Kleine, fijne dingen uit Japan

In Tokio behoort de mobiele telefoon evenzeer tot de basisuitrusting van de jeugd als Hawaïaanse hemden, geverfd haar en plateauzolen. Maar wat behelst eigenlijk de mondiale voorbeeldrol van Docomo, het grootste mobiele telefoonbedrijf van Japan? Zal de baaierd van amusementsdiensten die voor de i-mode en de spelletjesgekke Japanners is ontwikkeld ook elders in de wereld omarmd worden?

Gebruiken Japanse bedrijven geen mobieltjes? Het lijkt erop, want in Japan komt 90 procent van het mobiele telefoonverkeer voor rekening van particulieren. Maar schijn bedriegt. Natuurlijk bellen of mailen ook bazen in Tokio hun werknemers mobiel, maar de kosten zijn voor rekening van de employé. ,,In de Verenigde Staten of Europa zouden werknemers dit niet pikken'', zegt Robert Kelley, president van Japan Communications. ,,Hier wordt er niet over gesproken. Typisch Japans. En werknemers weten dat de bedrijven waarvoor zij werken het financieel moeilijk hebben.''

De Japanse consument heeft vanaf medio jaren negentig de explosieve groei van de mobiele telecommunicatie aangejaagd. In een decennium van economische stagnatie is steen en been geklaagd over de lage consumptieve bestedingen. Maar mobieltjes vonden juist gretig aftrek. ,,In de afgelopen zeven jaar is de explosieve groei in de mobiele telecommunicatie samengevallen met een periode waarin de Japanse economie veel te lijden heeft gehad'', zegt Keiji Tachikawa, president en bestuursvoorzitter van NTT Docomo, het grootste mobiele telefoonbedrijf van Japan. ,,Maar onze sector heeft de Japanse economie ook op twee manieren gestimuleerd. Niet alleen de producenten van telefoons hebben van onze groei geprofiteerd, maar ook toeleveranciers van chips en andere componenten. Veel Japanse consumenten hebben op dit moment een enorme spaarrekening. Ze weten niet waaraan ze hun geld moeten besteden. Wij hebben laten zien dat de Japanse consument nog steeds bereid is geld te besteden als je iets echt nieuws te bieden hebt.''

Nu ongeveer een op de twee Japanners een mobiele telefoon heeft behoort het land wat betreft penetratie tot de top tien in de wereld. ,,Maar dat zegt niet zo veel'', zegt Tachikawa. ,,Veel belangrijker is de manier waarop en de intensiteit waarmee de mobiele telefoon wordt gebruikt.''

Twee jonge moeders staan met kinderwagens voor een fotoshop in de wijk Shibuya in Tokio. Ze hebben velletjes in de hand met kleine fotostickers van zichzelf. ,,Die stuur ik aan mijn vrienden'', zegt Ayako Shimoyama (23). ,,Het zijn er teveel om ze allemaal persoonlijk te zien.'' Ze haalt een paarlemoerpaarse i-mode uit de handtas. Onmisbaar, zegt ze. Via e-mail wisselt ze met andere jonge moeders tips uit over de opvoeding.

,,Het eenvoudig verzenden van e-mailberichten is en blijft de belangrijkste nieuwe toepassing die in februari mogelijk werd toen wij de i-mode introduceerden'', zegt Tachikawa. Deze grootste drijfveer achter het gebruik van de internettelefoon is zo gewoon dat hij eigenlijk een beetje teleurstelt. Het verzenden van tekstberichten is ook in Nederland populair, vooral onder jongeren. Het heet SMS (Short Messaging Service) en het gebruik ervan is in vergelijking met e-mail wat omslachtig.

Als haar kroost straks op eigen benen staat kan Ayako Shimoyama gebruik maken van P-doco: Voor zo'n duizend yen (ruim 22 gulden) per maand huurt de klant een elektronisch apparaatje (omvang: luciferdoosje, gewicht: 50 gram). Deze zogeheten pager gaat in de zak van een kind of aan de halsband van een huisdier. Op elk gewenst moment kan nu per fax een plattegrond worden opgevraagd waarop de locatie van de drager tot op honderd of tweehonderd meter nauwkeurig staat aangegeven.

,,Nemen Nederlanders hun ouders op latere leeftijd in huis?'' , vraagt Enoki Kei-Ichi, de man die in de i-mode bleef geloven ondanks aanvankelijke scepsis bij veel van zijn Docomo-collega's. ,,Nee hè? Dat zie je steeds meer in deze moderne tijd. Mensen hebben daarom iets anders nodig om hun liefdevolle gevoelens kwijt te kunnen. Ik wed dat mensen in Nederland best duizend yen in de maand over hebben in ruil voor gemoedsrust over hun huisdier.''

Enoki erkent dat het in Japan nog geen storm loopt met P-Doco, dat wordt geleverd in combinatie met een voorloper van de i-mode. Eind juni van dit jaar waren er 5.317 gebruikers. Maar ook de i-mode zelf gebruikt plaatsbepaling. Via de internettelefoon kan onder meer het dichtstbijzijnde `lovehotel' of de nabije Sushibar worden opgespoord.

Het ingewikkelde adressensysteem van Tokio schreeuwt om elektronische navigatie. Bij gebrek aan straatnamen en huisnummers verstrekken bedrijven bezoekers een plattegrond waarop vaste referentiepunten staan aangegeven zoals een van de vele McDonald's of hoge kantoorgebouwen. Het zogeheten Global Positioning System (GPS), dat met satellieten werkt in plaats van met zendmasten, is alleen populair onder de taxichauffeurs van Tokio. GPS maakt plaatsbepaling tot op enkele meters mogelijk, maar het gebruik in combinatie met de i-mode staat nog in de kinderschoenen. Het systeem is duur en heeft de omvang van een middelgroot boek.

Praktisch nut is voor Docomo en zijn partners geen vereiste geweest bij het bedenken van nieuwe toepassingen voor de gadget- en spelletjesgekke Japanner. Populair is een visspel. Via de mobiele telefoon kan de deelnemer over de hele wereld zijn hengel uitwerpen op populaire visstekken op zee of in rivieren. De speler kiest behalve een locatie ook de diepte, aassoort en het soort lijn. Wie beet heeft wordt gewaarschuwd door het trillen van zijn mobieltje.

Er zijn nog veel meer voorbeelden van triviale toepassingen. Meer dan de helft van de treffers op de websites van de i-mode heeft te maken met amusement. In navolging van de Japanse speelgoedfabrikant Bandai (bekend van de Tamagotchi) bieden handenvol aanbieders de mogelijkheid tot het binnenhalen van populaire tekenfilm- of stripfiguren. De afbeeldingen blijven zichtbaar op het schermpje van de telefoon. Concurrerende aanbieders leveren wekelijks of zelfs dagelijks wisselende plaatjes voor een paar gulden per maand exclusief belkosten.

Ook het binnenhalen van nieuwe belmelodietjes via internet is populair en niet alleen bij jongeren. Kiyoyuki Tsujimura, algemeen directeur van de afdeling Global Business van Docomo, tovert met een lachend gezicht `God Save the Queen' uit zijn telefoontje. Leuk om het ijs te breken, vindt hij, bij een bezoek aan het Verenigd Koninkrijk.

Docomo en de telefoongekke jongeren van Tokio sierden in de afgelopen maanden de voorpagina's van menige buitenlandse krant en businessmagazine. Duidelijk is dat de mobiele telefoon in Tokio evenzeer tot hun basisuitrusting van de jeugd behoort als Hawaïaanse hemden, geverfd haar en plateauzolen.

Maar wat behelst eigenlijk de mondiale voorbeeldrol van Docomo? Zal de baaierd van amusementsdiensten die voor de i-mode is ontwikkeld ook elders in de wereld omarmd worden? Of zullen Europeanen visspelletjes en cartoons schouderophalend aan zich voorbij laten gaan?

Niet elke vondst in het gadgetgekke Japan kan immers worden geëxporteerd. Dat een amusementsvorm geschikt is om te ontsnappen aan de drukte en hectiek van Tokio zegt niet altijd iets over toepassing elders. Pachinko, een gokspel dat in Tokio om de andere straathoek in een bomvolle hal wordt gespeeld, is buiten Japan ook nooit populair geworden.

Volgens Kiyoyuki Tujimura heeft het Nederlandse KPN Mobile (voor 15 procent in handen van Docomo) in elk geval belangstelling voor de Camesse, een pastel- of metaalkleurig apparaatje dat abonnees kunnen gebruiken om foto's te versturen en te bewerken via de mobiele telefoon. ,,Maar eerst moet KPN zijn netwerk geschikt maken voor het versturen van pakketjes [de technologie van internet]. I-mode gebruikers houden er niet van om per minuut te betalen.'' KPN streeft ernaar dit nieuwe netwerk (General Package Radio Service) komend najaar gereed te hebben.

Docomo heeft zijn i-mode diensten al geïntroduceerd in Hongkong. Maar hoe staat het met de toekomst? Zal de i-mode zich verheffen tot mondiale standaard, of zich tenminste kunnen handhaven? Robert Kelley van Japan Communications is even hard als helder: ,,I-mode zal verdwijnen.'' Hij voorspelt dat de verbeterde versie van het concurrerende Wireless Application Protocol (WAP) de Japanse standaard uit de markt zal drukken. ,,Docomo zal zijn technologie in de toekomst misschien i-mode blijven noemen'', zegt Kelley. ,,Maar het is gewoon de internettechnologie Wap 2.0.''

Kiyoyuki Tsujimura van Docomo laat zich door deze observatie niet uit het veld slaan. ,,Er is geen sprake van een strijd tussen de i-mode en Wap'', zegt hij. ,,In de toekomst zullen beide standaarden in elkaar opgaan.''

Belangrijker voor Docomo is misschien de netwerktechnologie die schuil gaat achter het mobiele internet en de diensten die daarop worden aangeboden. Kelley erkent dat met de invoering van het snelle W-CDMA-netwerk, komend voorjaar in Japan en later ook in Europa, een overwinning is behaald op de Verenigde Staten.

,,Waarom beheersen Amerikaanse bedrijven als Microsoft, Cisco en Oracle de informatietechnologie?'', zegt hij. ,,Omdat alles in de Verenigde Staten als eerste gebeurt. Dat betekent dat deze bedrijven mondiale patenten verwerven voor toepassingen. Als Docomo komend voorjaar zijn snelle mobiele netwerk gereed heeft, zoals gepland, zullen de bijbehorende toepassingen als eerste in Japan het licht zien. Dat betekent dat ook de patenten aan Japanse bedrijven zullen toebehoren. De Verenigde Staten zijn gewend de toon te zetten in de informatietechnologie. Ze kunnen zich gewoon niet voorstellen dat er elders in de wereld dingen gebeuren op het gebied van de communicatie die hen voor voldongen feiten zullen zetten.''

Zo ver is het nog niet. Het Amerikaanse Phone.com is eigenaar van veel patenten die schuil gaan achter de huidige standaard Wap en chipmaker Qualcomm heeft met zijn rivaliserende technologie CDMA2000 een voet tussen de deur bij de Japanse aanbieder J-Phone (ten dele in handen van British Telecom en AT&T).

Maar Docomo heeft andere troefkaarten in de hand. Het weet zich gesteund door een netwerk van vier sterke technologiebedrijven waarmee intensief wordt samengewerkt: Fujitsu, Nec, Matsushita en Hitachi. Zo innig was de band met deze ondernemingen, zegt Kelley, dat een geduchte concurrent als Sony tot op heden weinig voet aan de grond heeft gekregen. ,,De vier Docomo-partners bezitten alle patenten rond de i-mode'', zegt Kelley. ,,Sony is zich maar op het buitenland gaan concentreren.''

Sterk punt van Docomo is ook de zware afdeling onderzoek en ontwikkeling. Met 700 onderzoekers en een jaarbudget van honderd miljard Yen is Docomo misschien wel als enige operator een serieuze sparringpartner voor de telefoonproducenten. ,,De mobiele operators zijn dezer dagen veel te veel afhankelijk van de R&D van telefoonproducenten'', zegt bestuursvoorzitter Tachikwawa. ,,De apparatuurmakers bepalen vaak wat er op de markt komt. Maar de telefoonoperators horen direct de stem van de klant.'' Volgens Kiyoyuki Tsujimura heeft Docomo in besprekingen met apparatuurmakers de touwtjes in handen: ,,Voor i-mode hebben wij de specificaties ontwikkeld. Wij bestellen niet zo maar iets dat de telefoonmakers op de plank hebben liggen.''

Frank Kelley houdt een klein glimmend Panasonic-telefoontje dreigend in de lucht (Panasonic is een merk van Matsushita). ,,Je hoeft hier maar een blik op te werpen en je ziet dat Japan enorm goed is in het maken van dit soort kleine fijne dingen'', zegt hij. ,,Met hun afwijkende i-mode technologie hadden veel producenten hier een nadeel in de concurrentieslag buiten Japan. Dat wordt anders als Europa en Japan straks met dezelfde technologie werken. Nokia kan voor het eerst serieuze concurrentie verwachten vanuit Japan. Dat is goed nieuws voor de consument. Ik vraag me af of het ook goed nieuws is voor Europese producenten van mobiele telefoons.''

    • Michiel van Nieuwstadt