Voetbalvrienden

In 1946 maakte Feyenoord een avontuur mee dat we kunnen samenvatten onder twee typisch Hollandse gezegden: `Wat van ver komt is lekker' en `Overdaad schaadt'. Maar dan wel precies in die volgorde. Eind 1945, dus nog geen jaar na de bevrijding, ontving het clubbestuur een uitnodiging van de voetbalbond van Curaçao voor het spelen van een toernooi in de periode mei-juni 1946, naar aanleiding van het 25-jarige bestaan. Andere genodigden waren het eigen team, Colombia, Aruba en Suriname. Het bestuur ging in principe akkoord met het spelen in de West, maar werd in de volgende periode geconfronteerd met veel onverwachte problemen. Het was namelijk de eerste keer dat een Nederlandse voetbalploeg de oceaan overstak, dus alles was nog nieuw.

De amateurbepalingen bijvoorbeeld, die bepaalden dat spelers geen geld mochten ontvangen. Als ze echter zo lang van huis waren, konden ze geen geld verdienen. En hoeveel mensen mochten er mee op kosten van de club? Besloten werd om veertien spelers plus een doelman mee te nemen. Als die keeper een probleem zou worden, zette de club `desnoods een speler in het doel', aldus de bestuursnotulen. Daarna ontvouwde zich een uiterst interessante discussie: welke bestuursleden mochten mee als `leider'?

Op de vergadering van 29 december 1945 had Harry van Esch de gelegenheid aangegrepen om zichzelf aan te prijzen: `Hij vertrouwt er (...) op dat hij als oudste bestuurslid de tour zal kunnen medemaken.' De aanwezigen achtten het toen nog te vroeg daarover al een uitspraak te doen. Enkele maanden later wees Van Esch nogmaals op het `feit' dat de oudste bestuursleden, waaronder hijzelf, de meeste rechten hadden. Na een stevig beraad nam het bestuur een besluit dat vooral onder de oudste bestuursleden slecht zal zijn gevallen: J.A. van Rikxoort en J. van der Kroef werden aangewezen als `leiders'. Gelukkig voor de spelers stapte doelman J. Visser in het vliegtuig, zodat zij niet hoefden te keepen.

Toen restten nog wat kleine problemen. Was er iemand bij de club met een fototoestel? Wat gebeurde er als het eten niet goed was? Een bezorgde Feyenoord-fan wilde geen slapeloze nachten en leverde een pak Norit af bij De Kuip. `Hartelijk dank voor de attentie', luidde het antwoord van clubblad De Feyenoorder. Mochten de spelers stemmen voor de Provinciale Statenverkiezingen, aangezien die gehouden werden tijdens het toernooi? Dat mocht niet, zei de gemeente, maar weinig spelers haalden daar de schouders voor op.

Alle problemen en probleempjes werden overwonnen, zodat een trots Algemeen Dagblad op 25 mei schreef dat `Feyenoord over de oceaan is gevlogen'. De reis werd door alle achterblijvende voetballiefhebbers op de voet gevolgd. Ze lazen over de Feyenoorders die een tussenstop in New York maakten en bijzonder geïmponeerd waren. Ze hoorden dat het toernooi gewonnen was door Curaçao, met Feyenoord als tweede. Na een triomfantelijke terugkeer zond Feyenoord een uitnodiging naar de voormalige gastheren voor een bezoek aan Nederland, waar een gretige bevestiging op volgde.

De voorbereidingen begonnen snel, maar rustig waren die niet: tot grote schrik bereikte Feyenoord het bericht dat het nationale team van Curaçao compleet onverwacht de boot had gepakt. De voetbalvrienden waren al bijna in Nederland, dus kunst- en vliegwerk was vereist voor het vinden van hotelkamers, die door de oorlog niet ruim beschikbaar meer waren. Op 7 augustus meerden de gasten aan in Amsterdam, voor een toer door het land. Het team van Curaçao had het zo goed naar de zin dat het de ene na de andere wedstrijd speelde, tot wanhoop van de gastheren. Niets bleek ze meer tot rede te brengen `totdat eindelijk, na bemiddeling van de Hoogste Autoriteit, de aftocht plaats kon vinden waardoor elk in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam een zucht van verlichting slaakte', zoals een Feyenoorder opmerkte. Voorlopig bleven de Rotterdammers maar aan de eigen kant van de grote plas.

    • Jurryt van de Vooren