Van de snijheks en de bosgeest

Dat woorden wel genoeg waren geweest, dat ze niet ook nog eens beelden had hoeven te zien, zei Kristien Hemmerechts na het fragment van de documentaire `Geschonden vrouwen' dat ze had laten zien op haar `Zomergasten'-avond. Ze heeft gelijk, dacht ik, sommige dingen hoef je niet ook nog te zien. Maar later bleef ik me maar afvragen: is het wel waar? Wat we te zien kregen was niet, gelukkig, de besnijdenis van een vrouw. We zagen uitsluitend de uitvoerster van dergelijke, zonder verdoving uitgevoerde, operaties. Die ging zitten, toonde het instrumentarium waarmee ze werkte – twee messen en een nijptang – spreidde haar in spijkerbroek gehulde benen en vertelde, al manipulerend met de tang en de messen wat ze deed. Dat was erg genoeg, en aanschouwelijk genoeg. Maar misschien nog het meest veelzeggend, was hoe ze het mes weer op een witte servet legde – `zo leggen we het mes dan neer' – de doek erover heen vouwde – `zo vouwen we de doek dan' – en het geheel weglegde. Een ritueel, het mes moest zo liggen en niet anders. Daaraan zag je dat het niet om zomaar iets ging, maar om een heilige handeling. Om iets wat deze vrouwen zich dus ook zeker niet zomaar zouden laten afnemen. Het was geen operatie, het was een eredienst.

Hebben deze beelden nu niets toegevoegd aan wat we toch al wisten over vrouwenbesnijdenis? Dat lijkt me moeilijk vol te houden. Het gemanipuleer met de instrumenten en wat de vrouw daarbij zei, `dan pak ik dit hier' `dan snij ik zo', maakte dat het verschrikkelijke van het begrip `vrouwenbesnijdenis' veel sterker doordrong. Haar rituele vouwwerk maakte, woordeloos, duidelijk hoe een lange weg er nog te gaan is voordat die besnijdenis is afgeschaft. Het is niet iets waarvan wij kunnen zeggen: `mannelijke onderdrukking, moet weg'. Het is iets geworden waar vrouwen zelf aan zijn gaan hechten, een geheim dat ze delen, iets van de vrouwenwereld waar mannen niet bij gewenst zijn, iets tussen hen en `the spirit of the bush'.

Er is iets weerzinwekkends aan het vertonen van ongeveer alles, aan overal een camera op richten, maar dat betekent niet dat beelden ons niets meer te zeggen hebben dan woorden. Integendeel eigenlijk, veel beelden laten iets zien wat we ons met behulp van de woorden nog niet zo hadden voorgesteld. De rokende lege plek waar de Concorde op een hotel was gevallen. De zwartberoete, bloedende, modieuze meisjes die uit de Moskouse metrogang waren gekomen. Willen zien is één van de redenen om reizen te maken, het is de reden voor pornografie, voor kraambezoek en voor afscheid van overledenen, er is heel veel in de wereld waarvan we weten dat het er is, maar waaraan we pas echt denken, of waarin we pas echt geloven als we het gezien hebben. Zeg `duizenden mensen hebben zich verzameld' en iedereen knikt en gelooft het wel, maar laat het zien, duizenden zich verdringende mensen, die enorme massa, en meteen dringt tot iedereen door wat dat betekent.

Die beelden van die Afrikaanse snijheks voegden ook iets toe aan wat we in woorden al wisten. Ze lieten zien hoe sterk mensen zijn in het zich aanpassen aan wat het geval is, in het verklaringen en rechtvaardigingen zoeken. Ze lieten vooral zien hoe makkelijk religie zich daar voor leent. `De bosgeest wil het zo'. De bosgeest wil dat ik dit mes zó neerleg en niet anders. De bosgeest controleert of we het goed hebben gedaan.

Zo kwamen vroeger ook dominees of priesters bij mensen langs om na een sterfgeval te zeggen dat God het zo gewild had. Gruwelijk geleden, vreselijke ziekte, jong onschuldig kind gestorven? Gods wegen, lieve zuster, zijn ondoorgrondelijk, hij heeft dit zo gewild, het is niet aan ons om dat te bevragen. Er zat een uitgewerkte filosofie achter van schuld en boete, van genade, erfzonde en predestinatie en het klopte allemaal, al werd men er niet erg veel vrolijker van. De meeste moderne geestelijken doen het zo niet meer, die geloven niet meer in de erfzonde, die willen niet meer zeggen dat God afgrijselijk lijden `gewild' heeft. Hun God is alleen maar lief en goed en aardig. Dat levert nieuwe problemen op. God heeft het niet gewild maar het is toch gebeurd. Hoe kan dat dan? Daarop is nog maar één antwoord mogelijk: God heeft er niets mee te maken. Het gebeurt gewoon en je hebt het maar te verdragen.

Wie dat onder ogen ziet kan ook niet meer volhouden dat God allerlei andere dingen `wil', zoals oorlog tegen andersdenkenden en dergelijke. Wie zo gaat denken, moet zichzelf verantwoordelijk houden voor wat hij doet, zonder geheimzinnige opdrachtgever. `God' kan dan voor iets anders gaan staan, en dat gebeurt ook vaak, voor de liefde, voor de rechtvaardiging van moraal, voor de mogelijkheden tot het goede – maar hij is niet meer degene die opdracht geeft tot het uitroeien van de vijanden.

Wat mensen elkaar aandoen, hoeft niet verdragen te worden in naam van iets anders. Daar kan tegen geprotesteerd worden. Maar daarvoor moet eerst die bosgeest om zeep geholpen worden en dat is pijnlijk. Want gesteld dat dat zou lukken, dat duidelijk gemaakt wordt dat die er niets mee te maken blijkt te hebben, dan is alles wat heilig en gerechtvaardigd was ineens veranderd in zinloze wreedheid. Dat maakt het voor de slachtoffers niet makkelijker. Toch moet het. Om te voorkomen dat er nog almaar weer meer meisjes gemarteld en verminkt worden, omdat ooit mannen bedacht hebben dat vrouwen nauw moeten zijn, of niet mogen genieten van waar zij zelf juist wel enorm van genieten. Vrouwen die dat als de verklaring van hun verminking zien, en zulke vrouwen zijn er, zijn in zekere zin slechter af dan degenen die geloven in de bosgeest en de voorgeschreven vouwen in de witte doek. Maar ze zien wel iets onder ogen, en dat is beter, verlichter. Daarom was het goed dat die beelden vertoond werden.