OLYMPISCH ZWEET

Elf jaar is hij nu, de schimmelruin De Sjiem die als een nazaat van vader Aram en moeder Chief bij de burgelijke paardenstand bekend staat onder cijfercode 89.5387. Een pracht van een paard en dat wil hij weten ook, zo heeft zijn berijder, olympisch springruiter Jeroen Dubbeldam, al meermalen gemerkt. Zodra De Sjiem de piste betreedt, lijkt het waarachtig alsof hij groeit van alle aandacht die op hem neerdaalt. Paarden zijn trotse wezens en De Sjiem vormt geen uitzondering op die regel. Waarin hij wel verschilt van zijn soortgenoten: De Sjiem blijft het liefst zo dicht mogelijk in de buurt van zijn stal. Veel paarden komen tot rust wanneer ze in het gezelschap van hun berijders door de bossen trekken. De Sjiem daarentegen vindt `de verste uithoek van de springtuin' al ver genoeg, weet Dubbeldam. Want dat is zijn thuisbasis, de plek waar Dubbeldam en hij de trainingen afwerken. Trainingen die bedoeld zijn om de souplesse vast te houden en bestaan uit eenvoudig dressuurwerk: het rijden van wendingen in verschillende tempo's en overgangen. Van stap naar draf en van stap via draf naar galop. Af en toe wordt er een lijntje gesprongen waarbij zeven of acht lage steilsprongetjes kort achter elkaar staan, om de reflexen van De Sjiem te testen. Zodat de schimmelruin straks, in het Horse Park in Sydney, optimaal geprepareerd aan de start staat.

Aflevering zes in een serie over Nederlandse sporters op weg naar de Olympische Spelen in Sydney.

    • Mark Hoogstad