Pensioen wordt profit center

Zeven grote bedrijven kregen dit jaar al geld terug van hun pensioenfonds. Samen 1,7 miljard gulden. Het werknemerspensioen wordt een profit center. ,,Het wordt steeds gekker.''

Wat zouden de aandeelhouders van bouwer en baggeraar Ballast Nedam moeten zonder het pensioenfonds? De Saoedische overheid is slecht van betalen, in Indonesië had de baggeraar dit jaar maandenlang problemen, met de Surinaamse regering dreigt opnieuw een betalingsprobleem.

Nee, dan het pensioenfonds – dat is wel goed van betalen. De pensioenbeheerder, die overigens 2 procent van de aandelen van Ballast Nedam bezit, betaalde vorig jaar 25 miljoen gulden terug aan het bedrijf. Mede dankzij deze meevaller kon Ballast Nedam in 1999 nog 21 miljoen gulden winst maken.

Ballast Nedam is een van de zeven Nederlandse concerns die dit jaar al hebben gemeld dat zij vermogen terugkregen uit de pensioenregeling voor hun werknemers. Vorig jaar ging het om twee grote bedrijven en een terugave van 666 miljoen gulden. Nu staat de teller op bijna 1,7 miljard gulden.

,,Het wordt steeds gekker'', vindt P. de Wind, adviseur van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen. ,,Wij zijn niet blij met dit soort terugstortingen'', zegt beleidsmedewerker pensioenen C. Driessen van de vakcentrale FNV. Hij vindt dat pensioenfondsen meer kunnen doen om voorzieningen aan te leggen voor het zekerstellen van toekomstige aanpassingen van pensioenuitkeringen aan de inflatiestijging.

Steeds meer Nederlandse pensioenfondsen hebben jarenlang zulke hoge rendementen op hun vermogens gemaakt dat zij vinden dat zij inmiddels meer kapitaal hebben dan nodig is voor financiering van de pensioenen en de financiële buffers tegen een koersval op de geldmarkten. De pensioenfondsen bezitten samen ruim 1.000 miljard gulden – meer dan de jaarlijkse productie van goederen en diensten in Nederland.

Adviseur De Wind van de pensioenbond wijst erop dat de fondsen een sociaal product leveren, en tegelijk over het vermogen van een multinational beschikken. ,,Een middelgroot pensioenfonds heeft al een vermogen als Hoogovens, maar zonder de controlemechanismes die daarbij horen, zoals een onafhankelijke raad van commissarissen.''

De rendementen op de beleggingen zijn dankzij de hausse op de aandelenmarkten al vijf jaar ongewoon hoog: gemiddeld bijna 15 procent. Door de beperkte loonstijgingen en de geringe inflatie stegen de verplichtingen voor toekomstige pensioenen misschien maar met de helft.

De superrendementen vertalen zich op grote schaal in verlaging van de pensioenpremie voor de werkgevers, die traditioneel het grootste deel van deze kosten voor hun rekening nemen. Steeds meer bedrijven hoeven helemaal geen pensioenpremie meer te betalen voor hun Nederlandse werknemers, zo rijk zijn ,,hun'' pensioenfondsen: Unilever, Nederlandse Spoorwegen, Shell, Philips, Akzo Nobel. Andere, zoals ABN Amro en HBG, krijgen de betaalde premie aan het eind van het jaar weer terug.

Uit jaarverslagen van een dertigtal bedrijven en pensioenfondsen blijkt dat de premieverlagingen een kostenvoordeel opleveren van bijna 1,7 miljard gulden. Het werkelijke voordeel moet nog veel groter zijn. Bedrijven die geen pensioenpremie betalen geven niet aan wat zij betaald zouden hebben als hun pensioenfonds niet zo rijk was geweest.

Drie multinationals, Shell, Philips en Aegon, maken zelfs voor het eerst letterlijk winst op de pensioenregeling voor al hun werknemers. De pensioenkosten die zij in hun jaarverslagen rapporteren zijn vorig jaar omgeslagen in opbrengsten. Aegon heeft 48 miljoen gulden inkomsten, Shell ruim 20 miljoen, Philips 97 miljoen.

Deze inkomsten zijn deels van boekhoudkundige aard, maar zij onderstrepen de trend dat de pensioenregeling voor de werknemers een profit center voor de werkgever en de aandeelhouders is geworden. ,,Bedrijven letten steeds scherper op hun beurswaarde'', weet Driessen. ,,Kennelijk is het steeds aantrekkelijker om niet te veel geld in je pensioenfonds te laten zitten.''

Met name de ouderenorganisaties worden steeds kritischer over de premieverlagingen en terugstortingen uit pensioenkassen. Zij moesten zelf in de jaren zeventig en een deel van de jaren tachtig torenhoge pensioenpremies betalen, tot soms 25 procent van het brutoloon. Nu worden de meeste pensioenen met geringe percentages verhoogd. De norm was vorig jaar 1,6 procent, minder dan de inflatie.

Het steekt hen des te meer dat zij in de besturen van pensioenfondsen niet of nauwelijks kunnen meebelissen omdat deze colleges het domein zijn van vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers.

De Wind: ,,Volgend jaar worden de afspraken tussen werkgevers, werknemers en ouderenorganisaties over meer zeggenschap van gepensioneerden geëvalueerd. Ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat werkgevers denken dat de gepensioneerden weer naar de politiek stappen om wettelijke zeggenschapsregelingen te krijgen en daar nu een voorschot op nemen: `Laten we maar wat terugstorten'.''