Wounded Wed

's Middags om drie uur komt het bestelbusje voorrijden. Vader, `Chief' Bernard, aan het stuur. In een gehuurd indianenpak, zijn gezicht in oorlogskleuren beschilderd. Zijn veren hoofdtooi schuurt het dak van de auto. Hij toetert driemaal. Op dit afgesproken sein komt een stam vijfjarige indiaantjes, huilend als prairiewolven het huis uitgestormd. Moeder, `squaw' Marjolijn, er achteraan. Wij vieren de verjaardag van Gijs!

De squaw draagt een pruik met lange, zwarte haren, bijeengehouden door een band waaruit in vrolijke tinten geschilderde veren steken. Zij torst een met flessen cola uitpuilende rugzak. Voor vuurwater zijn ze nog te klein. De postkoets zet zich in beweging. En dan zijn ze er: de Kennemerprairie. Aan de oevers van het Wed, weliswaar geen Zilvermeer, hier in de duinen, maar er is niemand die het merkt.

Het opperhoofd houdt een korte inleiding voor zijn gehoor dat trappelt van ongeduld. Bij het woord `schatzoeken' gaat gejuich op. Gewapend met scheppen graaft het grut zich krom, te krom voor woorden. Want de door hun `chief' ingefluisterde aanwijzingen leiden, in plaats van naar de felbegeerde schat, tot grote verwarring. Hoeveel duin kun je ongestraft omploegen voor het Grote Geheim aan de oppervlakte komt? Het duurt te lang, gebaart de squaw nijdig naar opperhoofd Bernard. Het opperhoofd is in de war. Het was toch hier waar hij die verdomde kist snoep had verstopt?

Per ongeluk krijgt indiaan Floris nu een schep zand, van de schop van bloedbroeder Sebastiaan, in het gezicht gesmeten. Voor indiaan Floris het sein in een echte indiaan te veranderen, hij haalt meedogenloos uit. Exit indiaantje Sebastiaantje.

Het is de lont in het kruitvat, de kleinen ontsteken in een massale woede, ze timmeren flink op elkaar. Opperhoofd Bernard weet niet wat hem overkomt. Dreigend komt squaw Marjolijn op hem af. ,,Nee, nu even niet schat, er zijn kinderen bij!'' smeekt hij.

De slag woedt kort maar hevig. Luid gejammer, chaos, bloedneuzen, schaafwonden, moedergeroep. ,,Met zo'n vader ook'', bijt de squaw het opperhoofd toe. Zij struikelt over een tak, verliest haar evenwicht en stort dan theatraal ter aarde. Liters cola breken haar val, verdwijnen niet in de dorstige kelen van de Apachen, maar worden verzwolgen door het blonde zand van Hollands duinen.

Het opperhoofd vindt dat hij een uitleg aan zijn krijgers is verschuldigd. ,,Kids, het was maar een spelletje. Ik heb gisteren de schat hier zelf begraven.'' Zijn hoofdtooi hangt tot schuin achter zijn oren. ,,En nu weet ik zelf niet eens meer waar die ligt.''

De helft heeft geen idee waar het opperhoofd het over heeft. Maar zoon Gijs, die aandacht heeft staan luisteren, roept dan: ,,Ja, maar had je daar dan geen stokje voor kunnen steken? In het zand bij die schat? Dan hadden we hem echt wel gevonden!''

Triomfantelijk kijkt hij in het rond. Squaw Marjolijn aait met haar ene hand over de bol van een door slaap overmand roodhuidje. Met de andere houdt ze indiaan David, die nog een laatste schep duin in de strijd wil werpen, tegen.

Doordat het is gaan regenen, zijn de waterproof oorlogskleuren van opperhoofd Bernard uitgelopen over het duur gehuurde indianenpak. ,,Morgen gaan we weer verder zoeken'', klinkt hij gebroken. Zijn woorden gaan verloren in de opgestoken wind, van dichtbij rolt een donderslag.

Volgende keer toch maar weer uitbesteden, die party?

    • Cor van der Wijk