Duitse bonanza

DE BIEDINGSOORLOG in Duitsland is in volle hevigheid uitgebroken. De veilingklok voor de licenties van de nieuwste vorm van mobiele telefonie staat inmiddels boven de tachtig miljard D-mark. Hiermee is het bedrag dat telecombedrijven bereid zijn te betalen voor de zogenoemde UMTS-frequenties in Duitsland nu al hoger dan het recordbedrag eerder dit jaar in Groot-Brittannië en veel hoger dan de opbrengst van de UMTS-veiling die Nederland vorige maand hield. En de biedingen in Duitsland gaan onverminderd door.

Dit is interessant, en wel om twee redenen. De eerste is dat de Duitse schatkist een fenomenale meevaller kan tegemoetzien. De overheidsschuld is door toedoen van de Duitse hereniging in de jaren negentig alarmerend gestegen en zelfs boven het criterium van `Maastricht', de afspraken die van kracht waren voor deelname aan de euro, terechtgekomen. Nog steeds pompt de Duitse overheid jaarlijks meer dan honderd miljard D-mark in de Oost-Duitse Länder. De inkomsten die nu bijna letterlijk uit de lucht komen vallen, zijn uitermate welkom. De Duitse regering doet er ook goed aan het geld in de aflossing van de staatsschuld te steken, zoals de ministers van Financiën in Europees verband met elkaar hebben afgesproken, en alleen de rentemeevallers als gevolg van de verlaagde schuld te gebruiken voor overheidsuitgaven.

DE TWEEDE REDEN is dat de telecomconsortia bereid zijn om megabedragen neer te tellen voor een UMTS-licentie. Ze verwachten zeer veel van de toekomstige markt van internet via de zaktelefoon en het veilingsysteem blijkt een uitstekende manier om de schaarse frequenties onder de hoogste bieders te verdelen. Hoewel: niet overal zijn de opbrengsten spectaculair. In Nederland bracht de UMTS-veiling vorige maand 5,9 miljard gulden op.

Dit schamele bedrag vraagt om een uitleg nu blijkt dat na de Britse ook de Duitse veiling een veelvoud oplevert. Natuurlijk, de Britse en de Duitse markten zijn omvangrijker. Duitsland telt vijf keer zoveel inwoners als Nederland, maar de tussenstand van de Duitse veiling is al zestien keer hoger dan het eindbedrag van de Nederlandse. De onontkoombare conclusie luidt dat de Nederlandse veiling voor de telecombedrijven een koopje is geweest, met een veel te lage opbrengst voor de Nederlandse schatkist.

Op een onbezonnen moment had minister Zalm (VVD, Financiën) bevestigd dat de opbrengst van de UMTS-veiling in Nederland wel zo'n twintig miljard gulden kon bedragen (en PvdA-fractieleider Melkert had voor de besteding ervan onmiddellijk leuke dingen bedacht). Zalm moet daar veel spijt van hebben, want afgezien dat de uiteindelijke opbrengst voor de schatkist stukken lager is uitgevallen, heeft de directie Financieringen van zijn departement zich intensief met de advisering bij de veiling bemoeid. Aan die advisering heeft blijkbaar het een en ander geschort.

DE EERSTE verantwoordelijkheid voor de Nederlandse veiling lag bij staatssecretaris Monique de Vries (VVD) van Verkeer en Waterstaat. Gedurende de veiling heeft ze de indruk niet kunnen wegnemen dat ze amper begreep waarover het precies ging en nu zit ze met een lelijk probleem. Ze zal met een geloofwaardige verklaring moeten komen waarom de opbrengst hier zoveel lager is als in Duitsland of Groot-Brittannië. Het ligt immers voor de hand dat de opzet van de veiling waarvoor haar departement heeft gekozen, hiermee iets te maken heeft.

In Duitsland (en Groot-Brittannië) zijn er meer gevestigde bedrijven in de race dan het aantal aangeboden frequenties. De grote Europese telecomconcerns jagen daardoor de prijs omhoog omdat ze geen van allen willen afvallen op de enorme Duitse markt. Nederland is minder interessant. Hier trokken twee gegadigden zich op het laatste moment terug en bleven er uiteindelijk vijf gevestigde bedrijven die al over gsm-frequenties beschikken, en één buitenstaander over voor vijf kavels. De aanwezigheid van die buitenstaander, Versatel, zorgde er voor dat de prijzen althans nog enigzins omhooggingen. Na een tijdje vonden de grote partijen het welletjes en werd Versatel botweg te verstaan gegeven dat het speelkwartier voorbij was. Verkeer en Waterstaat greep niet in en juristen zullen moeten uitzoeken in hoeverre de veilingregels zijn overtreden. Het resultaat was dat vijf bedrijven vijf kavels onderling konden verdelen. Dit oogt als weldoordachte strategie van de telecombedrijven en kan niet anders dan als een kapitale inschattingsfout van de overheid worden bestempeld. Minister Zalm en staatssecretaris De Vries hebben niet alleen financieel het nakijken gehad – ten koste van de belastingbetaler en ten faveure van de telecomconcerns – ze hebben ook heel wat uit te leggen in de Tweede Kamer.