Liever stamcellen dan varkensharten

Komt het klonen van de mens binnen handbereik, nu het Amerikaanse bedrijf Geron, naar gisteren bleek, zich intensiever gaat bezighouden met onderzoek naar stamcellen voor transplantie?

Onderzoekers kunnen zogeheten embryonale stamcellen door een speciale behandeling zich laten ontwikkelen tot verschillende celtypen. De medische belangstelling voor deze technologie is erg groot, omdat hiermee nieuwe cellen gemaakt kunnen worden die zich lenen voor transplantatiedoeleinden. Diabetespatiënten kunnen op deze manier bijvoorbeeld nieuwe insuline-producerende cellen krijgen. Voor sommige hartpatiënten worden transplantaties overbodig doordat er via stamceltherapie ontwikkelde spiercellen kunnen worden ingespoten.

Tot zover lijkt er dan ook weinig controversieels aan de beslissing van het Amerikaanse bedrijf Geron om het onderzoek naar deze stamcellen te intensiveren. Embryonale stamcellen lenen zich echter niet alleen voor het ontwikkelen van allerlei celtypen, maar kunnen ook gewonnen worden uit gekloonde embryo's; deze kunnen gemaakt worden door een volwassen kern in een lege eicel te plaatsen. Het klonen van mensen is zeer omstreden en om die reden verboden.

Op dit moment gelden er in Nederland strenge restricties op het onderzoek met menselijke embryonale stamcellen. Het onderzoek van in Nederland ontwikkelde embryonale stamcellen mag zich alleen richten op problemen die verband houden met de vruchtbaarheid. Voor andere toepassingen mogen alleen stamcellen uit het buitenland worden gebruikt. Het gebruik van embryo's ten behoeve van stamceltherapie met het oog op transplantatie is in Nederland uit den boze.

Het stamcelonderzoek is geregeld in een moratorium, maar een wetgeving op dit gebied is in de maak. Op hele korte termijn, binnen enkele weken, zal het kabinet een wetsontwerp hierover behandelen.

Dan zal het erom spannen. Het kabinet en de verantwoordelijke minister Borst zijn terughoudend, maar de Gezondheidsraad heeft in 1997 een advies gegeven dat veel verder gaat. De raad wil het speciaal voor onderzoek kweken van embryo's onder strikte voorwaarden toestaan.

Nederlandse onderzoekers zijn er zeer op gebrand om meer stamcelonderzoek te mogen doen. Eén daarvan is Christine Mummery van het Utrechtse Hubrechtlaboratorium voor ontwikkelingsbiologie, die met haar groep aan de kweek van embryonale stamcellen van apen werkt. Deze stamcellen lijken veel op die van de mens, maar het is een grote wens van Mummery om met menselijke stamcellen aan de slag te gaan. Ze werkt al samen met een Australische groep die wel menselijke stamcellen kan maken. In november zullen de Nederlanders de Australische stamcellen op kunnen halen om er onderzoek mee te doen.

Mummery pleit ervoor ook in Nederland menselijke embryonale stamcellen te mogen produceren voor transplantatie-onderzoek. Mummery: ,,Er zijn slechts twee onderzoeksgroepen in de wereld die toegang hebben tot menselijke stamcellen, waaronder die van Jamie Thompson die samenwerkt met Geron. Het onderzoek staat echt nog in de kinderschoenen. Er moet nog veel uitgewerkt worden. Geron heeft de octrooien in handen en is dus de eigenaar van de technologie van het kweken van embryonale stamcellen.'' Volgens Mummery is het van groot belang dat er ruimte komt voor onafhankelijk onderzoek aan menselijke embryonale stamcellen. ,,Onderzoek dat gelieerd is aan het bedrijfsleven komt alleen naar buiten met positieve resultaten. Als wij de technologie mogen onderzoeken, publiceren we alles, positief én negatief. De Australiërs waarmee wij samenwerken, zijn ook onafhankelijk.''

Geron maakte gisteren bekend dat het onderzoek naar stamceltherapie zal intensiveren, ten koste van het xenotransplantatie-onderzoek. Xenotransplantatie, waarbij de organen van varkens worden overgeplant naar de mens, werd jarenlang gezien als enige oplossing voor het tekort aan donororganen. Door de wetenschappelijke vorderingen op het gebied van stamceltherapie lijkt deze technologie nu het voordeel van de twijfel te krijgen. Over de vraag of stamceltherapie beter werkt dan xenotransplantatie, zijn de meningen echter verdeeld, vertelt Mummery. ,,Vraag het tien wetenschappers en vijf antwoorden ja en vijf antwoorden nee. Het is moeilijk om met stamcellen complexere weefsels te maken. Wetenschappers zijn er onlangs in geslaagd om met stamcellen meer weefsellagen te maken en om uit een stamcel meer celtypes te maken, maar het zal waarschijnlijk heel moeilijk worden een heel orgaan te produceren.''

De eerste behandeling die de onderzoekers met stamceltherapie beogen, is de ondersteuning van beschadigde organen. Vaak zal dat afdoende zijn om een patiënt te helpen. Bij het Hubrechtlaboratorium werken de ontwikkelingsbiologen bijvoorbeeld met embryonale stamcellen die tot hartspiercellen kunnen differentiëren.

Mummery legt uit: ,,Iemand die na een hartinfarct zoveel weefselschade heeft opgelopen dat de pompwerking van hart niet meer goed is, komt nu in aanmerking voor een harttransplantatie. De kleppen en andere onderdelen van het hart functioneren echter nog goed. Via menselijke stamcellen kunnen we nieuwe spiercellen bijspuiten, zodat transplantatie overbodig is.''

Op dezelfde wijze werken andere onderzoekers aan stamceltherapiën voor de behandeling van diabetes en Parkinson.

Ethicus dr. Marcel Verweij verbonden aan het het Utrechtse Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht en de afdeling Filosofie van de Universiteit van Amsterdam, vindt dat onderzoek aan embryonale stamcellen voor bepaalde groepen patiënten grote beloftes heeft, maar dat er wel zorgvuldig mee moet worden omgesprongen: ,,Een embryo is meer dan alleen een klompje cellen, omdat het potentieel had kunnen uitgroeien tot een volwaardig mens. Dat maakt dat we er eerbied voor hebben, en dat kan helemaal los staan van religie. Wetenschappers die er mee werken zullen dat ook erkennen. Het is dus belangrijk om heel goed te omschrijven voor welke toepassingen je het kweken van stamcellen toelaat''.

    • Sander Voormolen