Weg met die Kafferboomstraat

Egoli, Tswana en Ethekwini, nooit van gehoord? Dat gaat veranderen als de Zuid-Afrikaanse commissie voor naamsverandering haar zin krijgt. De drie grote steden van Zuid-Afrika, nu bekend als respectievelijk Johannesburg, Pretoria en Durban hebben `foute' namen, die in verband staan met het koloniale en apartheidsverleden. Dat is, zo vindt de commissie, niet langer acceptabel. De afgelopen jaren werd al een aantal aanstootgevende benamingen van provincies, rivieren en straten aangepast, maar steden bleven tot nu toe buiten schot.

Begin deze week onderstreepte minister van Waterzaken en Bosbouw, Ronnie Kasrils, nog eens het belang van naamswijziging vanuit ,,historisch en sociaal oogpunt''. De bewindsman was in de provincie KwaZulu/Natal aanwezig op een ceremonie waarbij de Chelmsford-stuwdam werd omgedoopt tot Generaal Ntshingwayo kaMahole Khosa-stuwdam. Ofwel: de naam van een Britse oorlogsheer uit de negentiende eeuw werd vervangen door die van een van zijn Afrikaanse tegenvoeters.

Steden en andere geografische eenheden van Zuid-Afrika kregen bij hun stichting in de koloniale tijd meestal de namen van blanke `indringers'. Pretoria, ontstaan rond 1850, werd vernoemd naar de Boeren-voortrekker Andries Pretorius, Johannesburg (stichtingsjaar 1886) ontleent zijn naam aan een niet nader bekende Johannes met waarschijnlijk een Nederlandse achtergrond, terwijl de naam Durban (1835) afkomstig is van de toenmalige gouverneur van de Britse Kaapprovincie, Sir Benjamin D'Urban. Maar alle drie de steden ontwikkelden in de zwarte volksmond ook eigen namen: Tswana is een Sotho-woord voor `we zijn allemaal gelijk', Egoli betekent: `stad van goud', en Ethekwini is de Zoeloe-aanduiding voor de horens van een stier.

Volgens Kasrils werden originele Afrikaanse namen van bepaalde locaties in het verleden simpelweg genegeerd, ,,net zoals de mensen die moesten lijden onder de knoet van hun onderdrukkers''. In het geval van de grote steden gaat zijn redenering niet op. Pretoria, Johannesburg en Durban werden door blanken gesticht en de namen die ze dragen zijn als zodanig origineel. Alleen over de vierde grote stad van het land, Kaapstad, lijkt geen verschil van mening te bestaan. Kaapstad heet in de zwarte talen wel eKapa, maar dat is een verbastering van Kaap, de naam van de stad zal dezelfde blijven.

De Zuid-Afrikaanse regering installeerde na de democratische overgang van 1994 een commissie die is belast met geografische namen. Sindsdien verdwenen de naamverwijzigingen naar de belangrijkste architecten en uitvoerders van de apartheid uit het openbare leven. Een voorstad van Pretoria: Verwoerdburg, vernoemd naar de grondlegger van de apartheid, Hendrik Verwoerd, heet nu Centurion. De Verwoerdstuwdam werd Gariepdam. Ook de naam van Verwoerds toenmalige opvolger John Vorster verdween van menig naam- en straatbordje.

Merkwaardig genoeg bleven straatnamen met een duidelijk racistische lading tot nu toe gespaard. Zo bestaan er zowel in Pretoria als in Johannesburg twee Kafferboomstraten, bestaat er nog een dorp Kafferspruit en stroomt de Kaffersrivier nog door het land. En dat terwijl het woord kaffer als benaming voor een zwarte als een zeer grote belediging wordt gezien. Langalibalele Mathenjwa, hoofd van de namencommissie, kondigde deze week evenwel aan dat deze namen spoedig tot het verleden zullen behoren.

Opvallend is dat onder het grote publiek – driekwart van de 40 miljoen inwoners van Zuid-Afrika is zwart - de namenkwestie nauwelijks leeft. Anders dan in Oost-Europa na de val van het communisme bestond in Zuid-Afrika niet de drang elke zichtbare herinnering aan de apartheid op te ruimen. Over het hele land verspreid moeten er nog altijd duizenden standbeelden en andere structuren staan uit de `slechte oude tijd'. Het zal de meeste mensen worst zijn. Tijdens de inauguratie van Thabo Mbeki als president van de republiek in Pretoria, werden in juni vorig jaar wel discreet enkele beelden, waaronder dat van de rabiate voorstander van de apartheid uit de jaren vijftig, premier Johannes Gerhardus Strydom, discreet afgedekt met doeken. Maar van het verwijderen van de beelden is nog geen sprake.

Een belangrijke overweging bij de terughoudendheid in de naamsveranderingen of het opruimen van monumenten is het kostenaspect. Tegenstanders van verdere aanpassingen wijzen bij voortduring op het feit dat alleen al het veranderen van Pretoria in Tswana het land een kapitaal zal kosten en dat zou men liever ergens anders aan uitgeven.

Omgekeerd lieten de nieuwe autoriteiten het Afrikaanse chauvinisme en de persoonsverheerlijking achterwege dat menig land in de regio heeft omhelst en waarbij naar alle Afrikaanse vrijheidsstrijders, of wat daar voor door moet gaan, een belangrijke straat werd vernoemd. Alleen de naam van Nelson Mandela komt men, in beperkte mate, tegen op straatnaambordjes.