Praktische romantiek

Een taai misverstand bij de ware gourmand is dat iedereen naar een restaurant gaat om lekker te eten. Dat is niet het geval. De meeste restaurantbezoekers komen voor de sfeer, voor de gezelligheid, voor elkaar, voor de lage, of juist voor de hoge prijzen. Voor van alles, maar niet in de eerste plaats voor de gastronomie. Alleen eten is niet voldoende. Er moeten cowboys bij de T-bonesteak, opera bij de pasta, vallende obers bij de varkenshaas en kangoeroes bij de kangoeroe. De gast wil avontuur, theater, humor, ambiance en romantiek.

Het romantische gehalte is een niet te onderschatten criterium bij de keuze van een restaurant of een `verwenhotel'. ,,Romantisch tafelen voor twee'', daarna overnachten in een `romantische torenkamer' en tot slot ontbijten in een `romantisch tuinprieel'. Er is zelfs een internationaal samenwerkingsverband van restaurants en hotels dat de romantiek als bindend element heeft. Het doorbladeren van de folders geeft een verhelderend beeld van de attributen van de horecaromantiek. Romantiek is vakwerkhuizen, bakken met geraniums, gebloemde gordijnen, gepoetst koper, veel houten balken en een hemelbed met ruches. Romantiek is terug naar de goede tijden van weleer.

De hang naar nostalgische romantiek kan erg ver gaan. Zo laten sommige hotels zich er op voorstaan dat de gasten in echte bedsteden kunnen overnachten. En in Friesland is een herberg waar bij wijze van douche een emmer koud water klaar staat.

Het onvervulbaar verlangen en het lijden aan de tijd van de negentiende-eeuwse romantici is na tweehonderd jaar gereduceerd tot dineren bij kaarslicht onder eikenhouten balken bij een openstaande staldeur. De nachtzijde van het bestaan, bij de romantici vaak een essentieel gegeven, komt in de horecaromantiek niet aan bod. Romantiek moet wel leuk en comfortabel blijven. Zo krijgen de gasten in restaurant De Refter een minder sober rantsoen dan de kloosterlingen en de `armzalige weezen' die er eertijds verbleven. En in restaurant De Gevangentoren wordt niemand op water en brood gezet.

Gewoon romantisch schiet in het turbotijdperk tekort. Een nieuw fenomeen dient zich aan: de dubbelromantiek. Dat laat zich het beste verklaren met een paar voorbeelden. Neem een hotel in een Amsterdams patriciërshuis aan een van de grachten. Romantisch genoeg, zou je zeggen. Nee, toch niet voldoende, vinden de eigenaars, en ze richten het in Florentijnse stijl in.

Of kijk naar een hotel op een zweefvliegveld in een natuurreservaat. Wat is er romantischer dan een vliegveld in de duinen? Nog te weinig sfeervol, denkt de exploitant en hij richt het restaurant in als een Duits wijnhuis, het zwembad als een Romeins thermenbad en de hotelkamers als de gastenvertrekken in een Engels landhuis.

Zelfs strandtenten hebben tegenwoordig niet meer genoeg aan de pure charme van de zee, de golfslag en het zand. Een beetje strandtent heeft een thema. Een dagje naar Zandvoort is koffie drinken op Bali, een broodje kaas eten in de Verboden Stad onder een Chinees tempeldak en een biertje drinken op Hawaii.

Als het in wezen gaat om het verlangen elders te zijn – op een andere plaats of in een andere tijd – dan is uit eten of logeren gaan altijd een uiting van praktische romantiek. Wie eet in een oude boerderij met zicht op pastorale weiden met grazende koeien, kan even doen alsof er geen bio-industrie bestaat. Wie het glas heft op het terras van het veerhuis met een blik op een nostalgisch pontje, vergeet de dagelijkse file. En wie verkeert in een landhuis, een kasteel dan wel een kapitale villa, kan zich een weekendbaron voelen, al was het maar een textielbaron.

Praktische romantiek hoeft niet altijd nostalgisch van aard te zijn. De loungers in Amsterdam verpozen in de trendy interieurs van restaurants en cafés die zo uit de internationale designbladen komen. Ze wanen zich in Londen, New York, Sydney of Los Angeles, de steden waar ze eigenlijk zouden willen zijn. En het internetcafé is bij uitstek de locatie voor praktische romantiek, op één plaats overal elders zijn.

    • Joep Habets