Tussentijds record voor AEX-index

Kabelbedrijf UPC was vanmorgen de grootste stijger op de beurs, na meevallende halfjaarcijfers. De AEX-index beleefde daarmee een voorspoedige start en boekte een nieuw record, maar gaf daarna terrein prijs.

Kort na de opening van de markt belandde de AEX-index met een winst van ruim 5 punten op 692,44, een tussentijds record. Daarna dutte de handel in. Tegen het middaguur was de winst omgeslagen in een verlies van 0,57 punten op 686,50 punten.

Daarmee bleef Amsterdam achter bij veel andere beurzen in de wereld. Op Frankfurt na vertoonden de grote effectenbeurzen vanochtend een positieve ontwikkeling, in navolging van het Dow-Jonesgemiddelde en de elektronische beurs Nasdaq die stijgingen vertoonden van meer dan één procent.

Hoofdrolspelers op het Damrak waren de technologiefondsen. UPC voerde de lijst van stijgers aan. Beleggers leken tevreden over de grote omzetstijging die de kabelonderneming vanmorgen rapporteerde. Ondanks het ook sterk gestegen verlies in het eerste halfjaar stond het concern tegen het middaguur met twee euro winst op 27,25. Dat betekende een vooruitgang van bijna 8 procent. In het kielzog van UPC gingen andere ICT-waarden mee omhoog. Philips sterkte 1,40 euro aan op 50,70 euro en KPNQwest 1,30 euro op 37,50. ASM Lithography ging 80 eurocent omhoog naar 40,20 euro. KPN moest echter 1,05 euro inleveren op 36,75.

De grote verliezer onder de AEX-fondsen bleek Heineken. Een grote effectenbank bracht een verkoopadvies uit en de bierbrouwer zakte 2,40 euro, bijna vier procent, weg naar 61 euro. Ook staal- en aluminiumfabrikant Corus zat in de verkeerde hoek. Het concern betaalde met een daling van vier eurocent (3 procent) op 1,28 euro voor de onzekerheid over zijn toekomst. Zakenbank Merill Lynch gaf een verkoopadvies voor Corus af.

Ook de uitgevers VNU, Elsevier en Wolters maakten koersverlies, en drukten de AEX-index in de min.

Koninklijke Olie deed het daarentegen goed. De zwaargewicht van de Amsterdamse beurs profiteert weer volop van de stijgende olieprijzen. Dat leverde vanochtend een koerswinst op van 75 eurocent op 67,25 euro. De olieprijs steeg vanmorgen naar het hoogste niveau in tien jaar door zorgen over de Amerikaanse olievoorraad. In Londen werd op de termijnmarkten voor een vat Brentolie (levering in september) 32,30 dollar betaald tegen een slotkoers van 31,48 dollar gisteren. Daarmee is het record van 7 maart dit jaar, 31,95 dollar, overtroffen. Alleen tijdens de Golfcrisis in 1990 werd voor olie meer betaald. Ook op de andere Europese beurzen waren oliefondsen sterk.

Op de lokale markt daalde textielfabrikant Blydenstein-Willink, constant speelbal van speculaties over overname, 70 eurocent naar 6,50 euro. Vervoerder Frans Maas daalde met 1,80 naar 25,05 euro, een val van bijna 7 procent.