Bemanning Koersk kán nog ontsnappen

De tijd dringt, maar op papier is de ontsnapping van de bemanningsleden van de op de zeebodem vastzittende Russische onderzeeër Koersk nog zeker mogelijk. Gebrek aan zuurstof lijkt niet het grootste probleem aan boord.

Het is het summum van claustrofobie: met meer dan honderd man opgesloten zitten in een half ondergelopen kernonderzeeër op de bodem van de zee. Geen licht, behalve wat zaklampen. De ontsnappingsluiken zijn onbereikbaar of zitten muurvast. De voorraad zuurstof is eindig. Een onderwaterrobot krast machteloos over de buitenzijde van de romp. Wat zijn de kansen om hier heelhuids uit te komen?

Veel hangt af van de ernst van de averij die de Koersk heeft opgelopen. De Russische marine heeft verklaard dat de boeg en de toren zwaar zijn beschadigd. De schade lijkt in ieder geval te groot om met het resterende vermogen de ballasttanks met lucht vol te pompen, en met een emergency blow naar het oppervlak terug te keren.

Wat het zinken van de Koersk nu exact heeft veroorzaakt, is onduidelijk. Russische marinewoordvoerders spraken over een mogelijke ,,botsing'', daarmee doelend op de mogelijkheid dat een buitenlandse onderzeeër als schuldige moet worden aangemerkt. Het zou niet voor het eerst zijn dat een Amerikaanse of Britse nucleaire hunter-killer onderzeeër zich in de `blinde hoek' van Russische onderzeeërs ophoudt en per ongeluk met de achtervolgde boot in botsing komt. Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft intussen ontkend dat een van zijn onderzeeërs – er zouden er twee in de buurt zijn geweest – betrokken waren bij het ongeluk.

Wellicht is de Koersk pal onder een oorlogsbodem opgedoken – ook dat zou niet voor het eerst zijn – of wellicht is er een torpedo in de boegbuiskamer ontploft. De Koersk zou in ieder op haar zij op de bodem liggen en verschillende compartimenten zouden zijn ondergelopen. Als de boot voor driekwart is ondergelopen, de ontsnappingsluiken door het ongeluk klemvast zijn gaan zitten en geen enkele apparatuur het nog doet, dan zijn de 116 man aan boord ten dode opgeschreven.

De zuurstofvoorraad zou voor een gestrande kernonderzeeër geen enkel probleem mogen zijn. Ook als de functionerende kernreactoren zijn uitgeschakeld, zoals hier het geval is, kan met behulp van de aanwezige batterijen – meer een soort reusachtige accu's – zuurstof worden aangemaakt door middel van elektrolyse van ingepompt water. De uitgeademde kooldioxide en het waterstofgas dat eveneens bij de elektrolyse vrijkomt, kan met behulp van speciale apparatuur aan de lucht worden onttrokken.

Dit soort processen vreet echter energie en is dus niet lang vol te houden. De mannen geduldig laten wachten tot drijvende bokken de complete boot naar boven takelen is dan ook geen optie: zo'n operatie zou weken, zoniet maanden duren.

Mocht er helemaal geen elektriciteit – de zogeheten hotel-load – meer zijn voor dit soort `huishoudelijke' apparaten, dan zijn er altijd nog `zuurstofkaarsen.' Dit zijn een soort fakkels gemaakt van een zuurstofrijke chloraatverbinding die bij `verbranding' zuurstof oplevert. In de Koersk is waarschijnlijk geen netspanning meer: Russische woordvoerders zeggen dat van buiten af zuurstof naar binnen moet worden gepompt. Boordverlichting is er dus waarschijnlijk ook niet meer, de mannen zullen met zaklampen moeten werken.

De ontsnappingsmogelijkheden voor de 116 man zijn op papier niet slecht. De honderd diepte waarop de Koersk zich bevindt, is voor een kernonderzeeër ongeveer een regenplas. Barsten zal de romp niet snel. Met behulp van een kleine bemande onderzeeboot – een Deep Submergence Recue Vehicle, DSRV – zou de bemanning moeten worden geëvacueerd. Zo'n DSRV klemt zich vast op een van de ontsnappingsluiken waarna de bemanning aan boord klautert. Bij de Koersk lijkt zich het probleem voor te doen, dat de boot zwaar slagzij maakt waardoor een DSRV niet bij de luiken kan.

Het laatste reddingsmiddel is: zwemmen. Dat wil zeggen: als de luiken nog bereikbaar zijn. Voor de hele bemanning is zowel voorin als achterin een dik rubberen ontsnappingspak voorradig. Wanneer ze dat aantrekken, kunnen ze via een sluis naar buiten.

Doordat de `evacué' maar korte tijd onder zware waterdruk staat, treedt geen caisson-ziekte op. Gezond is zo'n evacuatie in ieder geval niet. Zoals een bemanningslid van een Nederlandse onderzeeër het bij veiligheidsinstructies eens uitdrukte: ,,Je longen en oren gaan zeker stuk, maar het alternatief is doodgaan.''