Brussel werkt aan verkeersregels voor step, fiets en skateboard

Fietsers, skateboarders en rolschaatsers zijn in Brussel vrijwel vogelvrij. Nu er een nieuwe rage in opkomst is, die van de step, gaat daar iets aan gebeuren: er komen verkeersregels voor `de zachte mobiliteit'.

Als het niet regent, staat er in het Brusselse Terkamerenbos op zondagochtend een grote bus geparkeerd, met fietsen in alle maten er omheen. Je kunt die fietsen huren. De hele dag racen jong en oud met kniebeschermers en valhelmen rondjes rond de vijvers, soms tot vertwijfeling van ouders van kleine kleuters: de geasfalteerde toegangswegen tot het park zijn in het weekeinde afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, en nu worden kleintjes die net leren lopen niet door auto's maar door fietsen van de sokken gereden.

Sinds kort hebben zij er een zorg bij. Want er is een nieuwe bus gekomen. Daar kun je steps huren. Glimmende, lichtgewicht aluminium steps. En aangezien deze trottinettes ook in Brussel de nieuwe rage zijn, scheuren er op een mooie dag honderden volwassenen en kinderen in duizelingwekkende vaart door het bos. Ook met kniebeschermers en valhelmen.

Al die voorzorgsmaatregelen, zelfs in het park, geven wel aan dat fietsers en steppers zich in Brussel een bedreigde soort voelen. Inderdaad: samen met de skateboarders en rolschaatsers zijn zij in deze stad ongeveer vogelvrij. Zij worden in geen enkel verkeersreglement genoemd. Er zijn nauwelijks fietspaden. En als ze er zijn, houden ze soms halverwege de straat plotseling op. De rijweg is officieel alleen toegankelijk voor auto's en paarden. Aangezien er geen paarden meer door Brussel lopen – behalve om een doodenkel toeristisch rijtuigje te trekken – hebben automobilisten het rijk alleen. En hoe. Belgische automobilisten houden al weinig rekening met elkaar, maar nog minder met fietsers, steppers of rolschaatsers.

De zogenaamde `zachte mobiliteit' wordt dus verbannen naar stoepen, parken en pleinen. Maar daar worden zij óók verjaagd, en wel door de voetgangers. Zo is de Kunstberg, in het hartje van Brussel, steeds meer het domein geworden van skateboarders. Volgens een recente publicatie van de Koning Boudewijn-stichting is dit hellende plein vol boompjes, trappen en standbeelden een ,,Belgisch Parnassusje met uitzicht op Europa'' – en voor op het boekje staat een foto van een skater. Voorbijgangers klaagden deze zomer bij het stadsbestuur over die waaghalzen, die met een noodgang ollies, flips en andere capriolen op hun planken maakten, en de politie maakte er prompt een eind aan. Een wetsvoorstel van een Brussels parlementslid (de stad heeft haar eigen regering en parlement) om de skaters op te nemen in het verkeersreglement, gaf hun weer wat moed. De skaters zijn terug op de Kunstberg, en de politie gedoogt ze.

Nu ook duizenden steps in het hoofdstedelijke verkeer hun intrede hebben gedaan, krijgen de zogeheten `zachte weggebruikers' ineens van hogerhand een steuntje in de rug: de Brusselse staatssecretaris voor Mobiliteit, Robert Delathouwer, heeft vorige week twee steps gekocht voor zijn kantoor. Bij wijze van dienstwagens. Hij verklaarde dat hij van plan was om de step in het verkeersreglement op te nemen. En samen met de step wil hij ook fietsen, rolschaatsen en skateboards opwaarderen.

Het is Delathouwer niet ontgaan dat steeds meer Brusselaars – en niet alleen de jonge cool crowd – steps, rolschaatsen en fietsen aanschaffen. Brussel is een autostad. Er is een metro, maar die rijdt vooral in het centrum. Er zijn bussen en trams, maar die staan vaak vast in het verkeer omdat ze meestal geen eigen rijbanen hebben. Sommige trams komen maar eens in de twintig minuten. Kortom, de auto blijft voor velen het beste vervoermiddel. Daardoor slibt de stad dicht.

Er zijn steeds meer files. Parkeergarages zijn bomvol. Wat is er dan beter met step, fiets of rolschaatsen tussen de stilstaande auto's doorzigzaggen? Zelfs de Europese Commissie heeft sinds kort een `fietsenproject': in al haar kantoren, verspreid over de stad, kunnen werknemers een (Nederlandse) fiets lenen als ze even voor een vergadering naar een ander gebouw moeten. Rond het Schumanplein, waar de Commissie veel kantoren heeft, kun je nu soms een keurige heer in driedelig pak op een fiets zien zitten met een aktetas onder de snelbinder. In Nederland is dat een normale aanblik. In Brussel is het een revolutie.

Hoe deze nieuwe `zachte weggebruikers' behalve meer rechten ook echt een volwaardige plaats in het verkeer moeten krijgen, is overigens velen nog een raadsel. Brussel wordt doorkruist door grote snelwegen die geregeld in tunnels verdwijnen die nu al te nauw zijn. Daar speciale fiets-, schaats- en stepbanen aanleggen wordt lastig. En van de vele smalle straatjes een strook van een meter afhalen, kan alleen door parkeerplaatsen op te doeken. Om over onteigeningen maar te zwijgen, of over nieuw plaveisel: in veel van die straatjes liggen onregelmatige kinderhoofdjes die schaatsers en steppers het leven even zuur maken als de roekeloze Brusselse automobilist. Mocht de politieke wil al bestaan om de hele hoofdstedelijke verkeersstructuur om te woelen, dan nog gaat het decennia duren voor de operatie is voltooid. Voorlopig zullen veel fietsers, steppers, rolschaatsers en skateboarders dus met gevaar voor eigen leven de slag met automobilisten moeten blijven aangaan. Om op zondag in het Terkamerenbos de strijd weer aan te gaan met argeloze gezinnen die denken dat ze, net als vroeger, rustig de eendjes kunnen voeren.

    • Caroline de Gruyter