Koningin Lulu

Op zijn eigen, bizarre wijze is de dromedaris al volmaakt, maar de laatste jaren doen biologen hun uiterste best om het dier nog te verfijnen. De aanzet komt van de dromedarisrennen – de sport van de sjeiks.

Julian Skidmore is een sierlijke, tengere vrouw, met slanke polsen, fijne gelaatstrekken en een kalme maar vastberaden uitdrukking op haar gezicht. Toen ik haar zo aan het werk zag, met een blauw lint om haar kastanjebruine haren en een glimpje licht op de kleine parels in haar oren, deed ze mij denken aan Gainsboroughs portret van de jonge hertogin Georgiana van Devonshire. Toen trok Skidmore haar linkerarm uit het achterwerk van een dromedaris, pelde een tot de schouder reikende superdunne medische wegwerphandschoen van haar arm en zei: ,,Koffie?'' Acht van de zestien echoscopieën van die ochtend zaten er op. Tijd voor een pauze.

De Engelse Skidmore, bij iedereen bekend als Lulu, heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot een vooraanstaande figuur in een van 's werelds eigenaardigste groeibranches. Er zijn volop redenen te bedenken waarom Camelus dromedarius, de dromedaris, een eenbultige kameelachtige uit Afrika, Arabië en Zuid-Azië, de aandacht van wetenschappelijke onderzoekers zou kunnen trekken. Om te beginnen lopen er op onze planeet zo'n veertien miljoen van deze dieren rond. De dromedaris is een hoogstandje van biologische techniek. Miljoenen mensen zijn op het dier aangewezen voor vlees en melk en als middel van vervoer. Maar dat heeft allemaal niet de aanzet gegeven tot wetenschappelijk onderzoek. Die aanzet kwam wél van sjeiks in het Midden-Oosten die hartstochtelijk wedrennen met dromedarissen organiseren. Voor een magnifieke rendromedaris is naar verluidt al eens meer dan een miljoen dollar neergeteld.

Lulu Skidmore werkt voor zijne hoogheid sjeik Mohammed bin Rashid al Maktoum, kroonprins van Dubai en minister van Defensie van de Verenigde Arabische Emiraten. De familie Maktoum, sinds de jaren dertig van de negentiende eeuw in Dubai aan de macht, behoort in de wereld van de paardenrennen al tientallen jaren tot de top. Sjeik Mohammed zelf bezit meer volbloedrenpaarden dan wie ook ter wereld, en in een doorsnee renjaar in Groot-Brittannië behalen de paarden van de Godolphin-stallen van de familie Maktoum de meeste overwinningen. Buiten het Midden-Oosten is de passie van de sjeik voor de oude sport van de dromedarisrennen niet algemeen bekend. Toch bezitten de Maktoums naar verluidt een kudde van tienduizend dromedarissen, terwijl sjeik Mohammed zelf over een stal van tweeduizend stuks beschikt.

De eisen van de dromedarisrensport hebben vrijwel van de ene dag op de andere een bloeiende nieuwe branche van biologisch onderzoek in het leven geroepen. Ondanks het bijzondere aura dat het dier van oudsher omgeeft, was over de lichamelijke details van de dromedaris veel minder bekend dan over die van de kat, de rat of de rondworm. Toch lokte in 1992 de Eerste Internationale Conferentie over de Kameel al zo'n tweehonderd specialisten naar Dubai. Een tweede conferentie staat op stapel.

Lulu Skidmore kijkt zelfs al verder vooruit . ,,De wedstrijden vormen natuurlijk de aanzet tot dit alles'', zegt ze. ,,Maar de sjeik is er op gebrand Dubai op de kaart te zetten. Vanuit Dubais standpunt bezien is het belangrijk dat het land niet alleen meetelt in de wereld van de dromedarisraces, maar ook in de wereld van de wetenschap.''

Het woestijnsjeikdom Dubai, een van de zeven sjeikdommen die samen de Verenigde Arabische Emiraten vormen, is in feite een stadstaat aan weerszijden van een strategische inham op de noordoosthoek van het Arabisch schiereiland, die door de Golf wordt gescheiden van Iran. Olie is in Dubai pas dertig jaar geleden ontdekt, en over nog eens dertig jaar zal die olie naar alle waarschijnlijkheid zijn uitgeput. De heersers over Dubai hebben zich voorgenomen het sjeikdom tot een doorvoerhaven voor de koopvaardij en een financieel centrum te maken, en dat lukt heel aardig. Boven de baai van Dubai verrijzen grillig gevormde wolkenkrabbers. Overal wordt gebouwd, en open vrachtwagens vervoeren gastarbeiders van het ene bouwterrein naar het andere.

De dromedarisrenbaan ligt in Nad al Sheba, aan de rand van Dubai. Tijdens het renseizoen wappert de groen-rood-wit-zwarte vlag van de Emiraten aan hoge masten langs de weg die van de stad erheen leidt. De wedstrijden worden gehouden op een reusachtig ovaal traject van zo'n tien kilometer lang. In Saoedi-Arabië zijn de afstanden soms nog wel tweemaal zo lang. Dromedarissen zijn minder snel dan renpaarden, maar hun uithoudingsvermogen is veel groter. Ze gaan met ongeveer zestig kilometer per uur van start en kunnen een tempo van dertig kilometer per uur langer dan een half uur volhouden. Het is bekend dat ze een snelheid van vijftien kilometer per uur wel achttien uur kunnen volhouden. De naam dromedaris heeft niets te maken met bulten, maar komt van het Griekse woord voor `hardlopen'. Als de Grieken zich wat nauwkeuriger hadden uitgedrukt, zou het betekenen: `hardlopen met een mallotige gang, met een uitdrukking van hautaine onverschilligheid op het gelaat'.

Tijdens een wedstrijd, waaraan soms wel vijftig of meer dromedarissen meedoen, rijden de trainers en de eigenaars in jeeps mee langs de binnenzijde van de baan, vanwaar ze per radio contact houden met de jockeys. Dat zijn jongens met helmen op, die gewapend met een rijzweep zo lang als een hengel achter de bult van de dromedaris zitten. (Omdat gewicht een rol speelt, is leeftijd hier en daar in de wereld van de dromedarisrennen jarenlang een heet hangijzer geweest. In Dubai is het minimumgewicht niet lang geleden bepaald op ongeveer 45 kilo, en de autoriteiten zijn recentelijk in enkele geruchtmakende zaken hard tegen overtreders opgetreden.)

De bedoeïenen hebben altijd al aan dromedarisrennen gedaan, maar pas de laatste twintig jaar is deze sport echt grondig op poten gezet – is het zeg maar de sport van sjeiks geworden, en is er veel geld gestoken in stambomen en faciliteiten. In de jaren negentig zijn alleen al in de Emiraten zeker tien nieuwe dromedarisbanen aangelegd. In maart zijn de dromedarisrennen voor de Arabische televisie wat basketbal is voor de Amerikanen. De hoofdtribune van Nad al Sheba lijkt met zijn tentachtige overkapping wel een miniatuuruitvoering van het vliegveld van Denver. Omringd door dadelpalmen staat hij op een gemanicuurd gazon, dat als de green van een golfbaan de woestijn bedekt. Het publiek is gevarieerd: leden van het vorstenhuis staan schouder aan schouder met Pakistaanse gastarbeiders en Britten in blauwe blazers. Er kan niet worden gewed, want de islam staat gokken niet toe. Wel is er een loterij, die de toeschouwers verwent met prijzen als een Lexus of een Range Rover. De ochtendwedstrijden op Nad al Sheba zijn hoofdzakelijk gereserveerd voor de dieren van de sjeiks, aan de middagraces kan iedereen meedoen. Iedere bedoeïen droomt ervan zo'n middagrace te winnen en dan de winnende dromedaris meteen aan een sjeik te verkopen.

De reusachtige plaats die de dromedaris in de Arabische belevingswereld inneemt, kan nauwelijks worden overschat. De Koran looft het paard en het schaap, maar stelt uitdrukkelijk: ,,De Almachtige heeft, toen hij de dieren schiep, niets beters geschapen dan de dromedaris.'' Het Arabisch beschikt over tal van woorden die de trekken van de dromedaris tot in details beschrijven. Zo slaat dhaqun bijvoorbeeld op `een merrie die haar kin ontspant, waardoor onder het lopen haar onderlip omlaaghangt'.

De sjeiks die zich met de rennen bezighouden beschikken over ruime middelen, en zij hebben aanzienlijke bedragen gestoken in de aankoop en training van dromedarissen. Op dit moment zijn in de Emiraten zo'n 14.000 rendromedarissen actief. De sjeiks hebben speciale tredmolens laten bouwen en zwembaden laten aanleggen om de dieren de nodige lichaamsbeweging te geven. Zij hebben geëxperimenteerd met voedingssupplementen. Zij hebben de aanval geopend op trypanosomose en dromedarispokken. Zij hebben fysiologen, voedingsdeskundigen en zelfs psychologen ingeschakeld. En uiteraard zijn zij op het idee gekomen dat het mogelijk moet zijn het rendromedarissenras te verbeteren met behulp van wetenschappelijke fokprogramma's en een uitgekiend stamboekbeleid.

Daarmee hebben de liefhebbers van de moderne dromedarisrennen zich nogal wat op de hals gehaald. In feite is het een wiskundig probleem. Een volbloedrenpaard begint wedstrijden te lopen wanneer het twee jaar oud is. Wanneer het een jaar of vier, vijf is, zit zijn loopbaan er wel zo'n beetje op. Ze kunnen al heel vroeg beginnen zich voort te planten, en binnen een paar jaar wordt duidelijk hoe hun kroost op de renbaan presteert en weer een paar jaar later de veulens van dat kroost, en de veulens van die veulens enzovoort.

Bij dromedarissen vergt iedere stap in dit proces meer tijd. Een dromedaris kan pas aan wedstrijden deelnemen wanneer hij een jaar of vijf, zes is, en dan duurt het nog wel een jaar voordat duidelijk wordt hoe goed het dier meekomt. Dan kan er met een wetenschappelijk verantwoord fokprogramma worden begonnen, maar pas een jaar of zeven, acht nadien zal blijken hoe de nakomelingen presteren.

En zo heel veel nakomelingen zullen dat niet zijn. Bij paarden kan een goede dekhengst wel vijftig tot tachtig veulens per jaar verwekken; bij zijn dood kan hij wel duizend levende nakomelingen hebben. Maar bij dromedarissen gebruikt men voor de wedstrijden het liefst merries, want de hengsten zijn nogal humeurig en moeilijk hanteerbaar. Een zwangerschap duurt dertien maanden, en in een doorsnee vruchtbaar leven van twintig jaar zal een dromedaris misschien een dozijn veulens ter wereld brengen. Wat het voor de fokkers allemaal nog kwellender maakt, is dat wanneer een dromedaris niet langer vruchtbaar is, haar rencarrière nog vele jaren kan aanhouden, maar dat iedere zwangerschap het verlies betekent van meer dan een jaar wedstrijdervaring voor een dier dat misschien wel een van de snelste rendromedarissen van Arabië is.

Deze problemen zouden onoverkomelijk zijn als de regels voor het fokken van raspaarden ook golden voor dromedarissen. Raspaarden moeten langs natuurlijke weg worden verwekt en gedragen; een en ander mag niet kunstmatig worden versneld, al bieden kunstmatige inseminatie, embryotransplantatie en andere voortplantingstechnieken nog zulke verleidelijke mogelijkheden. De traditionele opzet van de volbloedfokkerij ligt ten grondslag aan het lucratieve stelsel van stoeterijen en aan de wereldreizen van puike dekhengsten, die van het ene halfrond naar het andere de lente najagen, en die in een goed jaar ieder wel tientallen merries dekken. Maar in de wereld van de dromedarisrennen bestaat er geen Jockey Club die dit soort regels dicteert, en is er aan geld voor wetenschappelijk onderzoek geen gebrek.

Bij Nakhlee, op veertig kilometer ten zuidoosten van Dubai, aan de snelweg naar Hatta, staat rechts bij een ongeplaveide zijweg een wegwijzer die je gemakkelijk over het hoofd ziet. Na een eindje kwam de weg uit bij een stuk of wat lage, okerkleurige gebouwen, aan alle kanten omringd door ruime omheinde terreinen, met zwarte dromedarissen uit Saoedi-Arabië, geelbruine dromedarissen uit de Emiraten en witte dromedarissen uit Soedan. Binnen de omheiningen waren de merries gescheiden van de hengsten, en de hengsten weer van elkaar.

Dit is het Centrum voor de Voortplanting van de Dromedaris, waar Skidmore wetenschappelijk directeur is. Het laboratorium is een van de pijlers van de Arabische dromedarisinfrastructuur, een soort Los Alamos voor de dromedaris. Een andere pijler is het Dromedarisziekenhuis in Dubai (niet ver van de renbaan in Nad al Sheba), waar Skidmore kantoor houdt. (In een van de vertrekken van het ziekenhuiscomplex zag ik een soort hoge werkbank met een groot gat in het midden. Op mijn verwonderde blik zei Skidmore: ,,Voor de bult. Het is een operatietafel.'') Abu Dhabi, het sjeikdom waaraan Dubai in het westen grenst, het rijkste van de Emiraten, herbergt drie onderzoeksinstituten: het Sjeik Hazza Centrum voor Onderzoek naar de Voortplanting van de Dromedaris, het Sjeik Khalifa Centrum voor Onderzoek naar Embryotransplantatie bij de Dromedaris, en het Sjeik Khalifa Wetenschappelijk Centrum voor Rendromedarissen. De Saoediërs hebben een dromedarisonderzoekscentrum aan de Koning Faisal-universiteit in Al Ahsa, en sultan Qaboos van Oman heeft een klein onderzoeksinstituut in Muscat. Al deze instituten werken met buitenlands personeel en buitenlandse adviseurs, uit Groot-Brittannië, Amerika, Australië en Zuid-Afrika.

Skidmore zat achter het stuur van haar Nissan Super Safari en praatte in haar onafscheidelijke mobiele telefoon. We passeerden een stevig gebouwde man die ons toelachte en zijn hand opstak: Tipu Billah, die de dagelijkse leiding heeft over het Centrum voor de Voortplanting van de Dromedaris. In de literatuur over het Centrum heb ik gelezen dat hij de man is die ,,de techniek voor het verzamelen van dromedarissperma ten behoeve van kunstmatige inseminatie heeft geperfectioneerd''. Wij reden nog een eindje verder, maakten een lus rond de omheinde ruimten en keerden terug bij de gebouwen. In een hok bij de ingang liep een soort lama tevreden en in zichzelf gekeerd tegen een voetbal te schoppen. ,,Dat is Rama'', zei Skidmore. Later zou ik meer over hem horen.

In het laboratorium liet Skidmore mij trots haar spullen zien: de couveuses, de vrieskisten, de machine voor de analyse van progesteron, de inseminator. Daarna trok ze een beige overall aan, liep naar de onderzoeksruimte en hulde haar linkerarm in een latex handschoen.

De volgende anderhalf uur zetten medewerkers een statige pavane op touw. Telkens werd een dromedaris binnengeleid en gedwongen te gaan zitten, waarbij haar dubbelscharnierende achterpoten netjes inklapten boven een touw dat op de grond klaarlag. Dan werd het touw boven de rug van het dier vastgeknoopt, zodat het zich niet meer kon verroeren, waarna de helpers een schep voer binnen zijn bereik plaatsten.

Terwijl de dromedaris begon te eten, zette Skidmore zich neer op een mat aan het achtereind van het dier, haalde zo'n dertig, veertig droge keutels naar buiten, en bracht de scanner het rectum binnen tot op een punt precies boven de baarmoeder, die het ultrageluid toegang bood tot de eierstokken. Intussen hield zij een beeldscherm op een laag karretje rechts van haar in het oog. Na een aantal vloeiende overgangen tussen bibberende beelden kwam het korrelige monitorbeeld tot rust: Skidmore had een follikel gevonden en telde de eitjes. Zij gaf haar bevindingen hardop door: ,,Nog een dag of wat, dan is ze zover.''

Inmiddels hadden de medewerkers een volgend dier voor onderzoek gereedgemaakt. Skidmore haalde de scanner weer naar buiten, stond op, schopte de mat naar de volgende dromedaris, ging weer zitten en herhaalde de procedure. Zo onderzocht zij acht dieren, pauzeerde even, en deed er nog eens acht. Dit doet Skidmore in het voortplantingsseizoen van de dromedarissen iedere ochtend. Het seizoen loopt van oktober tot april.

Het gaat haar om het volgende. Met behulp van hormonen probeert zij ,,de allerbeste dromedarismerries te laten superovuleren'', zoals zij het noemt. Dat wil zeggen dat zij probeert deze dieren ertoe te brengen meer dan één eitje tegelijk te produceren. (Haar record staat op 25.) Zij wil die eieren bevruchten, hetzij door de merrie te laten dekken door de gewenste hengst, hetzij door middel van kunstmatige inseminatie. Acht dagen na de bevruchting wil zij alle embryo's oogsten. Daartoe brengt zij via de baarmoederhals een ballonkatheter in, blaast de ballon op om de opening af te sluiten, vult de baarmoeder met een zoutoplossing en spoelt daarna mét de zoutoplossing de embryo's naar buiten. Ten slotte wil zij de microscopisch kleine embryo's transplanteren naar de baarmoeders van heel gewone dromedarissen, die dan de zwangerschap afmaken, terwijl de biologische moeder weer de renbaan op kan.

Voordat het zover was dat er uit de onderzoeksgegevens iets zinnigs af te leiden viel, moest er heel wat geestdodend elementair onderzoek worden verricht, waaraan Skidmore de eerste jaren in deze baan heeft besteed. Hoe produceren dromedarissen follikels? Wanneer is hun vruchtbare periode? Als ze zwanger worden, welke hormonale veranderingen brengt dat dan met zich mee? Als ze niet zwanger worden, wanneer worden ze dan weer vruchtbaar? Over dit alles was in de medische literatuur niets te vinden.

Afhankelijk van hoe je het bekijkt is de dromedaris óf een volslagen absurd dier, óf in de gegeven omstandigheden het enig mogelijke dier. Dankzij zijn gespleten bovenlip kan hij acaciabladeren tussen de scherpe dorens vandaan halen, maar hij heeft ook scherpe tanden, waarmee hij zonodig stekelige planten kan fijnkauwen. Als bescherming tegen stuivend zand heeft hij dubbele oogleden, en hij kan zijn neusgaten helemaal dichtknijpen.

Hij kan meer dan twee weken zonder water, en wanneer hij drinkt, kan hij concentraties zout en gif verdragen waar een mens aan zou bezwijken. De bult is natuurlijk niet, zoals kinderen weleens denken, een waterreservoir. Wel bevat hij een voorraad vet waarop het dier een tijdlang kan teren.

De oorzaak waardoor de dromedaris bestand is tegen hitte en uitdroging, ligt in de eigenaardige, nog niet helemaal opgehelderde stofwisseling van het dier, die onder meer een temperatuurregelaar omvat waardoor de lichaamstemperatuur binnen één dag wel zes graden kan variëren. Een dromedaris verwijdert giftige stoffen zo grondig en is zo zuinig met vocht dat hij nauwelijks urineert. Onder zware omstandigheden kan een dromedaris in een week wel een kwart van zijn lichaamsgewicht verliezen wat andere zoogdieren niet zouden overleven. Zodra er weer water beschikbaar is, kan een dromedaris in tien minuten wel eenderde van zijn gewicht aan water opslorpen. Merkwaardig genoeg is dit dier, dat zo voortreffelijk is aangepast aan het leven in droge streken, van nature een betere zwemmer dan het paard.

In seksueel opzicht is de dromedaris nogal ongewoon, dat is uit de onderzoekingen van Skidmore en anderen wel gebleken. De dromedarismerrie heeft een asymmetrisch functionerende baarmoeder, die vanuit beide hoorns ovuleert, maar waarin de vrucht zich alleen in de linkerhoorn nestelt. Evenals bij vrouwelijke fretten en katten moet bij de dromedarismerrie de eisprong worden geprovoceerd, onder natuurlijke omstandigheden zal deze zich zonder de prikkel van de paring niet voordoen. Ook dromedarishengsten hebben hun eigenaardigheden. Een hengst kan niet ejaculeren in de vagina; hij moet penetreren in de zeer nauwe baarmoederhals. Vandaar dat de speciale schuimrubbervoering van dat apparaat van Tipu zo belangrijk is.

Lulu Skidmore is in het dromedarisonderzoek terechtgekomen doordat zij verbonden was aan de Equine Fertility Unit (Centrum voor de Vruchtbaarheid van Paarden), een veterinaire onderzoeksinstelling in het Britse Newmarket, die voornamelijk wordt betaald door de Thoroughbred Breeders' Association (Bond van Fokkers van Volbloeden). In zekere zin is sjeik Mohammed langs dezelfde route bij het dromedarisonderzoek aangeland. Het stadje Newmarket in Suffolk, zo'n 25 kilometer ten oosten van Cambridge, is al sedert de tijd van koning Karel II het hart van de Britse paardenrennen.

Toen de familie Maktoum zich op de paardenrennen stortte, begon sjeik Mohammed stoeterijen op te kopen in de omgeving van Newmarket. De bezittingen rond Newmarket brachten de sjeik in contact met de wereld van het paardenonderzoek, meer in het bijzonder met het werk van W.R. Allen (57). Hij is hoogleraar in de voortplanting van het paard aan de Universiteit van Cambridge, en directeur van de Equine Fertility Unit. Dit centrum, dat ruim 45 hectare beslaat in een hoekje van het landgoed van de hertog van Sutherland in Stetchworth, richt zich op onderzoek naar voortplantingsproblemen bij volbloedmerries en hengsten.

Op uitnodiging van de sjeik ging Allen aan de slag om in Dubai een soort Equine Fertility Unit voor dromedarissen op te zetten. Dat lukte maar moeizaam. In de eerste plaats bleek het niet praktisch om vanachter een bureau in Newmarket een instituut in Dubai te runnen. Bovendien bleek de veronderstelling dat een dromedaris zoiets is als een paard met een bult, onhoudbaar te zijn. Zoals gezegd moest alle basiskennis van de grond af worden vergaard. Dromedarissen bleken ook lastig in de omgang: ze waren vaak koppig en prikkelbaar, en hadden het niet begrepen op al dat gepor en gesondeer, dat staande koeien en paarden zonder bezwaar doorstaan. Eén echoscopie vergde soms uren.

Lulu Skidmore bood aan de leiding over het project op zich te nemen. Skidmore was, zoals Allen het noemt, in Newmarket het `embryomeisje' geweest, verantwoordelijk voor het uitspoelen en conserveren van embryo's in fokexperimenten met niet-volbloedpaarden. Zij was ook betrokken geweest bij de eerste activiteiten in Dubai. Skidmore was haar leven lang al een enthousiaste paardenvrouw. Zij had op een stoeterij in Zuid-Afrika gewerkt en dierkunde gestudeerd aan de Universiteit van Londen. Later hoorde ik van Skidmore dat een Australische collega van haar, professor Roger Short, tegen haar had gezegd: ,,Laat die paarden nou maar zitten. Iedereen weet alles over paarden. Als ik jou was, stapte ik over op dromedarissen. Niemand weet iets van dromedarissen. Jij zou de koningin van de dromedariskunde kunnen worden.'' Dus bood zij zich aan voor een baan als – zoals zij het noemt – `dromedarismeid'.

Het eerste decreet dat zij als koningin uitvaardigde was dat de dromedarissen in haar aanwezigheid mochten gaan zitten. Zij zouden het inwendig onderzoek niet meer staande hoeven te ondergaan. Dat maakte een wereld van verschil. Allen kwam in ons gesprek telkens weer terug op de kalmerende uitwerking die Skidmore op haar patiënten had. Hij sprak er met ontzag over: ,,Zij kon zó haar hand naar binnen steken en de eierstokken scannen, en daar ging het ons om, en die verrekte dromedaris had amper in de gaten dat zij er was. Je zou haast zeggen dat ze even omkeken O, ben jij het, Lulu. Morgen! En weer verder aten. Als wij daar waren, leek het wel een slachthuis, met gebonk en gedreun en kermende en jammerende dromedarissen. Nu lijkt het wel een lijkenhuis: slof, slof, slof, zitten en hup, zij scant ze al.

Dat is snel gegaan'', zei Skidmore toen Tipu en ik weer binnenkwamen. Tipu had op een strategisch moment positie gekozen en de onderschepping tot stand gebracht. Nu hield hij de zwartrubberen buis als een slang bij de nek. Het doorzichtig plastic reservoir aan het andere uiteinde was troebelwit. Het invriezen en bewaren van sperma en embryo's is bij mensen en dieren zoals paarden routinewerk geworden, maar met dromedarissperma en -embryo's is het tot dusverre nauwelijks gelukt. Twee onderzoeksters die in het laboratorium op bezoek waren, een van de Universiteit van Cambridge en een van de Henry Doorly-dierentuin in Omaha, wilden een paar nieuwe technieken uitproberen. Zij namen Tipu's oogst in ontvangst en gingen ermee aan het werk.

De dromedarisonderzoeksinstituten in Abu Dhabi en elders hebben tot dusverre het oog voornamelijk gericht gehouden op de finish van de renbaan, maar één ervan toont sinds kort belangstelling voor het fokken van bedreigde soorten. Het onderzoeksprogramma van het Centrum voor de Voortplanting van de Dromedaris is veel ruimer van opzet. Het lama-achtige dier dat zich in het Centrum voor de Voortplanting van de Dromedaris met een voetbal amuseert, illustreert dat.

Het verhaal van Rama, zoals Skidmore hem heeft gedoopt, begint zo'n dertig miljoen jaar geleden, toen de twee voornaamste kamelengeslachten uit elkaar begonnen te groeien. De familie Camelidae (Kameelachtigen) was afkomstig uit Noord-Amerika. Eén tak trok uiteindelijk naar het zuiden, naar de Andes, en ontwikkelde zich daar tot het geslacht Lama. Dit omvat de guanaco (die door de Inca's is gedomesticeerd tot de moderne lama) en de vicuña (gedomesticeerd tot de alpaca). Deze kameelachtigen van de Nieuwe Wereld stelden zich in op een leven op zeer grote hoogte bij zeer lage temperaturen.

De andere tak van de familie, die zich ontwikkelde tot het geslacht Camelus, trok naar Alaska in het noorden en stak van daar over naar Siberië, waarna uiteindelijk de tweebultige kameel ontstond, die in Mongolië leeft, en de eenbultige dromedaris, die zich vanuit Noord-India naar Arabië en Noord-Afrika heeft verspreid. (In Afrika is het dier een betrekkelijke nieuwkomer, de oude Egyptenaren kenden dit dier nog niet.) Deze kamelen van de Oude Wereld adapteerden zich aan het leven op zeeniveau in zeer warme, droge omstandigheden.

Zou het mogelijk zijn de twee takken te herenigen? Zij hebben hetzelfde aantal chromosomen en dezelfde eigenaardigheden in de voortplanting. Maar de kamelen van de Oude Wereld zijn inmiddels wel zesmaal zo groot als die van de Nieuwe Wereld. Doordat de twee geslachten aan verschillende kanten van de evenaar leven, vallen hun voortplantingsseizoenen bovendien in verschillende jaargetijden. Anders dan muildieren, die het product zijn van de paring van een paard en een ezel, zijn kruisingen van kamelen en lama's in de natuur niet denkbaar. Kunstmatige inseminatie en hormoonbehandeling openen hier echter een wereld van mogelijkheden. Na vele tegenslagen wist Skidmore ten slotte een guanacomerrie zwanger te maken met dromedarissperma, met als resultaat een Camelus-Lama-kruising of cama de eerste levensvatbare kruising tussen kameelachtigen uit de Oude en de Nieuwe Wereld. Rama de cama, geboren op de dag van de volle maan tijdens de ramadan, is tot dusverre het enige exemplaar van zijn soort. Hij heeft de wollige vacht en de neus en neusgaten van zijn moeder, en de korte oren en lange staart van zijn vader. Zijn poten zijn een mengeling van de tweetenige poot met zoolkussen van de dromedaris en de gespleten hoef van de guanaco. Hij is groot, maar heeft geen bult. Of hij vruchtbaar is, zal pas over enige jaren blijken.

,,Hij leidt wel een eenzaam bestaan'', zei ik tegen de jonge vrouw uit Cambridge die met het bevroren sperma experimenteerde, toen wij samen naar de voetballende Rama stonden te kijken. ,,Omdat hij een nieuwe soort is, bedoel je? Maar dat weet hij toch niet? Hij denkt dat hij net zo is als iedereen.''

Wat sjeik Mohammed betreft is de boodschap dat de dromedarisrennen voor hem weliswaar de aanzet tot research hebben gegeven, maar dat een bredere kijk op het dromedarisonderzoek de reden is waarom hij ermee doorgaat. Als het doel uitsluitend was geweest om tientallen gezonde embryo's uit de allerbeste dromedarissen te voorschijn te toveren, dan kon in Dubai en elders de taak als volbracht worden beschouwd. Maar in het Centrum voor de Voortplanting van de Dromedaris is ander onderzoek gaande, bijvoorbeeld naar placentatie, luteolyse en klonen.

De mogelijkheid om dromedarissperma en embryo's in te vriezen zal voor Nad al Sheba waarschijnlijk niet veel uitmaken, maar zou van cruciale betekenis kunnen zijn voor het revitaliseren en verbeteren van genetische stammen elders in de wereld, en voor de selectie op andere eigenschappen dan snelheid. Ieder jaar haalt Skidmore veeartsen uit Kenia, Tunesië, Mauretanië, Ethiopië en andere ontwikkelingslanden voor een opleiding van een week naar Dubai, de Dubaise tegenhanger van de aanvullende cursussen die het Britse ministerie van Landbouw organiseert. Het is geen al te ver gezochte gedachte dat wij bezig zijn op deze planeet een ecosysteem te creëren waarin veel vraag zal zijn naar wat Camelus dromedarius te bieden heeft.

Skidmore: ,,Wij zouden veel kunnen doen voor andere landen, waar ze dromedarissen echt nodig hebben als voedsel. Waar ze ze echt nodig hebben voor de melk. Waar ze ze hard nodig hebben voor vervoer. Naarmate wij ons milieu meer en meer aantasten door alles vol te bouwen en het water op te souperen en de bomen te vellen, wordt de dromedaris wereldwijd een steeds belangrijker dier. Het zal niet lang meer duren of een groot deel van de wereld is woestijn, de woestijn breidt zich voortdurend uit. Kamelen en dromedarissen zijn de enige dieren die dat allemaal kunnen overleven. In plaats van runderen en schapen gaan wij kamelen en dromedarissen houden. Zij worden nog onze redders in de nood.''

Lachend zei Skidmore: ,,De opwarming van de aardbol zou voor mij en mijn dromedarissen nog heel goed kunnen uitpakken.''

Vertaling Jaap Engelsman

© Atlantic Monthly

    • Cullen Murphy