Terug naar Greonterp

Volgens de bewegwijzering in het Friese Blauwhuis is het 1 km naar Greonterp. De weg voert door een korte dorpsstraat die uitloopt in de leegte van het polderland, waar zich aan het eind van een flauwe bocht een glooiend landschap aftekent. Op het hoogste punt ligt de buurtschap Greonterp (27 inwoners) als een vesting in de weidse ruimte. Het ijzeren hek naast het blauwe plaatsnaambord staat wijd open. De dunne banden van mijn dertig jaar oude Juncker-wielrenfiets roffelen over de dikke spijlen van het rooster, dat moet voorkomen dat vee in- en uitloopt, of de duivel, die 's nachts immers op bokkenpoten rondsluipt.

Hier woonde Gerard Reve, die op 30 mei 1964 de koopakte ondertekende voor Huize Algra, genoemd naar het gedoemde orthodox-reformatorisch Kamerlid H. Algra dat Reve van Godslastering beschuldigde. Maar als goed katholiek vergaf Reve hem zijn zonde (de godsdienstrel rond het `ezelsproces' had de verkoop van zijn werk geen kwaad gedaan) om het huis vervolgens om te dopen in Huize Het Gras.

In de late lente van 1965, zo schrijft Reve in Nader tot U, had hij een ,,rechthoekig stuk van de voorgevel schoongebikt en voorzien van een bekisting'', om ,,er van zeer goede en langzaam verhardende 1:11/2 specie een plakette met keurige facetranden op aan te brengen waarop, door middel van een spijker verdiept in het beton ingegrift, de cursieve woorden Huize `Het Gras', en rechts bovenin, in klein kapitaal romein, de woorden JESAJA 40, 8.'' Volgens Hanny Michaëlis [Reve's ex-vrouw, NK] moest het zijn 40:8. ,,Maar zonder beschadiging kon het niet meer worden veranderd.''

Inmiddels heeft de plaquette met het spijkerschrift plaats moeten maken voor een steen met professionele letters, aangebracht met de lettermal. Alleen de inktpot met ganzenveder rechtsboven is door de Volksschrijver met de spijker getekend, evenals linksboven de zandloper, het vergankelijkheidssymbool: alle vlees is als gras.

Plotseling staat er een man in blauwe overall dicht naast mij. Hij zwijgt. ,,Dit is toch het huis waar Reve heeft gewoond?'' vraag ik retorisch om zijn norse stilte te verbreken.

,,Het is heel erg veranderd'', antwoordt hij en zijn gezicht krijgt plotseling iets vriendelijks. ,,Er zit een andere deur in en vroeger stond er een hoge muur voor'', vertelt hij. ,,Tot diep in de avond zat hij er buiten wijn te drinken. Lang geleden.'' Met een vlakke hand geeft hij ter hoogte van zijn heup aan hoe klein hij toen was. ,,En daar had-ie een doodskist staan.'' Hij wijst naar een aanbouwtje. Ook daar is in de gevel een steen met inscriptie aangebracht. PATI ET CONTEMNI.

Op 13 september 1968 schrijft Reve aan ,,Lieve Bul en Pamphylia'' dat hij ,,in cement een plakette'' heeft geplaatst die A8 D1 1968 en PATI ET CONTEMNI vermeldt. Lijden en veracht worden. Over de tekst op deze gevelsteen vertelt hij in dezelfde brief aan Frans Pannekoek dat deze Latijnse tekst ,,het devies was van de grote Spaanse dichter, mysticus, heilige en kerkleraar San Juan de la Cruz, geboren 1542, gestorven 14 December [de geboortedag van Reve, NK] 1591.''

Onder de grijze steen die nu aan de gevel prijkt, is een tweede kleinere steen aangebracht die door beschadiging is gehalveerd, waardoor het jaartal 1968 niet meer is te lezen.

Tegenover `Huize Het Gras' staat midden op het omheinde kerkhof de klokkentoren. Op het grasveldje rondom de toren ligt nog steeds die ene zerk van `vader Bootsma', half verscholen in het opschietend gras. Het houten hek in de omheining valt met een klap in het slot.

Er komt een man op mij toelopen. Een andere man. Jelle R. `van Jelle's Bouwbedrijf, op nummer 8'. In de dorpsstraat, begrijp ik. ,,Teigetje en Woelrat hebben toentertijd nog in mijn huis gewoond'', vertrouwt Jelle mij toe. Ik vertel hem dat Reve in 1966 een brief schreef aan het kerkbestuur van de Rooms-Katholieke Kerk in Blauwhuis, waarin hij zijn zorg uitspreekt over de staat van de kapel en het kerkhof te Greonterp. De brief staat in Brieven van een aardappeleter: ,,Ik verzoek U, mij kapel en kerkhof door verkoop of door eeuwigdurende erfpacht in beheer te geven, waarna ik herstel en onderhoud geheel op mij wil nemen.'' Reve acht zich in staat subsidie bij gemeente, provincie of rijk los te krijgen omdat veel mensen ,,God weet waarom, tegen een kunstenaar opzien.''

,,De klokkentoren is vorig jaar met subsisie van de gemeente Wymbritseradeel gerestaureerd'', onthult Jelle. ,,in juni is de toren voor het publiek opengesteld.'' Ook de omheining is opgeknapt en van de resten van de eertijds afgebrande huizen is geen spoor meer te bekennen. Het hart van Greonterp is in paradijselijke staat hersteld. Zo is 33 jaar later de wens van Gerard Reve toch nog uitgekomen. Goed dat er een God is.

In de toren teken ik het gastenboek en verlaat Greonterp door het hek. De korte roffel van mijn banden klinkt als een afscheidsgroet. Dan verdwijn ik in de leegte van het landschap.