Een nieuwe Gouden Eeuw

Amsterdam haalt het ene na het andere ict-bedrijf binnen zijn grenzen. Dat geeft de stad een nieuwe dynamiek die drijft op kennis. Een mogelijke grens aan de groei is de beschikbaarheid van werknemers met die benodigde kennis.

Volgens volkswijsheid werd het geld ooit verdiend in het nijvere Rotterdam met z'n haven en distributienijverheid, en vervolgens uitgegeven door het meer op vermaak, onthaasting en uitkering gerichte Amsterdam. Die rollen zijn inmiddels omgedraaid. Zeker nu Amsterdam snel uitgroeit tot 's lands voornaamste centrum voor informatie en communicatie technologie (ict). Geloof het of niet, onder de vooroorlogse wijk Watergraafsmeer ligt nu Europa's drukste knooppunt van internetverbindingen.

Wie mocht twijfelen, moet maar eens bovengronds gaan kijken in Amsterdam-Zuidoost nabij Ikea. Daar werd op 28 juni j.l. begonnen met de bouw van een enorm complex of `campus' van middelhoge door loopbruggen verbonden gebouwen. De totale oppervlakte wordt 97.000 vierkante meter en er werken tezijnertijd 5.000 werknemers van Cisco Systems, de Amerikaanse megafabrikant van netwerk- en internetapparatuur. Het wordt de grootste buitenlandse investering tot nu toe van Cisco, pas in 1984 opgericht maar nu qua marktwaarde met zo'n 460 miljard dollar na Microsoft nummer twee in de wereld.

Eén van Cisco's grote klanten is het eveneens Amerikaanse WorldCom, een telecomaanbieder die de komende jaren luttele kilometers verderop in Overamstel neerstrijkt met een groot centrum en 2500 werknemers. Dat complex langs de Weespervaart wordt 35.000 vierkante meter groot en vanaf eind volgend jaar opgeleverd. Het gaat niet alleen WorldComs Nederlandse werkmaatschappij herbergen en z'n internetdochter UUNet, maar ook het Europese managementcentrum, het beheer van het mondiale datanetwerk en een service-centrum.

Zo zijn er talrijke andere grotere en vooral ook kleinere ict-bedrijven die Amsterdam weten te vinden. Waarom? Marketing-directeur Paul Straathof van Cisco somt enthousiast op: Amsterdams culturele en grootstedelijke uitstraling, de grote talenkenis van de bevolking, haar handelsgeest, soepele omgang met andere culturen etc.. Daar komt volgens Straathof nog heel wat bij: ,,De prima ligging van Nederland als logistieke uitvalsbasis voor heel Europa en Nederlands uitstekende handelsverdragen met de buitenwereld. Dat maakt het ook voor ons gemakkelijker van hieruit zaken te doen met de wereld.''

Directeur ir. Geert de Groot van WorldCom, die nu nog in de Rembrandt-toren resideert, voegt daar andere argumenten aan toe: uitstekend belastingklimaat en Nederlands neutrale positie. Hoezo? De Groot: ,,Een keuze voor één groot Europees land zou elders op het continent scheve ogen geven. Dat lijkt vergezocht maar speelt wel mee.'' Maar staan daar niet de files, parkeerproblemen, huizentekort, criminaliteit en ander ongerief tegenover?

De Groot blijkt niet onder de indruk. Hij laat busjes rijden van en naar het naburige Amstelstation. ,,De mensen kunnen natuurlijk gemakkelijk buiten Amsterdam gaan wonen. Een substantieel deel van ons personeel zal uit het buitenland komen en daar zijn ze gewend aan langer woon-werkverkeer.'' Daarbij komt dat Amsterdam met zijn uitersten van peperdure grachtengordels en oeverloze sociale woningsbouw meer gaat mikken op comfortabele middenklassebouw. Via sloopwerk in oude wijken en nieuwbouw in IJburg.

Toch blijft er een klemmend probleem waar niet alleen Cisco en WorldCom mee kampen maar de hele sterk groeiende Nederlandse ict-sector, namelijk personeelsschaarste.

Dat de ict in omvang explodeert is duidelijk. Hoewel de sector dit jaar met een omzet van zo'n 50 miljard gulden nog maar een procent of zes van het nationale product voor z'n rekening neemt, tekent de ict volgens het Centraal Plan Bureau nu al voor een kwart van onze economische groei. Daar komt volgens Adriaan van Liempt, die binnenkort aan de Universiteit van Amsterdam hoopt te promoveren op arbeidsvoorwaarden in de itc-sector, nog wat bij: ,,Er wordt verwacht dat nog dit decennium 80 procent van alle bedrijvigheid beïnvloed zal worden door het ict-gebeuren.'' Van Liempt, behalve onderzoeker ook eigenaar van het bedrijfje Cyber Happy Software, wijst er op dat ict niet alleen meer wordt ingezet om efficiency en productiviteit te bevorderen, maar een zelfstandige rol krijgt in álle economische activiteiten.

Deze dynamiek drijft, anders dan in het industriële verleden, niet meer in eerste instantie op het gebruik van grondstoffen of mensuren zweet maar op kennis. Wat zou betekenen dat er nauwelijks grenzen zijn aan de groei van de ict-sector of het zou moeten zijn: de beschikbaarheid van werknemers met die benodigde kennis. Dat blijkt nu inderdaad het voornaamste obstakel voor verdergaande snelle ict-geleide groei. Vooral ook in Nederland dat weliswaar veel internationale ict-bedrijven weet aan te trekken maar tegelijk met 2,4 procent Europa's laagste werkloosheidspercentage kent.

Volgens het ministerie van Economische Zaken komt Nederland op de zevende plaats in de rangorde van landen die `klaar zijn voor de informatiemaatschappij'. De regering wil die positie met een waslijst van initiatieven behouden en zo mogelijk versterken. Van het Twinning-project waarbij ict-starters met advies en geld op weg worden geholpen, tot de `Taskforce ICT' waarin overheid, bedrijfsleven en onderwijs samen de informatica-opleidingen willen stimuleren. En eerder dit jaar lanceerden de bewindslieden Jorritsma (EZ), Hermans (Onderwijs), Van Boxtel (Grote Steden) en Korthals (Justitie) eendrachtig de campagne `Nederland gaat digitaal'.

Gebeurt dat ook? Het antwoord moet luiden: ja, maar te mondjesmaat. Elk jaar voltooien slechts 3.000 studenten hun mbo-, hbo- en wo-opleidingen informatica terwijl de sector er jaarlijks 15.000 nodig heeft. Maar er is een tweede personele ict-bron: het omscholen van mensen uit meer traditionele industriële sectoren. Dat zijn er meer dan 3.000 per jaar. Een derde bron vormen buitenlandse informatica-experts. Maar de andere EU-landen kampen ook met grote tekorten terwijl het aantrekken van experts uit Oost-Europa of India in Nederland een tijdrovende affaire blijft.

,,Nederland loopt op dit punt nog hopeloos achter met zijn wetgeving'', klaagt Adriaan van Liempt. ,,De VS kwamen een paar jaar geleden al tot de conclusie dat hun economie in de 21-ste eeuw alleen snel kan doorgroeien bij een voldoende aanbod van ict-experts. Dus lanceerden zij prompt een `actieplan 21ste eeuw' om experts van buiten de VS te werven. Sindsdien hebben Amerikaanse bedrijven de arbeidsmarkten in Oost-Europa en India behoorlijk afgeroomd.''

Volgens globale schatting werken er in Nederland nu ongeveer 400.000 ict-ers. Hoewel scheidingen in de sector steeds kunstmatiger worden en technologieën steeds meer in elkaar vergroeien, houdt grofweg de helft daarvan zich vooral bezig met communicatie en de andere helft met informatie technologie. Van die laatste groep is weer de helft betrokken bij hardware (computers en randapparatuur), eenderde met dienstverlening en de rest met software. Nog een paar kenmerken van de sector: de doorsnee-leeftijd van de werknemers is er 32 tot 35 jaar en slechts 10 procent is ouder dan 45 jaar. En van de 6.500 Nederlandse ict-bedrijven en bedrijfjes houdt nauwelijks een tiende deel zich direct bezig met internet. Al groeit dat aantal snel.

Het ministerie van Economische Zaken houdt het voor 2003 op een behoefte aan it-ers van 280.000, bijna 100.000 meer dan er nu aan de slag zijn. De International Data Corporation deed in opdracht van Cisco arbeidsmarktonderzoek in Europa waarbij de onderzoekers uitgingen van het aantal benodige `netwerk-experts'. Waren er volgens IDC in 1998 in West-Europa 675.000 van die experts, volgens een `zeer conservatieve' schatting groeit die behoefte met 26 procent per jaar naar 1,6 miljoen in 2002. Over dezelfde periode voorziet de IDC echter een aanbodsgroei met 16 procent per jaar tot ruim 1 miljoen netwerkexperts in 2002. Kortom, er dreigt binnen twee jaar in West-Europa een tekort van 600.000 deskundigen.

Wat Nederland aangaat, voorspelt de IDC voor 2002 een vraag naar 121.637 netwerkexperts bij een aanbod van slechts 63.634 wat een tekort zou opleveren van ruim 58.000 deskundigen. In Europa komt Nederland daarmee relatief gesproken slecht voor de dag. Alleen België scoort slechter.

De gevolgen van die tekorten kunnen ingrijpend uitpakken. Zo zal Europa op ict-gebied verder achterblijven bij de VS en mogelijk ook bij Azië. Groeivertraging in de ict-sector als gevolg van personeelsgebrek leidt tot algemene groeivertraging. Het kleinere (ict)-bedrijf pleegt als motor van de economie te fungeren maar heeft minder middelen om zelf opleidingen te arrangeren en loopt daardoor het risico extra achter te blijven. Tot slot zullen personele tekorten hoe dan ook leiden tot loonopdrijving en ook dat gaat ten koste van de groei. Dit jaar zullen de loonstijgingen in de ict-sectornaar verwachting uitkomen op zo'n 12 procent – ruim drie maal het nationale gemiddelde – en verdient de doorsnee ict-er een ton per jaar.

De grootste ict-werkgever van het land is KPN met 36.000 werknemers. Het bedrijf spaart kosten noch moeite om aantallen vacatures binnen de perken te houden. Tot nu toe met redelijk succes, verzekert woordvoerster Martine Koreman. Een speciale `werfgroep' van KPN organiseert en bezoekt beurzen, adverteert, screent websites, belegt gastenavonden, kortom gebruikt alle mogelijke circuits om personeel te vinden. Op hbo's en universiteiten biedt KPN speciale business-cursussen aan en kunnen deelnemende studenten somsop deeltijdbasis bij het bedrijf in dienst komen. Eenmaal binnen KPN kunnen ze, volgens Koreman, gebruik maken van KPN's eigen ICT-Academie die allerhande cursussen, congressen en seminars organiseeert.

WorldCom bedient zich volgens directeur ir. Geert de Groot van soortgelijke methoden en is verder voornemens ongeveer de helft van het toekomstige personeel uit Groot-Brittannië en de VS te betrekken. De Groot: ,,De basisopleidingen in Nederland zijn van hoog niveau maar in de praktische uitwerking richting ict vallen grote gaten.'' Zijn aanbeveling: ,,Veel meer samenwerking tussen onderwijs en bedrijven, meer wederzijdse stages en uitwisseling van studenten, hoogleraren en werknemers. Nederlandse universiteiten hebben een te theoretisch en wetenschappelijk aureool en doen te weinig aan het ontwikkelen van ondernemerschap. Wij zijn in gesprek met een aantal Nederlandse universiteiten en hoge scholen om daar verandering in te brengen.''

Het verst op onderwijsterrein gaat Cisco Systems. ,,Steeds meer bedrijven vissen hier in dezelfde beperkte vijver van ict-experts'', vertelt `education program manager' Shannon Bigelow. Om de personele nood te lenigen introduceerde Cisco inmiddels z'n eigen Networking Academy in Nederland. ,,Ons programma maakt gebruik van interactieve en multimediale lesmethoden via internet en leert studenten tevens praktisch netwerken te ontwerpen, te installeren en te onderhouden. Wij bieden vanuit de VS gratis leerprogramma's van 280 uur aan Nederlandse scholen. Die kunnen ons programma apart brengen of in hun eigen curricula integreren. Wij leiden op regionale centra de benodigde leraren op en bieden praktische lesuitrusting tegen sterk gereduceerde prijzen.''

Volgens Bigelow gaan niet minder dan 31 van de 43 Nederlandse mbo/mts scholen het komende schooljaar met het lesprogramma van Cisco's Networking Academy in zee. Hetzelfde doen het Amsterdamse Berlage Lyceum en de Hoge School Limburg. In september verwacht ze dat 2000 à 3000 Nederlandse studenten ermee aan de slag gaan. ,,De technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat een overheid dit onmogelijk kan bijhouden'', licht marketing-chef Paul Straathof van Cisco toe. ,,Een formeel lesboek wordt hoogstens om de vijf jaar vernieuwd. Wij werken vooral via internet en daarom kunnen we de stof elk moment aanpassen.''

Straathof beklemtoont dat afgestudeerden van de Networking Academy geen enkele verplichting hebben later bij Cisco te werken. Al zou dat natuurlijk wel prettig zijn. ,,Maar we beseffen dat ook onze klanten grote behoefte aan netwerk-experts hebben. Daarom kunnen zij van ons onderwijsprogramma profiteren en dat is weer goed voor ons.''

    • Ferry Versteeg