De glorie van 70 millimeter

Films moet je niet op de televisie zien maar in de bioscoop; het is een voorschrift dat al net zo lang bestaat als de televisie. In de jaren vijftig werd het kracht bijgezet door het witte doek zoveel mogelijk van het kleine scherm thuis te laten verschillen. Fred Astaire zong over de technische vernieuwingen die Hollywood inzette in de strijd tegen de televisie: ,,You've gotta have glorious technicolor, breathtaking cinemascope and stereophonic sound.'' Een van de grootste vernieuwingen, waarvoor in de jaren twintig al pionierswerk was verricht, sloeg Astaire over: de 70mm film, vernoemd naar het 70 millimeter brede negatief. Een 70mm film is veel breder en scherper en heeft een mooier geluid dan een standaard 35mm film. Volgens het Filmmuseum in Amsterdam is er ondanks de voortschrijdende digitale revolutie nog steeds niets dat kan wedijveren met de glorie van 70mm.

Het Filmmuseum vertoont nu zestien films die op dit formaat zijn gedraaid, waaronder klassiekers als Spartacus en Lawrence of Arabia en onbekende spektakels als 55 days at Peking en Krakatoa - East of Java. Het systeem is bijna in onbruik geraakt door de hoge kosten, zowel voor het maken als voor het vertonen van films. Toch vertoont het museum ook nog een paar nieuwere films, waaronder Far And Away (Ron Howard, 1992) en The Big Blue (Luc Bresson, 1988).

Aan de genoemde titels is al te zien dat natuur en geweld geliefde onderwerpen voor het brede doek waren. Een groot aantal 70mm films zijn films over oorlogen. Het ontstaan van het formaat heeft ook met oorlog te maken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Fred Waller, hoofd special effects bij Paramount, aan de ontwikkeling van een simulator voor het trainen van soldaten die in gevechtsvliegtuigen het geschut bedienden. Na de oorlog bouwde Waller zijn systeem om tot Cinerama, waarbij beelden uit drie 35 mm projectoren naast elkaar werden geprojecteerd op een gebogen doek. De eerste film die voor dit systeem gemaakt werd, This is Cinerama, ging in 1952 in New York in premiere en bleef er twee jaar draaien. Het eerste wat het publiek in deze travelogue te zien kreeg, waren beelden van een achtbaan. Ze roepen meteen de eerste beelden die een bioscooppubliek ooit gezien heeft in herinnering: de door de gebroeders Lumière gefilmde trein. Anders dan in 1895 zal het publiek in 1952 bij het zien van de beelden niet meer werkelijk zijn teruggedeinsd: woorden als adembenemend waren toen al spreekwoordelijk geworden. Zulke sensatie wordt nu nog in de Imax theaters geboden.

Cinerama was door het gebruik van drie projectoren een ingewikkeld en duur systeem. Het werd verbeterd door Broadwayproducent Michael Todd, die met het naar hem en de American Optical Company vernoemde systeem Todd-AO zorgde voor `Cinerama out of one hole'. In Todd-AO zijn een paar van de beroemste 70mm films gemaakt, waaronder Oklahoma! (1955), Cleopatra (1965) en The Sound of Music (1965). Maar Todd-AO was niet het enige breedbeeldsyteem. Er bestonden onder veel meer ook nog Cinemiracle, Vistavision, Technirama, Panavision en zelfs een Russische variant, Kinopanorama. De beste naam lijkt mij Realife. Breedbeeldfilms lijken meer op het beeld dat je eigen ogen je geven dan gewone films. Soms kun je John Wayne niet in close-up, maar alleen uit je ooghoeken waarnemen.

Size matters! Een 70 mm-filmpanorama. Filmmuseum, Amsterdam. T/m 6 sept. Dag. meestal 19 en 21.45u. Desmet, Amsterdam. T/m 3 sept. Dag. meestal 23u. Met o.a. The Alamo, Lawrence of Arabia, Apocalypse Now, The Fall of the Roman Empire, 55 Days at Peking.

Inl. 020-5891400

    • Bianca Stigter