`H-bom bij Groenland'

Bij de Amerikaanse luchtmachtbasis Thule op Groenland ligt mogelijk een B28-waterstofbom. Die zou zijn achtergebleven na het neerstorten van een B-52 bommenwerper op 21 januari 1968. Oud-werknemers van de basis zeggen dat de bom op de zeebodem ruim 250 meter onder het ijs ligt, ondanks de bewering van de Amerikanen dat ze al het nucleaire materiaal destijds hebben opgeruimd.

Volgens de oud-werknemers is op een filmpje uit april 1968 een object te zien dat de vorm heeft van een bom. In het voorjaar van '68 lieten de VS officieel weten dat alle radioactieve resten waren opgeruimd, maar in de Deense krant Jyllands-Posten zeggen de oud-werknemers te beschikken over documenten waaruit blijkt dat de Amerikanen zeker nog tot augustus van dat jaar doorgingen met zoeken naar de vierde bom.

Ongeveer 1.200 Groenlanders en Denen hebben geholpen met het opruimen van de resten. Al jaren voeren ze actie tegen de VS. Ze stellen dat ze slecht beschermd werden tijdens de berging van het nucleaire afval en dat velen daardoor ziek zijn geworden. Ze eisen financiële genoegdoening van de Amerikaanse regering.

Het ongeluk met de B-52 vormde het begin van wat in Denemarken bekendstaat als `Thulegate'. De Denen, verantwoordelijk voor de buitenlandse en veiligheidpolitiek van Groenland, waren woedend toen bleek dat de B-52 atoombommen vervoerde. Veel Denen vonden het toch al niets dat de Amerikanen sinds 1951 een basis hadden op Groenland. NAVO-land Denemarken ging schoorvoetend akkoord na de belofte van de VS geen nucleair materiaal op de basis te gebruiken en ook niet in het Deense luchtruim. Het ongeluk bewees dat de Amerikanen die afspraak aan hun laars lapten.

Uit geheime Amerikaanse documenten die 25 jaar na de ramp werden vrijgegeven bleek een aantal jaren geleden dat nucleaire vluchten tot de dagelijkse routine behoorden. Ook kon uit de documenten worden opgemaakt dat de Deense regering dit wist en oogluikend heeft toegestaan. In een rapport aan het Deense parlement in 1995 erkent de regering dat de VS in 1957 officieel hebben gevraagd of ze de Deense regering van iedere nucleaire vlucht op de hoogte moesten stellen. De Denen hebben daarop laten weten dat ze dat liever niet hadden.

Volgens het Deense Instituut voor Internationale Betrekkingen is het ,,niet nieuw'' dat er mogelijk nucleair materiaal is achtergebleven. Maar een kernfysicus, die niet met zijn naam in de krant wil, verklaarde dat corosie van het metalen omhulsel van de bom op den duur tot radioactieve besmetting van de omgeving zal leiden.