Survivallen

Indiaantje spelen, wordt dat nog gedaan? Weten de kinderen van deze tijd wat ugh en howgh betekenen en wat een squaw is? Ik heb het nagekeken in de grote Van Dale, achtste druk, 1961 (de enige die ik op dit ogenblik bij de hand heb). Squaw staat erin, de andere twee niet. Ugge ugge is de door Robert Jasper Grootveld in omloop gebrachte afleiding, de leuze waarmee hij zijn campagne tegen `de verslaafde consument' heeft gevoerd. Ook de eerste anti-rook campagne, denk ik. In de Korte Leidsedwarsstraat was de Antirooktempel gevestigd.

De sigarettenindustrie sloeg kunstzinnig terug. Daaraan hebben we een beeldje te danken, Het Lieverdje op het Spui in Amsterdam. Het is de gemeente cadeau gedaan door de Hunter-sigarettenfabriek, zoals erop staat. Die werkte met de slagzin Ha! Hunter! Heerlijk! (Om het tijdsbeeld even verder te schetsen: Camel pakte het nog krachtiger aan, met het More doctors smoke Camel than any other cigaret). Moeten we, gegeven de wetenschap die we nu hebben, ook niet eens een discussie openen over dit beeldje, zoals dat met het Van Heutz-monument aan de Apollolaan is gebeurd?

Toen, in de jaren zestig, zijn Winnetou en Old Shatterhand (oude vermorzelhand) door Batman en Robin van de straat verdreven. De kinderen zaten elkaar achterna, gehuld in een zwarte plastic fladdercape en met een duivelsmaskertje op. Wat er daarna is gebeurd heb ik niet bijgehouden. Dit is trouwens bedoeld als een waardevrij stukje, dat niet eindigt met de vraag waar het heen moet. Het gaat over de snelheid waarmee de tijd verstrijkt.

De vier jongens die door de politie van Milosevic zijn gearresteerd worden nog steeds gevangen gehouden. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, hebben vertegenwoordigers van de Nederlandse staat nog geen contact met hen. We weten wat we daarvan moeten denken. Intussen heb ik in een stuk of wat kranten vraaggesprekken met hun vrienden gelezen. Daaruit ontstaat een beeld van deze vier en hun omgeving. Het onthullendst vind ik Trouw, een korte reportage van Kustaws Bessems. Een vriend van de gearresteerde Bas van Schaik zegt: `Volgens mij ging hij gewoon survivallen in Kosovo'. Twee hebben een website geopend om actie te voeren voor de vrijlating en `de Nederlandse regering wakker te houden': www.basjemoetvrijkomen.cbj.net.

De site heeft een forum waarop men zijn boodschap kan zetten. Ik citeer Trouw: `Guus schrijft: O ja, als er dan toch mensen zijn die ze willen bevrijden dan ga ik mee, al mijn woede uitleven op die serven.' De Servische televisie heeft een reactie gestuurd: `Er zit iets niet goed in jullie hoofd.'

Wat wilde ik zeggen? Tot nader order geloof ik graag alle jongens die bij dit avontuur betrokken zijn, geen kwade bedoelingen hebben. Maar laten we het eens ernstig in perspectief zien. Simpel samengevat: vorig jaar zijn daar bloedbaden aangericht, tienduizenden mensen heen en weer gejaagd, er is een oorlog gevoerd, enz. Het is er nog niet pluis. Moord en doodslag zijn er aan de orde van de dag. Dan denken een paar Nederlandse jongens: weet je wat, we gaan daar eens gewoon survivallen. En als blijkt dat het survivallen voorlopig in de gevangenis eindigt, wordt er een website geopend, worden er plannen gesmeed om de kameraden te bevrijden en `de woede uit te leven op de serven.'

Kosovo als jongensboek. Twee HBS'ers in gevaar, Emiel en zijn detectives. Daar zijn vier jongens die in hun eigen land hun mannetje staan. Een verdient zijn brood als portier van een disco en wordt geprezen om zijn `streng maar rechtvaardig deurbeleid'. Onder de geldende Nederlandse omstandigheden prijzenswaardig. Dan gaan ze in het buitenland op avontuur. Ze lopen in de armen van geüniformeerde krachten die heel anders denken dan een Nederlandse politieagent. Achter de tralies. Vrienden willen hen bevrijden. Ze zijn zo goed in het internetten dat ze een website inrichten. Mondige burgers. Door de Servische televisie, afgezien van de vraag of het daar dienstdoend personeel niet achter de tralies hoort, worden ze voor gek versleten.

Vooral 's zomers hebben de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigers in het buitenland hun handen vol aan toeristen die met een blokje hasj, een paar pilletjes of een buideltje eerste klas nederwiet voor eigen gebruik zijn betrapt. Niet de geringste kwade bedoelingen hadden ze. Toch in het gevang, tot hun eigen verbazing. Hoe komt het toch.

We beschouwen onszelf graag als een voorbeeld voor de wereld. Poldermodel, gidsland. We huisvesten een paar van de grootste multinaltionals. We houden onszelf voor Europa's beste polyglotten. Met Big Brother schijnen we te zijn doorgebroken naar het mondiale entertainment. En toch ieder jaar weer de blowklantjes in buitenlandse cellen, en nu vier survivallers. Moeten we de schuld niet bij onszelf gaan zoeken? Wij `van de media' hebben de lezers en kijkers kennelijk niet goed aan het verstand gebracht, dat er in de wereld een groot buitenland is met eigenschappen, grimmiger dan onze meisjes en jongens van Stavast zich kunnen voorstellen. Het is ook iets voor onderwijzers, leraren, vaders en moeders. Bedenk dat we met al onze geweldige deugden een allernaïefste, allertolerantste, allernonchalantste provincie zijn.