Een morele kat in de zak?

Aan de keuze van Joseph Lieberman als Democratisch kandidaat voor het vice-presidentschap van de Verenigde Staten zitten een paar aspecten die van algemener aard zijn dan de calculaties van binnenlandse, ja van interne partijpolitiek, die natuurlijk ook een rol gespeeld hebben. Sommige van die aspecten vind je ook terug in, bijvoorbeeld, de Nederlandse politiek.

In de nabeschouwingen over die keuze is er vooral de nadruk op gelegd dat Al Gore, door die keuze, zich duidelijk gedistantieerd heeft van president Clinton. Senator Lieberman was immers vrijwel de enige belangrijke Democraat die Clintons gesjoemel met Monica Lewinsky indertijd openlijk veroordeelde als `immoreel'.

Daarmee schaarde hij zich in de praktijk naast al die Republikeinen die door hun tegenstanders – dat wil zeggen: Clintons aanhangers – voor fatsoensrakkers werden uitgemaakt. Hillary Clinton sprak zelfs van een extreem-rechtse samenzwering. Het verschil was alleen dat Liebermans veroordeling niet zo ver ging dat zij hem ertoe bracht voor Clintons afzetting te stemmen.

Feit blijft dat Lieberman, een orthodoxe jood die de sabbat houdt, er op het gebied van de zedelijkheid beginselen op na houdt die, als een christen ze zou verkondigen, hem als conservatieve gluiperd zouden brandmerken (althans bij degenen die meer verlichte principes huldigen). In feite is Lieberman een van de meest conservatieve Democraten in de Senaat.

Maar behalve dat, schaamt hij zich er niet voor voortdurend te getuigen van zijn diepe geloof. Op het nieuws van zijn keuze als kandidaat voor het vice-presidentschap reageerde hij door de oudtestamentische Kronieken aan te halen en zijn keuze als een wonder te beschrijven. Vervolgens ging hij met Al Gore (een gelovige baptist) in gebed en slaagde hij erin om in een rede van een half uur twaalf keer Gods naam te noemen. Een televisiedominee zal het hem niet verbeteren.

Niettemin: groot gejuich bij de Democraten, die zulke taal gehuichel plegen te noemen wanneer die uit mond van de Moral Right komt. Overigens was Moral Right zelf ook vol lof voor Al Gore's keuze. Zou die beweging minder partijdig zijn dan ze wordt afgeschilderd, ja minder partijdig zelfs dan libertijns links?

Libertijns links zou trouwen wel gegronde bedenkingen kunnen koesteren – en koestert die misschien ook wel – tegen een man als Lieberman, die het beleid opnieuw wil bezielen met godsdienstige waarden. De scheiding tussen kerk en staat zou erdoor in gevaar kunnen komen. Maar tot dusver zijn zulke geluiden nog niet gehoord.

Hoe komt dat? Overweegt de vreugde over wat een briljante tactische zet van Al Gore lijkt te zijn? Wordt de Democraat Lieberman veel vergeven wat een Republikein nagehouden zou worden? Of beschermt zijn godsdienst hem voorlopig tegen kritiek die een medechristen ruimschoots ten deel zou zijn gevallen? Er zijn immers slechts weinigen die het verwijt van antisemitisme willen riskeren, zelfs wanneer het ongegrond is.

Behalve de verdere vervaging van de grens tussen kerk en staat die het gevolg zou kunnen zijn van Liebermans benoeming, zijn er ook andere standpunten die die benoeming, nader beschouwd, tot een risico zouden kunnen maken. Zo is hij niet geliefd bij de machtige onderwijzersbond, bij Hollywood (wegens zijn campagne tegen pornografie) en bij de bonden in het algemeen (wegens zijn geestdrift voor vrijhandel).

Anderen zullen zich misschien op een goed ogenblik herinneren dat hij, met Gore, tot de weinige Democraten behoorde die tien jaar geleden voor de Golfoorlog stemden. In welk geval getuigt dit alles van een grote onafhankelijkheid en tevens van Gore's moed, want met die onafhankelijkheid van zijn tweede man zou hij in de loop van zijn presidentschap wel eens last kunnen krijgen. Zo ja, dan heeft hij misschien een morele kat in de zak gekocht.

Nu heeft Lieberman intussen sommige van zijn standpunten weer gedeeltelijk ingeslikt (zó principieel is hij ook niet), maar nu doet zich het merkwaardige fenomeen voor dat, terwijl er schande van wordt gesproken dat Dick Cheney, George Bush' tweede man, thans andere standpunten inneemt dan hij vijftien of twintig jaar geleden als Congreslid heeft verdedigd, er in de publiciteit stilzwijgen heerst over Liebermans soepelheid.

Dit verschijnsel is in ons land niet vreemd. We hoeven slechts te denken aan antirevolutionaire minister Smallenbroek, die in 1966 moest aftreden omdat hij, lichtelijk aangeschoten, bij het parkeren een andere auto had beschadigd, terwijl enkele jaren later de toen revolutionaire minister Pronk vrijuit ging toen hem iets dergelijks was overkomen (in een sloot gereden). Het merkwaardige is alleen dat deze lankmoedigheid zich in de Verenigde Staten vooralsnog ook uitstrekt over een uitgesproken conservatief man als Lieberman.

Er is nog een aspect aan Liebermans benoeming dat nog niet veel aandacht heeft gekregen. Hij is – begrijpelijk van een jood – vurig kampioen van de Israelische zaak. Op zichzelf is daar misschien niets tegen, maar het tekent wel hoe geringe rol overwegingen van buitenlandse politiek bij de benoeming hebben gespeeld. Zij zal immers de Amerikaanse functie als onpartijdig bemiddelaar in het conflict tussen Israel en de Palestijnen slechts moeilijker maken. Dat wil zeggen: als Gore en Lieberman in november gekozen worden.