacy van burgers door de overheid is toegestaan. Artikel 8 maakt een onderscheid in stelselmatige en niet-stelselmatige observatie. In beide gevallen is volgens artikel 8 in Europese landen een wettelijke grondslag vereist. Voor stelselmatige observatie bestaat in Nederland die wettelijke grondslag in de wet-BOB, over bijzondere opsporingsbevoegdheden. ,,Maar daar hangt justitie nu onterecht de camera's aan'', aldus Seebregts. ,,De wet-BOB vereist namelijk dat er vooraf een redelijke verdenking bestaat.''

Cameratoezicht is geen stelselmatige observatie, betoogde officier Lodder. De camera's zijn in de eerste plaats een preventief middel, er hangen waarschuwingen voor de camera's en als met behulp van beelden iemand kan worden aangehouden, dan is dat mooi meegenomen. ,,Normale politiesurveillance wordt óók niet beschouwd als stelselmatige observatie.'' Seebregts kan zich voorstellen dat dit geldt voor de al ingeburgerde camera's in stadions, discotheken, winkelcentra of uitgaansgebieden. ,,Maar in woonwijken wóón je. Je kunt niet kíezen er naar toe te gaan. Daardoor heeft de observatie altijd een stelselmatig karakter.''

De raadsman betoogde daarnaast dat zelfs als van niet-stelselmatige observatie sprake is, de vereiste wettelijke grondslag ontbreekt. Het OM beroept zich hier op artikel 2 van de Politiewet die inbreuk op de levenssfeer toestaat voor algemene opsporingstaken. Seebregts verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is gesteld dat het dan om beperkte inbreuk op de privacy moet gaan. Weer gold volgens hem dat in een woonwijk van beperkte inbreuk geen sprake kan zijn. Seebregts noemde een brief van minister Korthals (Justitie) die stelde dat cameratoezicht raakt aan ,,fundamentele waarden''. En hij gaf het voorbeeld van een vrouw uit het Saftlevenkwartier die op televisie was. Zij vertelde dat ze was aangesproken door een van de mensen die de videobeelden bekeken. Hij had gezien en gezegd dat ze nogal vaak naar de bakker ging. En of ze daar niet te dik voor was.

De officier vroeg tegen K. zes maanden cel, de advocaat vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs. Als hij zijn zin krijgt, zal cameratoezicht in woonwijken een farce woren. Justitie en verdediging hielden al rekening met een hoger beroep. Dealer K. leek zich daarvoor niet bovenmatig te interesseren. Hij wil gewoon de cel uit, terug naar Frankrijk.

    • Margriet Oostveen