Nieuw bankhoofd in de slag met rentevoeten

ABN Amro heeft deze week te maken met twee primeurs: het cijferdebuut van topman Groenink, en een opmerkelijke rente-omgeving.

R. Groenink zal deze week voor de eerste maal in zijn rol als bestuursvoorzitter van ABN Amro de halfjaarcijfers bekendmaken.

De resultaten van de bank beloven binnen te komen volgens verwachting: een winststijging van tegen de 15 procent op jaarbasis. Maar het komend halfjaar is traditioneel minder zeker voor de inkomsten van banken – met name uit de handel in effecten en valuta's – en er komt nog een onzekerheid bij. De tweede primeur van deze week is dat de bank en zijn concurrenten zaken zullen moeten gaan doen onder een vlakke rentestructuur. Voor het eerst sinds de euro is ingevoerd – en in Duitsland voor het eerst sinds begin jaren negentig – is de rente op kortlopende staatsschuld gelijk aan de rente op langlopende staatsleningen. Vanmorgen was het effectieve rendement op de tweejarige Duitse Schatz 5,16 procent en op de tienjarige Bund 5,17 procent.

Voor banken die gewend zijn kortlopend geld aan te trekken en langlopend uit te lenen is het vervlakken van de rentestructuur vervelend. Dat de kortere rentevoet stijgt heeft alles te maken met de verwachte rentepolitiek van de Europese Centrale Bank. En die zal deze week met argusogen kijken hoe de inflatie in Euroland zich ontwikkelt.

Vrijdag wordt de inflatie in de elf eurolanden over juli gepubliceerd. Het vorige cijfer, over juni, bedroeg 2,4 procent, ruim boven de 2 procent die de ECB hanteert als plafond voor wat zij `prijsstabiliteit' noemt. De inflatie in juli kan op hetzelfde peil uitkomen. Voor de euro, die vorige week zakte tot net boven zijn recordlaagte van 0,885 dollar, zou dat slecht nieuws zijn. Nu de wisselkoers vooral luistert naar verschillen in economische kracht tussen Euroland en de VS, kan een inflatie- en groeiremmende renteverhoging door de ECB de euro verder ondergraven. De euro zelf maakt deze week dan ook grote kans het nieuws te gaan domineren.