3.000 koppige Somaliërs in een tent

Overleg tussen 3.000 burgers in een tent heeft in Somalië geleid tot het eerste parlement sinds 1991. De Afrikaanse traditie van lang praten in clanverband lijkt een alternatief voor dure, vruchteloze besprekingen tussen krijgsheren.

Hardnekkige conflicten in Afrika laten zich steeds moeilijker oplossen door politieke en militaire leiders. Hun vredesberaad kost handenvol geld en bij het overleg benadrukken zij de geschillen in plaats van ze op te lossen. De langgerekte en uitzichtloze besprekingen over conflicten in Burundi, Soedan en Congo roepen geen hoge verwachtingen maar scepsis op.

Misschien kan het anders. Mogelijk biedt de Afrikaanse traditie van lang praten en zoeken naar consensus een uitweg. Sinds drie maanden vindt in Djibouti uniek vredesoverleg plaats tussen duizenden Somaliërs. Niet in dure hotels en in aanwezigheid van pers en presidenten maar met 3.000 gewone burgers samen in één grote tent.

Dertien keer eerder deden Somaliërs pogingen vrede te stichten sinds in 1991 hun land onderdompelde in wetteloosheid en geweld zonder centraal gezag. In chaos valt aan alles wat te verdienen, ook aan vredesoverleg. Op kosten van een gastland kwamen de krijgsheren praten over vrede en maakten daarvoor kwartier in dure vijfsterren hotels. Het resultaat van weken overleg was dat de tegenstellingen waren aangescherpt en de vredeswil verdwenen. Met achterlating van enorme hotel- en telefoonrekeningen voor de gastheer stapten de leiders weer op, om hun plunderingen in Somalië te hervatten.

Onder leiding van de nieuwe president van Djibouti, Ismaïl Omar Guelleh, werd dit keer gekozen voor een geheel andere aanpak. Niet de politiek-militaire leiders zwaaien de scepter bij dit vredesoverleg, maar traditionele en religieuze voormannen, zakenlui en academici, niet-gouvernementele en vrouwenorganisaties. Krijgsheren mogen meedoen aan het beraad maar als lid van clandelegaties en met hetzelfde stemrecht als iedere deelnemer.

De deelnemers zijn bij de besprekingen georganiseerd op basis van hun clan, subclan en subsubclan. Op dezelfde grondslag zijn ze gehuisvest in talrijke bungalows in het voormalig Frans-koloniale vakantieoord Arta, 30 kilometer buiten Djibouti-stad. Elk huisje heeft een ijskast, 15 bedden en één telefoon voor lokale gesprekken, verder ontbreekt iedere luxe. Iedere dag slacht de regering van Djibouti voor gemeenschappelijke consumptie 10 kamelen, 30 koeien en 50 geiten. Nomaden komen hun kamelenmelk verkopen en handelaren verstrekken dagelijks de deelnemers hun porties qat, een licht verdovend middel dat de tongen los maakt.

De stemming is volgens deelnemers goed. Hoewel regelmatig ritueel stoom wordt afgeblazen in agressieve redes, heerst er een sfeer van verzoening. Twee keer moest de politie van Djibouti ingrijpen na gevechten tussen delegatieleden, maar na enige uren achter de tralies bleken de gemoederen weer bekoeld. De stemming van exclusiviteit – er zijn geen diplomaten of andere buitenlandse vredestichters aanwezig – en het lange samenzijn leidt tot verbroedering. Voor het eerst mogen ook vrouwen meedoen aan het beraad, een unicum in de Somalische context. De rekening van de conferentie is voor de regering van Djibouti.

Met tranen in de ogen hield de Djiboutiaanse president dinsdag een rede in Arta. Het geld dat zijn regering uittrok voor de conferentie is op en daarom wil de president nu snel resultaat. ,,Somalische broeders, zet mij niet voor joker in het aangezicht van de internationale gemeenschap'', vroeg hij. ,,Ik vertelde de Verenigde Naties dat wij Somaliërs vrede kunnen stichten zonder bemoeienis van de krijgsheren. Onze eer staat op het spel.'' Die woorden raakten de gevoelige snaar van de eerzuchtige Somaliërs en met nieuw elan hervatten ze hun gesprekken.

De Somaliërs vallen met dit vredesberaad terug op oude tradities. De Somalische samenleving is scherp onderverdeeld in clans en subclans die elkaar sinds mensenheugenis bestrijden en beroven van weidegronden, vrouwen en kamelen. Somaliërs zijn meesters in het vechten, maar bezitten eveneens de kwaliteit om tijdenlang te kunnen overleggen. Niet alleen zijn ze befaamd voor hun orale poëzie en liederen maar onder `de boom der gerechtigheid' konden clanoudsten uren, dagen, weken samenkomen om vrede te bewerkstelligen. Tot de moderne wapens en de door buitenlanders gefinancierde krijgsheren op het toneel verschenen, wisten Somaliërs na iedere oorlog weer vrede te sluiten.

De conferentie in Arta is daar nog niet in geslaagd, maar heeft wel al tot opvallende resultaten geleid. Ze besloot tot ontwapening van de clanmilities en lanceerde een economisch herstelprogramma. Ze nam een nationaal handvest aan dat van Somalië een federale staat maakt. De federale eenheden worden gevormd op basis van de clans met een vergaande vorm van autonomie. Alleen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie zullen onder de centrale overheid gaan vallen.

Moeilijkheden ontstonden toen de verdeling van de 225 zetels in het overgangsparlement moest worden geregeld. De vier hoofdclans, de Darod, Hawiye, Dir en Digil-Mirifle, kwamen overeen dat iedere groep er 44 zou krijgen. Toen ze deze 44 zetels moesten gaan onderverdelen onder hun subclans liepen de besprekingen vast. Na vele weken zijn die problemen nu vrijwel uitgevochten. Gistermorgen hadden de clans 164 parlementsleden geselecteerd, genoeg voor de installatie van het parlement.

De president van Djibouti beëdigde de leden gisteren tijdens de eerste bijeenkomst van het parlement in Arta. Daar zal het blijven totdat een veilige plaats in Somalië is gevonden. Binnenkort kiest het parlement zijn voorzitter en worden de overige leden benoemd. Behalve voor de vier clangroepen zijn 15 zetels gereserveerd voor vrouwen, 24 voor minderheden en de Djiboutiaanse president mag er ook nog eens enkele benoemen.

Het parlement, dat drie jaar blijft zitten, gaat proberen een premier en president te kiezen. Volgens bronnen in de conferentie gaat de voorkeur uit naar Ibrahim Egal, president van Somaliland dat zich eenzijdig heeft afgescheiden van de rest van het land. Somaliland en het semi-onafhankelijke Puntland verklaarden zich grote tegenstanders van de conferentie omdat de delegatieleden zichzelf beslissingsbevoegdheid gaven voor geheel Somalië. Heimelijk doen ze echter mee aan het beraad om een vinger in de pap te houden. De meeste kanshebbers voor het presidentschap zijn, evenals Egal, voormalige medewerkers van Siad Barre, de laatste president van het verenigde Somalië.

De clankrijgsheren kijken met argusogen naar de mammoetbijeenkomst in Arta. Succes in Arta zal hun ondergang inluiden. De Somaliërs zijn na tien jaar chaos vrijwel uitgevochten. Clanmilities leveren nog slag maar over het algemeen heeft iedere clan zijn gebied stevig afgebakend. Vooral de zakensector neemt een steeds onafhankelijker positie in en weigert `belastingen' te betalen aan de clanmilities. De krijgsheren beschikken daarom over steeds minder financiën om hun strijders te betalen en daaraan evenredig neemt hun invloed af.

Neem Hussein Farah Aideed, zoon van de in 1996 gesneuvelde generaal Farah Aideed. Hij was eens militair de sterkste in de hoofdstad Mogadishu en heeft nu nog slechts vier gevechtsvoertuigen en weinig invloed. Hij kan zelfs de dagelijkse portie qat voor zijn strijders niet meer betalen.

De Somalische burgers werden moediger en durven het op te nemen tegen hun krijgsheren. Er vonden in Mogadishu, tegen de wil van de militaire leiders, demonstraties plaats ter ondersteuning van het overleg in Arta. De mentaliteitsverandering is voor een belangrijk deel het gevolg van de opkomst van onafhankelijke electronische media. Het tv-station HornAfrik in Mogadishu organiseert dagelijks programma's waarin iedere kijker zijn mening geven mag. ,,Het blind volgen van de clan en clanleiders is voorbij'', voorspelt een waarnemer. ,,De nieuwe liberale stations hebben een ongekende openheid geïntroduceerd.''

Het is geenszins zeker dat het nieuwe politieke klimaat en de oorlogsmoeheid onder de steeds moediger Somalische bevolking ook tot het gewenste vredesakkoord leiden zal. Het Somalische volk behoort tot het koppigste van het continent. Maar het vredesoverleg in Arta heeft een precedent geschapen voor Somalië en misschien ook voor Afrika. ,,Ook als er geen akkoord wordt bereikt, heeft er toch een doorbraak plaatsgevonden'', concludeert een deelnemer.

    • Koert Lindijer