LAKSA MET SLIERTJES

In Indonesië at ik vele malen laksa, een soep die steeds anders was samengesteld. De ene keer was het een kippensoep, de andere keer zat er vlees in of vis of van allebei wat. Maar altijd zaten er doorzichtige sliertjes in, die soe-oen, so-oen of laksa worden genoemd. Volgens The Oxford Companion to Food van Alan Davidson komt het woord laksa van het Perzische lakhsha dat glibberig betekent. De Chinezen, die het woord mi hoen gebruiken, hebben het maken van deze pasta ruim 200 v. Chr. van de Perzen afgekeken. In middeleeuwse Arabische recepten komt laksa ook al voor.

Het prettige van de laksa-soep is dat het geen strenge soep is. Je kunt er van alles instoppen, als er maar laksa-sliertjes inzitten. Bovenstaande ingrediëntenlijst bevat enige algemene termen. De te gebruiken vis kan bijvoorbeeld red snapper zijn.

De gekookte, gepelde garnalen kunnen worden vervangen door grote ongepelde of door stukjes inktvis. De paksoi door spinazie. Wie geen zin heeft in vis stopt kip in de laksa. Maar de vermelde specerijen en kruiden horen bij het standaardpakket. Die laten laksa naar laksa smaken.

Bereiding: Snijd de gefileerde vis in blokjes. Giet heet water over de vermicelli en laat het 10 minuten staan. Laat de sliertjes uitlekken. Breng de bouillon aan de kook. Doe de platgeslagen stengel citroengras, de kerriepasta, sambal, trassi en geelwortel in de bouillon. Laat alles even koken. Draai het vuur lager.

Doe de vis, de kokosmelk, de paksoi in de bouillon. Zodra de vis gaar is worden de gekookte, gepelde garnalen toegevoegd en de in ringen gesneden lenteuitjes (met het mooie groene gedeelte) en de vermicelli. Serveer deze maaltijd soep in een diep bord of grote wijde kom. Strooi ten slotte fijngehakt selderijblad over de soep.

    • Anne Scheepmaker