Lady Macbeth

Wat hebben Cherie Blair, Hillary Rodham Clinton en Lady Macbeth met elkaar gemeen? Vrouwen, getrouwd met machthebbers, niettemin onafhankelijk denkend, dus: symbolen van machtshonger en van vrouwelijke verdorvenheid, mikpunten van haat. Alle drie proberen deze vrouwenfiguren – de twee echte ladies en de fictieve- zich volgens een stereotypisch mannelijk wereldbeeld met slinkse methoden meester te maken van de macht van hun mannen.

Hillary, politica en juriste, Democratisch kandidaat voor de Senaat in de staat New York, geldt voor iedere rechtgeaarde conservatief in de Verenigde Staten als de kwade genius achter het presidentschap van Bill. Volgens de Hillary-haters heeft zij, zelf een `overspelige en immorele' vrouw, de ontrouw van haar man gedoogd, omdat zij in het kielzog van de president haar schadelijke, gezins- en maatschappij-ontwrichtende en door niets te stuiten politieke ambities najaagt.

Cherie Blair op haar beurt was deze week het doelwit van een schuimbekkende aanval van de Britse Tories. Niet als Mrs Blair maar als de juriste Cherie Booth, een vooraanstaand advocate gespecialiseerd in arbeidsrecht en mensenrechten, publiceerde ze maandag in The Daily Telegraph een pleidooi voor invoering van de Human Rights Act, die eindelijk de Europese Conventie voor de rechten van de mens in het Britse recht moet incorporeren. Onmiddellijk kwalificeerden de Tories haar als een helleveeg, een `onheilige en ontoerekeningsvatbare kruising tussen Hillary Clinton en Lady Macbeth'. Zij zou erop uit zijn koningin Elisabeth naar de kroon te steken. Zij zou Groot-Brittannië willen opschepen met een First Lady naar het vermaledijde voorbeeld van Hillary, voorzien van een eigen, achterbakse politieke agenda.

Cherie en Hillary beantwoorden onmiskenbaar aan een mannelijke angstfantasie. Werkende moeders die hun eigen carrière niet hebben opgegeven en weigeren om alleen maar in de schaduw van hun ega's te staan: dat is blijkbaar nog altijd voor heel wat mannen een schrikbeeld uit de hel, waar Lady Macbeth al eeuwenlang model voor staat. De vergelijking met het beruchte personage uit de tragedie van Shakespeare is even afgezaagd als, toch weer, onthullend voor degenen die ernaar teruggrijpen.

De conservatieve opinie in de Verenigde Staten respectievelijk Groot-Brittannië luidt, kort samengevat: Clinton is erg, Hillary erger; Blair een ramp, Cherie rampzaliger; Macbeth een aartsmoordenaar, Lady Macbeth een duivelin. Het was door zijn vrouw dat Macbeth tot de moord op Duncan werd gedreven. Het was Lady Macbeth die van het ambitieuze paar de bloeddorstigste was. (`Gij zwakke ziel! Geef mij de dolken', beet zij haar man toe toen deze aarzelde.) Immoreel, achterbaks, barbaars, irrationeel, meedogenloos wreed: `Waarom zouden wij bang zijn dat iemand het te weten komt', zegt ze over de moord op Duncan, `als niemand onze macht ter verantwoording kan roepen?'

Precies dat is wat ook Hillary en Cherie te horen krijgen. Zich verschuilend achter hun man usurperen zij diens bevoegdheden zonder de verantwoording te dragen. Dergelijke beschuldigingen verraden niets anders dan de diepgewortelde afkeer bij conservatieve mannen van werkende vrouwen, maar vooral van vrouwen die iets te zeggen hebben. Dat geldt voor Hillary Clinton, maar ook voor Cherie Blair die als advocate processen heeft gevoerd voor mensen die wegens hun sekse, huidskleur of seksuele voorkeur worden gediscrimineerd. Waar zouden de Britse Conservatieven een grotere hekel aan hebben: aan de mensenrechten uit het Europese verdrag, die hun een gruwel zijn, of aan de verdediging ervan door een vrouw die ze haten?

Nu zit er, uit feministisch oogpunt, wel degelijk ook iets scheef in de publieke rol van Cherie en Hillary. Zij opereren weliswaar op eigen titel en op eigen kracht, maar de aandacht voor hun opvattingen is toch afgeleid van hun huwelijk met een mannelijk opperhoofd. Pas als Hillary in de Amerikaanse Senaat wordt gekozen, kan zij de vernederingen en verdachtmakingen achter zich laten die zij als `de vrouw-van' heeft moeten ondergaan. Cherie, zelf kandidaat voor het Britse Lagerhuis geweest, heeft zich erbij moeten neerleggen voornamelijk als zorgzame moeder en als toegewijde steun van Tony te worden geportretteerd.

Het scheve in deze beeldvorming en in de vrijheidsbeperking van partners van politici zal pas verdwijnen als vrouwen en mannen daadwerkelijk in evenredigheid politieke functies uitoefenen. Dat is, ondanks geleidelijke verbeteringen in de ongelijke machtsverhoudingen tussen de seksen, nog bij lange na niet het geval. Thatcher, Meir, Bandaranaike, Ghandi, Aquino, Bruntlandt, het waren en blijven uitzonderingen die de regel bevestigen. Minister Tineke Netelenbos liet zich onlangs ontvallen dat in Nederland `de tijd niet rijp' is voor een vrouwelijke minister-president, een opmerking die of uit zelfverachting of uit lafheid voortkomt. In Amerika slaan de Democraten zich op de borst omdat zij voor het eerst een joodse kandidaat voor het vice-presidentschap hebben voorgedragen. In de persoon van de weggehoonde Geraldine Ferraro hebben ze ook ooit al eens een vrouwelijke kandidaat voor die functie gehad. Maar een vrouw als kandidaat voor het hoogste politieke ambt? Ondenkbaar, vooralsnog.

Enter Laura Bush. Zij heeft een toespraak gehouden tot de Republikeinse Conventie met als voornaamste strekking dat zij iedere dag met presidentskandidaat George W. zal gaan joggen om hem fit te houden. Op vragen over haar abortusstandpunt geeft ze geen antwoord. Haar volgzame en zedige verschijning moet de belofte uitstralen dat eindelijk `het fatsoen' zal terugkeren in het Witte Huis.

Fatsoen, het mocht wat. Bush heeft deze week het treurige record gevestigd van de gouverneur tijdens wiens bewind de meeste executies zijn uitgevoerd: 140 voltrokken doodvonnissen in Texas. Had Laura maar het lef om, net als Cherie Blair, voor de mensenrechten op te komen. Maar nee, taarten bakken en lief glimlachen is het parool.

Ik zal Laura Bush niet met Lady Macbeth vergelijken. Uiteindelijk kwam de opdracht tot de moord op Duncan niet van de echtgenote, maar van de man zelf die tot elke prijs, over lijken gaande, koning wilde worden. Hij, niet zij in haar verdorven medeplichtigheid, richtte het Shakespeariaanse bloedbad aan.

MACBETH TOT LADY MACBETH: 'k Heb zover in bloed gewaad, dat, als ik nu bleef staan, mij de omkeer zwaarder viel dan 't voorwaarts gaan. (vertaling Burgersdijk).