`Partijen reageren defensief'

Hoe boeiend is het politieke en maatschappelijke debat in Nederland? Deel 3 van een serie: Lennart Booij over defensief debatteren in partijen.

Wie gaat nog naar een zaal, naar een discussieavond van een politieke partij? ,,Geen hond'', zegt Lennart Booij, voorheen Niet Nix'er in de PvdA, sinds een jaar zelfstandig ondernemer in het bureau Booij & Van Bruggen dat zich laat inhuren door bedrijven en overheden om `campagnes' te begeleiden. ,,Op partijbijeenkomsten zie je steeds dezelfde gezichten: Kamerleden, raadsleden, burgemeesters, Statenleden met hun ambtenaren. Het zijn allemaal mensen die de godganse dag al met elkaar zitten te vergaderen en elkaar 's avonds en in het weekend kennelijk ook niet kunnen missen.''

Over de PvdA wil Booij niet praten na zijn verloren strijd om het PvdA-voorzitterschap, anderhalf jaar geleden. Zijn stelling luidt: ,,Politieke partijen als ledenorganisaties verdwijnen.'' Valt dat te betreuren? ,,Nee, zeker niet. Partijen zijn in toenemende mate een rem op maatschappelijke ontwikkelingen. Ze reageren defensief. Het omroepbestel staat op instorten onder druk van de digitale revolutie. Hoor je partijen debatteren over nieuwe kansen? Nee, de discussie gaat over conservering: afschermen, concessies verlenen. Op het Kennisnet van minister Hermans (Onderwijs) mag geen reclame komen. Waanzin! Als je commercie op internet wilt tegenhouden, dan begrijp je niet hoe dat medium werkt. Zo'n Kennisnet is geen reservaat waar je een hek omheen kunt zetten.''

Het politieke denken van Lennart Booij is getekend door studies van de sociologen Michels en Bonger (eerste helft 20ste eeuw) over democratie en oligarchie. Het partijpolitieke systeem werkt volgens Booij nog steeds volgens die `ijzeren wetten': ,,Partijen zoeken het debat niet, omdat het bedreigend is voor hun oligarchie. Risico mijden, conflicten beheersen, belangen uitruilen, tegenstellingen afkopen – dat zie je voortdurend gebeuren in de politiek van alledag. Zogenaamd is het heel efficiënt. Maar het is dodelijk voor het instandhouden van burgerschap, voor het aantrekken van nieuwe mensen en nieuwe ideeën. Politici zeggen wel eens verwijtend dat kunstenaars en wetenschappers in Nederland zo weinig geëngageerd zijn. Ja, vind je het gek? Je mag alleen meedoen als je in hun straatje praat. Vrijdenkers worden meteen buiten de groep geplaatst.''

Booij geeft toe: ,,Het is sombermans' praat.'' En dat terwijl hij zegt uit te gaan van een ,,optimistisch toekomstbeeld''. De dynamiek in maatschappij en economie is ,,waanzinnig boeiend'', met digitale technieken die ongekende kansen bieden voor ondernemers en onderzoekers. Alleen: ,,De politiek kan het niet bijhouden. Het politieke debat heeft zich volledig losgezongen van de maatschappelijke werkelijkheid. De Kamer maakt zich druk over zo'n setje euromuntjes van minister Zalm. Jet Bussemaker en Leen van Dijke (Tweede-Kamerleden van PvdA en RPF, red.) komen met een wetje over werk weigeren op zondag. Zelf vinden ze dat geweldig boeiend. Maar burgers denken: het zal wel, ze doen maar, mij raakt het verder niet.''

Als organisator van `brainstorms' en congressen in het bedrijfsleven heeft Booij het afgelopen jaar ,,verbluffende dingen'' meegemaakt: ,,De debatcultuur in veel bedrijven is vele malen interessanter dan de discussies die ik de afgelopen jaren in de politiek heb gevoerd. In bedrijven worden confrontaties van meningen heel bewust georganiseerd. Daar wordt gedebatteerd met een inzet en een humor die ik iedere politieke partij zou toewensen. Bij banken, in telecombedrijven worden rivaliserende groepen medewerkers gevormd die innoverende ideeën moeten ontwikkelen. De beste ideeën worden uitgevoerd. Zie je zoiets gebeuren in partijen: een ideeëncompetitie over de ruimtelijke inrichting van Nederland bijvoorbeeld? Partijen zijn vrijwel afwezig in dat debat.''

In politicologische studies wordt bezorgd geschreven over politieke partijen die zich zouden ontwikkelen volgens het business firm model. De heersende Amerikaanse partijen opereren volgens dit model, waarbij ad hoc verkiezingsmachines rondom personen worden opgebouwd, niet gehinderd door al te veel samenhang in gedachtegoed. Silvio Berlusconi in Italië en Vladimir Poetin in Rusland hebben langs die weg hun politieke posities veroverd.

Is dat de dreigende trend voor Nederland: inhoudsloze partijen die als onderneming worden geëxploiteerd?

Booij ziet slechts een half bezwaar: ,,Zonder visie kun je geen politiek bedrijven, maar tegen een ondernemende cultuur in partijen heb ik geen enkel bezwaar. Met beginseldiscussies ben je in feite snel klaar: in de kern gaan die altijd over individuele vrijheid versus collectieve verantwoordelijkheid.''

Het is volgens Booij de taak van moderne partijen om beginselen te vertalen naar ,,herkenbare begrippen en praktische politiek''. Als een van de trefwoorden noemt hij toegankelijkheid: ,,Gelijke toegang tot onderwijs, arbeidsmarkt, zorg, nieuwe media. Als je dat beginsel onderschrijft, is de rest een kwestie van uitvoering. Dan zeg je tegen je partijgenoten: kom maar op, hoe krijgen we voor elkaar dat zwarte scholen geen achterstandsscholen zijn? Hoe regelen we dat veiligheid op straat iets anders is dan vijftig extra agenten naar buiten sturen en zestig camera's ophangen? Moderne burgers hebben helemaal geen zin in theoretische debatten. Die zeggen: oké, wat is het probleem, hoe gaan we het aanpakken – en dan wíllen ze het ook aanpakken. Praten om het praten: die tijd hebben we gehad, gelukkig.''

Eerdere afleveringen, verschenen op 8 en 10 augustus, zijn te lezen via www.nrc.nl/DenHaag. Zie hier ook Discussie.

    • Gijsbert van Es