Franse Concorde blijft aan de grond

Air France mag de vluchten met de Concorde nog niet hervatten. Jean-Claude Gayssot, de Franse minister van Transport, heeft dat gistermiddag besloten na een vergadering met de instanties die betrokken zijn bij het onderzoek naar het ongeluk met een Concorde-toestel op 25 juli.

Direct na de ramp, waarbij 113 mensen omkwamen, gelastte Gayssot opschorting van alle vluchten met het supersonische toestel, waarvan Air France er nog vijf bezit, tot er meer duidelijkheid zou zijn over de oorzaken van het ongeluk. British Airways, naast Air France de enige andere luchtvaartmaatschappij die met Concordes vliegt en er zeven heeft, hervatte zijn vluchten van Londen naar New York de volgende dag.

Minister Gayssot nam zijn besluit, ook al maakte de Ongevallenraad donderdag bekend dat de ramp waarschijnlijk is veroorzaakt door een in de berm van de startbaan gevonden stuk metaal van 40 centimeter lang, dat niet van de Concorde afkomstig is. Het metaal zou geleid hebben tot een klapband tijdens de start.

De luchthavenpolitie, belast met het juridisch onderzoek naar de ramp, trok de veronderstellingen van de Ongevallenraad direct in twijfel. Zij stelde dat nog twintig andere brokstukken op de startbaan zijn aangetroffen en dat nog niet vaststaat of het stuk metaal wel of niet tot de Concorde behoorde.

Na de vergadering waaraan zowel de Ongevallenraad als de luchthavenpolitie deelnam, heeft minister Gayssot gezegd dat de oorzaken van de ramp ,,zich aftekenen'', maar er te veel onzekerheden blijven bestaan. Hij wees daarbij op het geringe aantal vlieguren van het toestel. Ondanks het ruim twintigjarige bestaan is daardoor minder ervaring opgedaan met het toestel dan ,,met welk ander toestel uit de burgerluchtvaart ook''. De minister bepleitte voorts samenwerking van de Franse en Britse luchtvaartautoriteiten. Air France heeft deze week gezegd geen uitspraak te willen doen over de toekomst van de Concorde, waarmee de maatschappij tot 2007 had willen blijven vliegen.