En de boer, hij zaait natuur en oogst subsidie

Veel meer boeren dan verwacht hebben `het product natuur' ontdekt. Over een offensief tegen onteigening, en hoe je slim subsidie aanboort. `Limburg had de korenwolf. Wij moesten een ander diertje vinden.' Voedselproductie wordt bijzaak op het platteland.

De boer loopt voorop, armen op zijn rug, een shaggie in zijn handpalm. Een wandeling over zijn land. Peter de Koeijer (42), akkerbouwer in het Zeeuwse Brouwershaven, is zo iemand die dan op honderden meters afstand een haas tussen de bieten ziet. Iemand die je alle planten noemt.

,,Kijk, reuzenkamille.''

,,Pastinaak''.

,,Hierzo, kaasjeskruid''.

De randen van zijn akkers, acht van zijn honderd hectare land op het eiland Schouwen, ruimde hij in voor het product natuur.

Naast de akkerbouwer en de veehouder staat een nieuw type boer op: de natuurboer. Niet te verwarren met de ecologische of biodynamische boer, die op milieuvriendelijke wijze nog altijd voedsel van het land en uit de stal haalt. De natuurboer is een contradictio in terminis. Hij is óók veehouder, of akkerbouwer. Maar hij doet daarnaast allerlei dingen die daarmee tegenstrijdig lijken. Het belangrijkst: hij onttrekt een deel van zijn grond aan de voedselproductie. ,,Mijn ouders werden door de overheid nog min of meer gedwongen te produceren'', zegt Peter de Koeijer, die hun bedrijf overnam. ,,Dat was de schaalvergroting: resultaten halen, of je moest weg. Dit zouden ze onbegrijpelijke verspilling hebben gevonden.''

De natuurboer cultiveert zijn land niet langer tot op de centimeter, maar laat grote delen verwilderen. Mogelijk stelt hij het maaien uit tot het einde van het broedseizoen. Of hij zaait kruid, niet zelden tot woede van de boeren in de omgeving die dat onkruid noemen.

De natuurproductie van Peter de Koeijer komt erop neer dat hij de randen van zijn akkers over een breedte van tien meter inzaait met een kruidenmengsel. Het natuurbeheer houdt in dat hij dat dan jaren laat verwilderen. Voor hem was het ,,mentaal een kleine stap''. Drie redenen somt hij bondig op. Eén: ,,Mijn imago, het is niet leuk als burgers je een gifmenger noemen. Een vervuiler.'' Twee: Financiën. De akkerranden kosten vier dagen werk per jaar en daarmee kan hij maximaal 5.300 gulden subsidie per hectare verdienen. Graan doet ongeveer de helft; de aardappelen en de uien zijn na aftrek van de kosten vorig jaar ,,voor nul cent weggegaan''. Drie: ,,Offensief'', voorkomen dat je land moet ruilen omdat in de buurt een natuurreservaat is gepland. ,,Natuur, dat kunnen boeren zelf ook maken.''

Door boeren in de buurt werd Peter de Koeijer aanvankelijk voor gek versleten. Nu beginnen de voordelen breed door te dringen. Dat staatssecretaris Geke Faber van Natuur definitief wil inzetten op een alomvattend natuurbeleid, lijkt de doorslag te geven. De boeren zien de bui al hangen.

In Fabers nota `Natuur, Bos en Landschap in de 21ste eeuw', die de ministerraad vorige maand heeft aangenomen, zien boeren twee goede redenen om ook natuurboer te worden: dreigend verlies van hun grond en subsidies.

In de `Ecologische Hoofd Structuur' moeten grote, aaneengeschakelde gebieden voor natuur worden gereserveerd. Dat plan bestaat al jaren. Nieuw is dat Faber daarvoor boeren nu wil gaan dwingen hun land te verkopen. ,,Je zult naar het onteigeningsinstrument moeten grijpen'', zei ze onlangs in deze krant. Als een boer een ,,kwalitatief hoogwaardig natuurgebied'' in de weg staat, dan moet hij wijken. De Ecologische Hoofdstructuur zal grotendeels uit reservaten bestaan die worden beheerd door Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Door de ,,natuurjongens'', in de woorden van de boeren. De concurrenten.

De subsidies lonken in de andere hoofdlijn uit de nota. Die gaat over de gebieden waar natuur niet de hoofdfunctie, maar wel belangrijk is. Dat is grotendeels het domein van de boeren. Voor het produceren en onderhouden van natuur in landbouwgebieden, het `agrarisch natuurbeheer', had Faber sinds 1 februari ruim 100 miljoen gulden beschikbaar gesteld.

De animo onder de boeren blijkt ineens boven verwachting te zijn. Al in juli schreef Faber aan de Kamercommissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dat de aanvragen het budget ruim te boven waren gegaan. En dat ze daarom bovenop de 100 miljoen nog een extra bedrag van 40 miljoen gulden had vrijgemaakt. In diezelfde brief zegt Faber zelfs te overwegen om voor bepaalde vormen van agrarisch natuurbeheer ,,quota'' in te stellen.

Kurt van der Heden (45) had dat al voorzien. Hij is veehouder in Oud Ade, in het Groene Hart, pal naast de oprukkende nieuwbouw van Leiderdorp. ,,En hij is dichter'', zegt zijn vrouw Annabelle verliefd. Kurt staat op van de keukentafel om zijn ,,natuurquota-gedicht' te halen. Geïnspireerd door `Akkerleven' van Cornelis Poot: Als de boeren hieraan werken/vogels kruiden en zo meer/ zal men, na een poosje weer/ trachten dit nu in te perken/ Vogelquotum overvol/ Onkruidberg, de kranten bol! Waar behoorlijke subsidies worden verstrekt, daar gaat de boer overproduceren. Dat is al vaker gebeurd.

,,Ja, de boeren krijgen de smaak te pakken'', zegt Lilian Hermens van de voor het natuurbeleid verantwoordelijke Dienst Landelijke Gebieden van het ministerie van Landbouw. In 1998 vroegen hier 7.000 boeren een subsidie aan voor agrarisch natuurbeheer. Een jaar later steeg dat aantal fors, tot 11.000 boeren. Ruim tien procent van het totale aantal boerenbedrijven in Nederland. Bij de Stichting In Natura, belangenbehartiger voor agrarisch natuurbeheer, spreken ze van ,,de groene sprong voorwaarts''. En dat is gunstig bedoeld.

,,Er zijn altijd boeren geweest die het er voor de lol bijdeden'', zegt consulent Franck Kuiper van In Natura. ,,En die daarom werden uitgelachen.'' In de jaren zeventig maakte de overheid in de Relatienota voor het eerst een onderscheid in reservaten en `beheersgebieden', waar boeren een rol in natuurontwikkeling kunnen spelen. Het begon met `weidevogelbeheer', om te voorkomen dat boeren over een nest heenploegden. Toen kwam er `slotenbeheer'; boeren werden tegen een vergoeding gemotiveerd hun slootkanten met rust te laten. Ook in reservaten van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn boeren al jaren werkzaam. Franck Kuiper: ,,Boeren hebben het dan ginnegappend over `loonwerkers'. Dan ben je geen echte boer, maar parkboer.'

Boeren, zegt Franck Kuiper van In Natura, hebben ingezien dat het geen zin heeft om nog langer de hakken in het zand te zetten tegen de komst van nieuwe natuur. ,,Omdat er dan toch over ze wordt heengewalst.'' De boer heeft besloten er zelf voor te zorgen. Franck Kuiper: ,,De gedachte was: als vijftien procent van de inkomsten van boeren uit natuur komt, dan is dat mooi. Nu zeggen boeren zelf al: `maak er maar vijftig procent van'. Natuur en landschap zal niet lang het bijproduct zijn van de voedselproductie. Voedselproductie wordt het bijproduct van natuur en landschap.'' De organisatie voor land- en tuinbouw LTO is het eens met die visie.

Pal voor de boerderij van Kurt van der Heden is inmiddels een rotonde aangelegd. Als je grond jaar in jaar uit dreigt te verdwijnen voor verstedelijking of een hogesnelheidslijn, dan moet je zorgen dat je als boer een ,,kwalitatief hoogwaardig natuurproduct'' biedt, zegt hij. ,,Want dat is nog het enige dat indruk maakt.'' Financieel levert het beschermen van vogels en slootranden niet veel meer dan compensatie op. In zijn buurt zijn 75 boeren lid van de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Ade, waarvan hij voorzitter is. Gezamenlijk kregen ze vorig jaar 350.000 gulden aan subsidies, terwijl de omzet van zijn eigen veehouderij 300.000 gulden bedroeg. Maar zolang de provincie in het gebied ook nog 250 hectare landbouwgrond wil vrijmaken voor een natuurreservaat gaan ze door. Kurt van der Heden: ,,Wij boeren zeggen: natuur op eigen land!''

Agrarische natuurverenigingen kiezen daarvoor `de ruime jas-methode'. Kurt van der Heden: ,,Wijs een gebied aan, zeg hoeveel natuur je er wil hebben en wij zorgen daar dan voor''. Bij In Natura liggen daarvoor contracten klaar. In deze ,,beheerspakketten'' staan prijslijsten voor ieder stukje natuur in het gebied. Eén nest van een grutto is nu goed voor 150 gulden subsidie. De kemphaan doet 250 gulden per nest. Verwilderde slootkanten? Een lijst met plantensoorten, de ,,indicatoren'' voor natuur geeft aan hoeveel dat oplevert. Groeit er kattenstaart, knoopkruid, gele lis? Drie indicatorsoorten, dat is goed voor 15 cent per strekkende meter. Negen of meer indicatoren aan de slootkant? Dan loopt de vergoeding op tot 60 cent per meter. Kurt van der Heden: ,,Boeren moet je laten produceren. Dáár zijn we goed in. Dat werkt beter dan een subsidie voor dingen die je alleen maar moet nalaten: bemesten, of maaien. Dat zijn de zoveelste regeltjes van de ambtenaren. Daar krijgen boeren het benauwd van''.

Vraag een woordvoerder op het ministerie naar een overzicht en een diepe zucht klinkt door de telefoon. ,,Het is heel complex geworden'', zegt later ook Lilian Hermens van de Dienst Landelijke Gebieden. ,,Er zijn heel veel soorten formulieren voor heel veel subsidieaanvragen.'' Los van de duizenden boeren die op eigen houtje een aanvraag indienen, zijn natuurboeren zich in rap tempo aan het organiseren. In juni van dit jaar waren er alleen al in West-Nederland 26 agrarische natuurverenigingen, telde In Natura. De eerste is in 1994 opgericht, daarna is het aantal bijna jaarlijks verdubbeld. Van de verenigingen zijn in totaal 2.165 boeren lid, en 990 burgers. Die laatste groep bestaat veelal uit natuurvrienden die tellen hoeveel planten en dieren op de akkers terugkeren. En welke. Want ook boeren als Peter de Koeijer konden aanvankelijk ,,nog geen hommel van een bij onderscheiden''.

Maar als voorzitter van de zuidelijke afdeling van LTO wist Peter de Koeijer hoe de hazen lopen toen hij het initiatief voor de verwilderde akkerranden nam. ,,In Limburg kregen ze subsidie voor akkerranden waar de korenwolf kon terugkeren. Dus wij moesten een ander diertje vinden.'' Hij vroeg dus meteen advies aan de plaatselijke natuurvereniging. ,,Uit welgemeend eigenbelang. Je krijgt ook sneller subsidie als je samen een aanvraag indient.'' Dat was in 1994. Peter de Koeijer glimlacht: ,,Gelukkig bleken bepaalde soorten bijen toen net bijna uitgestorven.'' Zouden de akkerranden die niet prachtig kunnen beschermen?

Toen hebben ze 1994 dus uitgeroepen tot Het Jaar van de Hommel.

,,Toen we bij de provincie gingen overleggen hadden we geluk. Het was net verkiezingstijd.'' De provincie betaalde de eerste jaren een kwart van de kosten. Inmiddels komt het gehele bedrag van het ministerie, dat weer Europese subsidies aanboort. Europees geld voor een klaprozenveld? ,,Jazeker'', zegt een woordvoerder op het ministerie. ,,Nederland krijgt de komende jaren 900 miljoen extra van de EU voor plattelandsontwikkeling. En het ziet er wel naar uit dat van dat geld ook een groot deel naar natuur gaat.'' Daar mikken de boeren op.

Per hectare akkerrand 5.300 gulden. De ogen van Peter de Koeijer gaan glinsteren als je vraagt of hij dat niet wat veel subsidie vindt voor weinig werk. ,,Enorm hoog'', zal Lilian Hermens van de Dienst Landelijke Gebieden die subsidie later noemen. ,,Dat er zoveel animo voor is, geeft ons wel te denken.'' Op Schouwen kunnen de boeren hun subsidie nu aanvragen via `project Zonnestraal', waarvan Peter de Koeijer secretaris is. In heel Nederland worden nu akkerranden ingezaaid. Het ministerie heeft even de rem gezet op nieuwe aanvragen. Er is een lange wachtlijst. Tom Bosman, directeur terreinbeheer bij Natuurmonumenten: ,,Wíj krijgen maar 150 gulden tot maximaal 2.000 gulden per hectare natuur. En dat laatste komt niet veel voor. Dan hebben we het over dure natuur.''

Zo dicht bij de Oosterschelde bleken de akkerranden op Schouwen wel spectaculaire natuurwinst op te leveren. Terwijl er vroeger rond de akkers gemiddeld 40 vogels per 100 hectare voorkwamen, heeft de plaatselijke natuurvereniging er in de akkerranden 1.400 geteld. Trekkende vogels gebruiken de randen nu als rustplaats. En steeds meer toeristen ook. Wandelen mag in de akkerranden, al was het wennen. Peter de Koeijer: ,,Als een boer een vreemde op zijn land ziet, is zijn eerste impuls toch die eraf te jagen.'

Maar nu kijken de boeren van Zonnestraal vooruit. Er wordt gewerkt aan een website, waarop de liefhebber `aandelen Zonnestraal' kan kopen. Iedere burger zijn eigen akkerrand, zegt Peter de Koeijer: ,,En je krijgt bericht als het tijd is om jouw bloemetjes te komen plukken''. Echt wild kun je zulke natuur nauwelijks noemen, beaamt hij. ,,Daar zijn we boer voor. Maar kom ook even kijken hoe nieuwe reservaten ontstaan.''

Een ritje richting Oosterschelde, waar op een zanderig terrein vrachtwagens en bulldozers rondrijden. Wat wordt hier uit de grond gestampt? ,,Natuur'', grinnikt Peter de Koeijer. ,,Staatsbosbeheer heeft het gekocht voor wetlands.'' Tot aan Zierikzee moet er 600 hectare aan reservaten komen. Met uitzicht op de strenge lijnen van de dijken worden in voormalig akkerland nu romantisch meanderende kreken gegraven. Peter de Koeijer: ,,Ja, dat geeft emoties. Al zijn de meeste boeren hier nu van na de Watersnoodramp, het is nog steeds een kwestie van verzuipen of niet verzuipen.''

    • Margriet Oostveen