AZIATISCHE REUS MET KOPIEERDRIFTEN

Vanuit het niets vond Zuid-Korea de laatste jaren aansluiting bij de internationale hockey-elite. In Sydney gelden de Aziaten als een outsider voor de olympische titel, zoveel werd duidelijk in het drieluik met Nederland. ,,Wij kopiëren om te winnen.''

Het verbaasde Maurits Hendriks zaterdag al niet eens meer: de eerste de beste strafcorner van Zuid-Korea bleek een feilloze kopie van de korte hoekslag die zijn hockeyers twee maanden geleden in praktijk brachten bij het toernooi om de Champions Trophy. ,,Ze kunnen het niet laten'', grijnsde Hendriks na afloop in het clubhuis van Pinoké.

Om die reden ging de bondscoach, in de geest van zijn voorganger en leermeester Roelant Oltmans, de Aziaten tot voor kort bij voorkeur uit de weg. Want oefenen tegen Korea, dat was vragen om problemen, meende de oud-assistent. ,,Elke keer dat we tegen ze speelden, bleken ze weer net even iets sterker dan de vorige keer. Op zich was dat niet zo erg. Maar tot onze stomme verbazing zagen Roel en ik allerlei spelpatronen terug, die we zelf hadden uitgedokterd. Die hadden de Koreanen doodleuk onder het kopieerapparaat gelegd. Het was zo erg dat we tegen elkaar gezegd hebben: voortaan geen oefenduels meer tegen Korea, want voor je het weet word je met eigen middelen verslagen.''

Maar dat was toen en Korea mijden, dat doet Hendriks tegenwoordig niet meer. De bondscoach zou wel gek zijn. ,,Ze gaan steeds meer uit van eigen kracht. Dat is een groot verschil met een paar jaar geleden. Het is een technisch en fysiek zeer vaardige ploeg met een groot combinerend vermogen, die ik intussen als een volwaardig topvier-land beschouw. Geef ze een halve seconde en ze zijn weg. Die ontmoet ik liever nu dan dat ik straks in Sydney voor verrassingen kom te staan in de halve finale.''

Een jaar geleden nam Hendriks daarom contact op met zijn Koreaanse collega, de beminnelijke Kim Sang Ryul. Met de vraag of de Koreanen, vier jaar geleden al vijfde bij de Olympische Spelen in Atlanta, bereid waren om in de aanloop naar de Spelen in Sydney naar Amstelveen te komen voor een testserie, uitgesmeerd over drie wedstrijden, op het `Sydney-veld'. Sang Ryul stemde toe. ,,Want we kunnen niet vaak genoeg tegen de wereld- en olympisch kampioen oefenen'', zei de oud-legerofficier gisteren. ,,Hoe vaker, hoe beter. Omdat we nog veel te leren hebben.''

Daarmee was niets teveel gezegd. Want wat de afgelopen vier dagen vooral opviel in Amstelveen: het gebrek aan killersinstinct bij de Koreanen. Zowel donderdag (3-2), zaterdag (1-1) als gisteren (2-1) dwongen de bezoekers de meeste kansen af, maar ging Nederland in de cirkel aanzienlijk zorgvuldiger te werk. ,,Ze kunnen alles, behalve scoren'', in de woorden van Jacques Brinkman. Sang Ryul durfde de Nederlandse recordinternational niet tegen te spreken. ,,Nederland heeft ons een les in doelmatig hockey gegeven.''

Een waardevolle les ongetwijfeld en gewapend met een stapel videobanden stapten de Koreanen vanmorgen op het vliegtuig naar Seoul. Om na een grondige analyse van de beelden over ruim een maand in Sydney vast en zeker sterker voor de dag te komen, zoals Hendriks gisteren vermoedde. Overigens treffen beide landen elkaar pas op z'n vroegst in de halve finale, want Zuid-Korea is ingedeeld in groep B (met Argentinië, Australië, India, Polen en Spanje) terwijl Nederland strijdt in een poule met Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Maleisië en Pakistan.

Nee, Sang Ryul was Hendriks allang dankbaar dat zijn selectie een kijkje in de Nederlandse keuken had mogen nemen. ,,Korea is een land zonder hockeycultuur. Kennis moeten wij van buiten halen. Wij kopiëren om te winnen. We kopiëren niet alles, maar een aantal facetten. Daar zijn oefenwedstrijden voor bedoeld. We moeten ook wel, want als we het niet doen dan blijven we dat kleintje dat we niet willen zijn. Wie verbiedt het ons bovendien om van onze tegenstanders te leren?''

Desondanks spreekt de concurrentie van `laboratorium-hockey'. Critici zien in de opmars van Korea vooral een bewijs van de geringe spanwijdte van de sport. Ogenblikkelijk gaan daarbij de gedachten uit naar het vrouwenhockey, waar Spanje acht jaar geleden, bij de Spelen in Barcelona, vanuit het niets olympisch goud won. Ook die prestatie kwam tot stand na een pseudo-wetenschappelijke voorbereiding waarbij kosten noch moeite werden gespaard om het gastland zo optimaal mogelijk te prepareren.

Hockey is een sport die zich leent voor een bijna mathematische benadering. Zuid-Korea is daarvan het beste voorbeeld, zoals de vrouwenploeg in 1988, bij de Spelen in eigen land (tweede plaats), al bewees. Spelers zijn schaakstukken in de handen van de coach, aan wiens autoriteit niet getornd mag of kan worden. Zijn wil is wet. Zelden of nooit tonen spelers hun emoties, zoals de Aziatische volksaard hen voorschrijft.

Volharding is volgens Hendriks dan ook de stille kracht van de Koreanen. ,,Die kerels zijn bereid om een bepaald spelonderdeel tot in het oneindige te herhalen. Net zolang tot ze er bij wijze van spreken dood bij neervallen. Dat is een gave die maar weinigen gegeven is en die ik zeer bewonder.'' Sang Ryul kan die woorden slechts beamen. ,,Discipline, fysieke kracht en de absolute wil om te leren'' zijn volgens hem de sleutelbegrippen in de hockeyfilosofie van de ploeg die in Sydney vooral zal loeren op de counter.

Want de Koreanen hebben leergeld betaald, zoals bleek bij het toernooi om de Champions Trophy. In plaats van blindelings op de aanval te spelen, perste Sang Ryul zijn ploeg ruim twee maanden geleden in een defensief keurslijf. ,,Wij willen graag olympisch goud winnen en met aantrekkelijk hockey is dat onmogelijk'', zo verklaarde de coach. Om zijn argument kracht bij te zetten, herinnerde hij nog maar eens aan de spectaculaire maar weinig zinvolle duels uit het recente verleden. Zoals de 7-6 nederlaag tegen Nederland, twee jaar geleden geleden bij het vierlandentoernooi in Hamburg. ,,Leuk voor het publiek, slecht voor het vertrouwen.''

Daarmee zijn de Koreanen een stap verder dan India en Pakistan, de landen die nog niet zo lang geleden golden als de hockeygrootmachten van het Aziatische continent. Maar die tijd is voorbij. Vorig jaar, bij de Champions Trophy in Brisbane, kwam de ommekeer. Terwijl India ontbrak aan de oostkust van Australië en Pakistan degradeerde, eindigden de Koreanen bij pas hun derde deelname aan het jaarlijkse zeslandentoernooi op de tweede plaats, na zeges op onder meer Nederland (3-2) en Groot-Brittannië (3-2). Alleen gastland Australië was in de finale te sterk voor het elftal waar spits Seung Tae Song met zeven treffers uitgroeide tot de smaakmaker van het toernooi. Bij de laatste editie in Amstelveen onderstreepte Korea met de derde plaats dat de prestatie in Brisbane geen toevalstreffer was.

Ook bij de jeugd hebben India en Pakistan een pas op de plaats moeten maken. Afgelopen voorjaar doorbrak Zuid-Korea de hegemonie door bij de Aziatische juniorenkampioenschappen met zowel de mannen- als de vrouwenploeg de titel op te eisen. Dat was vooral een klap in het gezicht van Pakistan, het land dat zichzelf – in weerwil van de resultaten van de laatste jaren – nog steeds beschouwt als hét hockeybolwerk bij uitstek.

Het succes van het Zuid-Koreaanse hockey mag opmerkelijk worden genoemd voor een land waar honkbal en voetbal op een voetstuk staan, en de sport met bal en stick niet of nauwelijks tot de verbeelding spreekt. Slechts tweeduizend geregistreerde spelers (mannen en vrouwen) telt het land. Ter vergelijking: Nederlands grootste hockeyclub (Rotterdam) heeft ongeveer 1.700 leden. Drie jaar geleden leek de sport bovendien op sterven na dood na de ineenstorting van de Zuid-Koreaanse economie. Die klap is het te boven. Met dank onder meer aan de `Nederlandse' hoofdsponsor: electronica-bedrijf Philips.

In `Sydney' staat niets meer of minder dan de toekomst van het Zuid-Koreaanse hockey op het spel, liet Sang Ryul gisteren doorschemeren. ,,Een medaille zou onze sport in één klap op de kaart zetten. Lukt dat niet, dan zijn we veroordeeld tot de rol die we nu spelen. Die van een ploeg die wat kan, maar afhankelijk is van anderen.''

    • Mark Hoogstad