Politiek correct

De voorzitter van de Turks-Amsterdamse voetbalclub Türkiyemspor wordt ons niet ten onrechte aangeprezen als idealist. Meer nog: deze Nedim Ivac, over wiens club de NPS gisteravond een aflevering van de achtdelige serie Het Geheim van Sloterdijk uitzond, doet ons het hart zwellen. Hij predikt aanpassing aan de Nederlandse samenleving, prijst de Nederlandse tolerantie, wil geen eilandjes van andersdenkenden in zijn club, die zeker niet alleen voor Turken maar ook voor andere allochtonen en Nederlanders moet openstaan. Het eerste elftal van de zondagafdeling kent in zijn achterhoede al vijf nationaliteiten. Dat zijn trouwens elkaars beste vrienden, zoals de camera laat zien.

In de bestuurskamer van zijn vereniging, waar Ivac inmiddels al tien jaar de leiding heeft, staan de Turkse, de Nederlandse en de verenigingsvlag in één houdertje. De voorzitter is in Amsterdam geboren en bespreekt het reilen en zeilen van zijn inmiddels tweede klasser geworden club met overeenkomstige tongval, wat de niet in de hoofdstad woonachtige kijker volgens Hilversum vermoedelijk extra moet vertederen. Soms neemt hij zelfs het ,,bestuurlijke gebeuren'' van zijn ,,in koffiehuizen bijeengeraapte ploegje dat een vereniging geworden is'' mee naar huis en praat daarover dan ,,met het vrouwtje''. Kom daarvoor maar eens bij een autochtone voetbalclub, daar doen vrouwen doorgaans slechts buffetdienst.

Wie denkt aan hoofdstedelijke voetbalgeleerden als Rinus Michels en meent dat zo'n alle Menschen werden Brüder soms misschien onpraktisch is op het veld, vergist zich. Het ene na het andere team van Türkiyemspor wordt kampioen, de jeugdafdeling groeit als kool. En mocht er, zoals vorig najaar, in Turkije een ernstige aardbeving zijn, dan organiseert de club een benefietwedstrijd die een half miljoen opbrengt. Bij Türkiyemspor, weten we dankzij de NPS, wordt het hooglied van de geslaagde integratie gezongen.

Wat heet, voorzitter Ivac spreekt de taal van de Nederlandse voetbalvoorzitter zó perfect dat er bijna van een mirakel kan worden gesproken. Zeker, hij is na tien moeilijke jaren best bereid plaats te maken voor een ander. Maar dat moet dan wel iemand zijn, het is of je de voorzitter van Ajax hoort, die de club net zo goed in het juiste spoor houdt. Kortom, denk je na een half uurtje, staatssecretaris Job Cohen, Paul Scheffer, bezorgde leden van de Tweede Kamer en de medewerkers van het Sociaal Cultureel Planbureau moeten aangaande wat zij hardnekkig een minderhedenprobleem noemen, in het weekeinde gewoon eens bij Ivac's club gaan kijken, dan is hun leed snel geleden. Of, denk je iets later, wellicht zou de camera ook eens op een ,,doordeweekse'' dag en iets minder politiek correct in stelling kunnen worden gebracht?

Nog even later bracht de VPRO Zomergasten, deze keer ontving Adriaan van Dis schrijfster Helga Ruebsamen. Zij is de dochter van een Berlijnse joodse vader, een arts die zich zoals meer Duitse joden vrijwillig meldde voor dienst in de Eerste Wereldoorlog, als het ware om zijn assimilatie als Duits burger te onderstrepen, en daaruit geknakt terugkwam en vervolgens met zijn Nederlandse vrouw naar Indië ging. In 1939 keerde Ruebsamen met haar ouders als zesjarig meisje terug naar Nederland om kort daarna met vader jaren onder te duiken. De Eerste en de Tweede Wereldoorlog, Indië en Duitsland, het Haagse Benoordenhout én een levenslange, daar ongewone, tegendraadsheid, het bord lag vrij snel vol.

Roken leerde zij in 1945 van de Canadese bevrijders, drinken in de jaren vijftig als journaliste van het Haagse Vaderland in café De Sport. Maar die aangename ondeugden waren op den duur gaan vervelen, zei zij, wat althans deze kijker midscheeps trof. Wim Sonnevelds Tearoom-tango qua verschijning, het deftig-saaie Benoordenhout qua articulatie, daar tegenover een voorkeur voor ,,volkse'' types en hun situaties. Van Dis liet zijn wenkbrauwen en getuite lippen soms spreken maar hield zich overigens heel goed. Boeiende vertoning, zowel wat hem als wat haar betrof, misschien wat Haags deze keer, maar dat komt in Hilversum wel weer goed.