Met luchtmacht naar Nederlands zwembad

Vrijwilligers bezorgen kinderen uit Oost-Europa een ontspannen vakantie in Nederland. Maar is de cultuurshock niet te groot, vragen critici zich af.

Er klinkt een luid gejuich en gejoel als de KDC10 van de Royal Netherlands Airforce de grond raakt op het vliegveld van Skopje, Macedonië. De passagiers, honderdvijftig Kosovaarse en Albanese kinderen, zijn opgetogen want ze zien het thuisfront naderen na een verblijf van drie weken bij Nederlandse gastgezinnen.

De 11-jarige Kosovaar Azem Kurtaz kijkt met een kinderverrekijkertje uit het raam: ,,Ik heb leuk gefietst en gespeeld in Nederland maar nu wil ik weer terug naar huis. Ik mis mijn familie.'' Hij kan niet wachten om zijn familie alle cadeautjes te laten zien die hij heeft gekregen: de verrekijker, kleren, een horloge en plakplaatjes. ,,Ze kwamen met helemaal niets, sommigen liepen zelfs op blote voeten. Moet je ze nu zien. Het zijn ware toeristen geworden met echte koffers'', zegt stewardess Leonie van der Bruggen.

Na aankomst op het vliegveld zet Christine Bruijn van de Stichting Europa Kinderhulp de kinderen op de bus naar huis en rent terug naar het vliegtuig. Nu zullen Bruijn en haar collega's doorvliegen naar Wit-Rusland om daar een nieuwe groep van honderd kinderen op te halen die ziek zijn als gevolg van de radioactieve straling na Tsjernobyl of die in achterstandsbuurten leven. Er moet een strak vliegschema aangehouden worden anders redden de medewerkers het niet in één dag. De luchtmacht stelt twee vluchten beschikbaar aan de stichting; verder worden trein en bus ingezet.

De zomer is een hectische tijd voor de driehonderd vrijwilligers van Europa Kinderhulp. Uit alle delen van Europa halen ze dan zo'n drieduizend kinderen voor een vakantie in Nederland. Het gaat om kinderen uit gezinnen die getroffen zijn door oorlog, armoede of milieuproblemen.

Oorspronkelijk lag de nadruk bij de in 1960 opgerichte stichting op bleekneusjes uit de achterstandswijken van de grote West-Europese steden (ook Nederland). In de laatste jaren is daar een aantal zogeheten bijzondere projecten bijgekomen: oorlogskinderen uit Bosnië en Kosovo, asmatische kinderen uit Tsjechië en met radioactieve straling besmette Wit-Russen. ,,De bedoeling is dat zo'n kind bijtankt: goed eten, spelen, en ook even wat regelmaat. Bovendien zitten die kinderen uit achterstandsbuurten vaak in dubieuze circuitjes, dus zo'n gastgezin geeft ook een ander referentiekader. Dan ziet zo'n kind dat het niet normaal is dat vader moeder in elkaar timmert of laveloos op de bank ligt'', zegt Bert van der Tuuk, vrijwilliger van de stichting.

Van der Tuuk wordt vaak gevraagd of zo'n vakantie niet te verwarrend is voor kinderen die het toch al niet makkelijk hebben. En daarbij, zo zeggen critici: zo'n kind wordt drie weken lang een worst voorgehouden van een luxe die hij nooit zal kennen. Van der Tuuk heeft zijn antwoord klaar: ,,Die kinderen zijn erg flexibel. Ze hebben een enorm aanpassingsvermogen. Ze vinden het in Nederland meestal ontzettend leuk, maar zijn ook weer blij om naar huis toe te gaan. Thuis blijft toch thuis, hoe beroerd het er ook moge zijn.''

Bij aankomst in Minsk worden de vrijwilligers opgewacht door `meneer Anton', de voorzitter van het Rode Kruis in Wit-Rusland. In elk land werkt Europa Kinderhulp samen met een plaatselijke organisatie. Vaak is dat de sociale dienst uit het desbetreffende gebied, het Rode Kruis of het Leger des Heils. Deze organisaties dragen zorg voor de selectie van de kinderen en leveren soms ook een financiële bijdrage.

De zoon van meneer Anton is ook aanwezig. Hij staat tussen de menigte ouders zijn kindje uit te zwaaien. Maar familie van meneer Anton ziet er arm noch ziek uit. Hoe zit dat? ,,Wij proberen zo goed mogelijk zicht te houden op de selectie maar er zijn altijd wel een paar kinderen van partijbonzen die er tussendoor slippen'', zegt Van der Tuuk. Daar is volgens hem weinig tegen te doen.

Het vliegtuig wordt voor de tweede keer die dag volgeladen, nu met twaalfjarigen bij wie radioactieve straling de schildklier heeft aangetast. De zieke Tatyana gaat alweer voor de vierde keer naar Nederland. Ze heeft een T-shirtje met palmbomen erop aan en is in vakantiestemming: ,,In Nederland is er tenminste frisse lucht en lachen de mensen op straat. Bij ons kijken ze altijd somber want ze hebben het moeilijk. Maar het allerleukste in Nederland zijn de zwembaden''. Het vliegtuig stijgt op en voor de tweede keer die dag klinkt er gejuich.