Nederlander vaker in buitenlandse cel

Het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt geconfronteerd met een groeiende schare burgers die in een buitenlandse cel belanden.

Het is misschien een schrale troost voor de vier Nederlandse avonturiers die nu ergens in een Joegoslavische gevangenis zuchten, maar ook elders in de wereld zitten er circa 1.900 Nederlanders in de cel. Sterker nog: elk jaar neemt hun aantal sinds 1993 met zo'n 10 procent per jaar toe.

De omstandigheden waaronder ze worden vastgehouden, verschillen echter hemelsbreed van elkaar. In veel Midden- en Zuid-Amerikaanse landen moeten Nederlandse gedetineerden de ruimte delen met moordenaars en verkrachters. Ook is het er vaak erbarmelijk met de hygiëne gesteld. Ze moeten bovendien zelf maar zien hoe ze te eten krijgen. Ook in delen van Azië en Afrika is een dergelijk gevangenisregime niet ongebruikelijk.

Een verblijf in een Europese gevangenis is dan verkieslijker. ,,Ik was laatst in de vrouwengevangenis van Zürich om Nederlandse gevangenen te bezoeken en ontdekte dat daar op elke drie gevangenen een eigen wasmachine was en zelfs een droogmachine. Die heb ik eerlijk gezegd thuis niet eens'', lacht een medewerkster van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die zich met gedetineerden bezighoudt. Ze wil anoniem blijven.

Zelfs in West-Europa kan het uitzitten van een gevangenisstraf echter een beproeving zijn. In Britse gevangenissen mag je bij voorbeeld nooit iets meenemen, geen geld, geen tijdschrift en geen telefoonkaart. ,,Toen ik daar een Nederlandse gedetineerde wilde opzoeken, moest ik zelfs een losse knoop in mijn jasje nog inleveren'', aldus dezelfde medewerkster. In Frankrijk is het streng verboden voor gevangenen om te telefoneren en in Spanje mogen bezoekers slechts met de gevangenen spreken via een heel klein luikje.

Het overgrote deel van de Nederlandse gedetineerden in den vreemde, 85 procent, is in de gevangenis beland wegens een of ander drugsdelict. Vooral in België, waar ook vluchten uit Paramaribo aankomen, in Suriname zelf, in Peru en in Miami neemt het aantal Nederlandse drugsarrestanten en -veroordeelden de laatste tijd snel toe. Vaak gaat het om bolletjesslikkers, mensen die in hun maag bolletjes cocaïne meevoeren. Daarnaast neemt het aantal aanhoudingen van Nederlanders met ecstasy toe, tot in Japan.

De overigen zitten in de cel wegens zulke uiteenlopende zaken als een niet-betaalde hotelrekening, mensensmokkel, moord en oplichting. Deze week werd de gevangenispopulatie uitgebreid met vijf Nederlandse jongeren die op Kreta celstraf kregen wegens de verstoring van de openbare orde, maar al gauw op borgtocht vrijkwamen.

De gevangenen, van wie de helft van origine geen Nederlander is, bezorgen de afdeling consulair-maatschappelijke zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de consulaten in het buitenland handenvol werk. In december 1999 werd het ministerie zelfs geconfronteerd met acht nieuwe arrestaties per werkdag.

Alvorens de consuls en hun medewerkers in actie kunnen komen, moeten ze eerst wel weten dàt er landgenoten zijn opgepakt. Meestal gebeurt dat snel na de arrestatie, omdat de `gastlanden' de gevangene overeenkomstig de Conventie van Wenen de mogelijkheid moeten bieden in contact te treden met vertegenwoordigers van hun eigen land. Soms gebeurt dat niet, zoals tot dit weekeinde het geval was met het viertal in Joegoslavië. Een enkele keer wenst de gevangene zelf ook geen contact met Nederlandse diplomaten uit gêne of uit gebrek aan vertrouwen in de vertegenwoordigers van Hare Majesteit.

Vervolgens proberen de consuls, hun medewerkers en soms ook specialisten uit Den Haag een bezoek te brengen. ,,Zo'n bezoek is erg belangrijk voor de gedetineerden'', zegt de medewerkster uit Den Haag. ,,Het is vaak voor het eerst dat ze weer een Nederlander zien en Nederlands kunnen spreken.'' Daarnaast proberen in het buitenland wonende vrijwilligers van Reclassering Nederland de gevangenen te bezoeken. De Nederlandse vertegenwoordigers geven zo nodig juridische adviezen, al dan niet via een lokale vertrouwensadvocaat van de ambassade. Ook onderhoudt de consulaire afdeling het contact met familieleden in Nederland. Soms bemiddelt ze als de gevangene zijn straf liever in Nederland wil uitzitten. Dat laatste lukt niet altijd.

Als zieke gevangenen geen medicijnen krijgen, bestoken de diplomaten de gevangenisdirectie en de overheid in het betreffende land om dat gedaan te krijgen. Soms pakken ze het ook samen met andere landen van de Europese Unie aan. Die aanpak levert vaak resultaten op. Mede daardoor werd er in de Saleh-gevangenis in Marokko een speciale vleugel voor buitenlanders geopend, waar het althans iets beter toeven is dan in het andere deel van het complex.

Deze laatste oplossing plaatste de Europese landen wel voor een moreel dilemma: is het aanvaardbaar dat buitenlandse gevangenen beter worden behandeld hoewel ze soms een zelfde delict hebben begaan als burgers uit de landen zelf? ,,Je moet een middenweg vinden'', zegt de medewerkster van BZ. ,,Als Nederlanders genoeg hebben van elke dag rijst met kip, kunnen we ze niet helpen. Maar als ze een dokter of medicijnen nodig hebben, willen we ons best inspannen.''

Vroeger hadden de consulaire afdelingen beperkte financiële middelen om iets voor de gevangenen te doen. Niet zelden betaalden diplomaten, vooral in ontwikkelingslanden, uit eigen zak cadeautjes en voedsel voor gedetineerden. Een diplomaat in Singapore kocht zelfs eens een televisie voor een Nederlandse gevangene. Maar in 1998 werd er twee miljoen gulden extra per jaar vrijgemaakt, wellicht mede naar aanleiding van verwijten dat Buitenlandse Zaken niet altijd genoeg zou hebben gedaan. Een geruchtmakende zaak was die van Hans van Dam, die jarenlang in een gevangenis in het Indiase Madras zuchtte en daar aids opliep. Het ministerie ontkent overigens dat het niet genoeg zou hebben gedaan voor Van Dam.

Er is nu meer geld beschikbaar voor reizen naar gedetineerden, maar ook voor vitaminepillen, kranten of een telefoonkaart voor de gevangenen. Desgewenst kunnen ze een lening krijgen voor bepaalde uitgaven en eventueel een gift om wat eten te kopen, als dat niet al automatisch bij de verzorging hoort. In Suriname nemen de diplomaten tegenwoordig bij hun eerste bezoek standaard een pakketje mee met onder andere tandpasta en een tandenborstel.

Niettemin zijn veel gedetineerden maar matig te spreken over de consulaire inspanningen. De medewerkster in Den Haag: ,,Je kunt nooit iedereen tevreden stellen. Je maakt een gedetineerde pas gelukkig door hem vrij te krijgen. Men heeft vaak erg hoge verwachtingen van ons.''

    • Floris van Straaten