MASSA-VERKRACHTING GEEN GEVOLG VAN HAAT MAAR TERREURMIDDEL

Massale verkrachtingen in een (burger-)oorlogssituatie zoals in Bosnië en Kosovo zijn geen direct gevolg van haat, maar zijn juist bedoeld om haat bij de ander op te wekken. Massale verkrachting is te beschouwen als een middel van de ene (agressieve) groep om de band met de andere groep voorgoed te doorbreken. Massale verkrachtingen komen dan ook typisch voor in situaties waarbij territoria verdeeld worden tussen etnische groepen en de staat zwak is. Waarschijnlijk is ook van belang dat bij beide partijen de mannelijke eer een belangrijke rol in de cultuur speelt. Grootschalige verkrachting van vrouwen is dan de beste manier om de andere groep ten diepste te kwetsen, erger nog dan door moord. Dit concludeert de antropoloog Robert M. Hayden (Universiteit van Pittsburgh) in een analyse van etnisch geweld met en zonder massaverkrachtingen in India en in het voormalige Joegoslavië (American Anthropologist vol. 102, nr.1).

Bij etnische conflicten waarbij de betrokken bevolkingsgroepen niet streven naar etnische zuivering komen in verder even bloedige conflicten geen massaverkrachtingen voor. In veel analyses worden massaverkrachtingen gezien als een onderdeel van etnisch geweld en genocide, maar Hayden wijst er op dat er ook bloedige etnische conflicten zonder verkrachtingen zijn.

In de etnische strijd tussen hindoes en moslims bij de verdeling van de Punjab in 1947 kwamen massale verkrachtingen voor, maar bij de hindoe-aanvallen op Sikhs in 1985 in New Delhi, waarbij vele mannen werden vermoord, niet. De onderlinge moordpartijen tussen moslims en hindoes in Hyderabad in 1990 gingen evenmin gepaard met massa-verkrachtingen. In New Delhi en Hyderabad was, in tegenstelling tot de situatie in Punjab, Bosnië en Kosovo, geen sprake was van het opeisen van territorium en bijbehorende etnische zuivering. ``In tegenstelling tot het conflict in Bosnië, moeten [in Hyderabad] de hindoes en moslims [na het conflict] nog altijd samenleven en minimale sociale en vrij grote economische contacten onderhouden in het dagelijks leven. (...) Verkrachting maakt die contacten onmogelijk.'' Door te verkrachten zegt de ene groep tegen de andere groep dat alle contacten verbroken worden en samenleven voortaan onmogelijk is. ``Verkrachting is een extreem effectief middel om die boodschap over te brengen'', aldus Hayden, ``zelfs effectiever dan moord.''

Een ander voorbeeld dat Hayden noemt is Sandzak. Dat is een Servisch/Montenegrijns gebied waar veel moslims wonen en dat grenst aan Bosnië. In 1992/93 waren ook zij het slachtoffer van Servisch geweld, maar Hayden noemt het opvallend dat daar nu juist geen verkrachtingen plaatsvonden. De territoriale status van het gebied was niet aan de orde en de staatsmacht was er niet zwak. De situatie was te vergelijken met gebieden in Bosnië waar de etnische zuivering al had plaatsgevonden. Dan is de situatie duidelijk en houden de verkrachtingen op, ook als er nog minderheden achtergebleven zijn, aldus Hayden.

Massaverkrachtingen zijn geen kwestie van haat die onvermijdelijk leidt tot verkrachting, aldus Hayden. De verkrachters verkrachten niet omdat ze hun slachtoffers zo erg haten, maar omdat ze willen dat hun slachtoffers hèn gaan haten zodat ze niet meer terugkomen. In dit verband is verkrachting een vorm van rationeel geweld, schrijft Hayden, vergelijkbaar met de terreur van scherpschutters.

De massaverkrachtingen zijn dus heel goed te beschouwen als oorlogsmisdaden (en niet als een optelsom van incidenten), schrijft Hayden. Maar omdat er nooit directe opdrachten toe worden gegeven is het moeilijk de verantwoordelijkheid duidelijk toe te wijzen. De verkrachters volgen wat Hayden noemt een `cultureel scenario' dat pas actief wordt in een bepaalde situatie, zonder bevel van bovenaf. Een ander maar onvermijdelijk probleem bij de vervolging van verkrachting als oorlogsmisdaad is volgens Hayden dat daarmee de boodschap van de onoverbrugbare etnische tegenstelling wordt versterkt, de boodschap die nu juist precies de bedoeling van de daders was.

Bij massaverkrachtingen komt het ook voor dat vrouwen beschermd worden door mannen van de agressieve groep, vaak omdat ze elkaar van vroeger kennen. Soms trouwt de vrouw met deze man, ook al omdat de vrouw verder alles verloren heeft. Hayden noemt enkele voorbeelden daarvan uit de Punjab in 1947 en uit Rwanda in 1996. Internationale hulpverleners en juridische instanties zien deze gevallen als ontvoering en als een soort verkrachting binnen een gedwongen huwelijk. Hayden pleit voor nader onderzoek van deze gevallen en vermoedt dat veel van deze vrouwen wel degelijk een zelfstandig en rationeel besluit hebben genomen in moeilijke omstandigheden.

    • Hendrik Spiering