WTO blijkt voor arme landen een ware nachtmerrie

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) is voor veel landen tot op heden een ,,nachtmerrie'' geweest wat betreft mensenrechten.

Dat staat in een rapport van de Verenigde Naties. Het rapport is opgesteld door Joseph Oloka-Onyango en Deepika Udagamadat van de VN-commissie voor mensenrechten.

,,De aannames waarop de regels van de WTO gebaseerd zijn, zijn vreselijk oneerlijk en bevooroordeeld'', zo schrijven de twee specialisten op het gebied van globalisatie. Volgens hen houdt de WTO geen rekening met de behoefte van arme mensen. ,,De agenda van de organisatie is alleen bedoeld om de belangen van dominante bedrijven die de arena van de internationale handel al monopoliseren'', schrijven de twee auteurs.

Oloka-Onyango en Udagamadat pleiten ervoor dat arme landen een duidelijkere stem krijgen binnen de WTO. Volgens hen leidde juist het ontbreken van zo'n stem er in december toe dat de WTO-bijeenkomst in Seattle een flop werd. De burgemeester van Seattle, Paul Schell, moest de noodtoestand en een avondklok voor het centrum van de stad afkondigen, na gewelddadigheden van demonstranten.

De WTO heeft niet onmiddelijk gereageerd op het rapport, maar directeur-generaal Mike Moore heeft in het verleden vaker laten weten dat hij gelooft dat arme landen het meest profiteren van de vrije wereldhandel. Anderhalve maand geleden publiceerde de WTO een studie (`Handel, Inkomensongelijkheid en Armoede') waarin deze conclusie is te lezen. Uit die studie zou blijken dat vrijere wereldhandel het arme landen mogelijk maakt om hun achterstand in te halen. De snellere economische groei die het gevolg is van handelsliberalisatie helpt armoede juist te bestrijden.

Maar Oloka-Onyango en Udagamadat schrijven in hun rapport dat rijke landen wat betreft mensenrechten en arbeidsomstandigheden met dubbele standaarden werken. Ze willen een radicale herziening van de werkwijze van de WTO.

Het rapport heeft bovendien kritiek op het Internationaal Monetair Fonds dat ontwikkelingslanden allerlei regels oplegt en geen bewegingsruimte laat. Het IMF kondigde in april ingrijpende hervormingen aan om beter te kunnen reageren op moderne financiële crises. Een van de aangekondigde hervormingen was een schuldverlichting voor de allerarmste landen. Ook tijdens de bijeenkomst van de G-8 in Okinawa vorige maand was dat een centraal onderwerp. Maar tot concrete besluiten is het daarbij niet gekomen.