`Wij blijven de confrontatie zoeken'

Je moet het ontwikkelen van nieuwe technologie nooit alleen aan de industrie overlaten, zegt directeur Thilo Bode van Greenpeace International.

Sinds vijf jaar is de Duitse econoom Thilo Bode directeur van Greenpeace International. Onlangs kondigde hij aan de organisatie volgend jaar te verlaten. Hij vindt het tijd dat iemand anders het roer overneemt. In het fraaie hoofdkantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht zet de 53-jarige Bode zijn opvattingen uiteen.

Gisteren kondigde Greenpeace International aan een afdeling op te richten die systematisch op zoek gaat naar duurzame vormen van technologie om deze de industrie voor te houden. Waarom? Bode: ,,Wij hebben de laatste jaren gemerkt dat de industrie in de meeste gevallen geen duurzame technologie aanbiedt. Men biedt technologie aan die niet geschikt is om de problemen op te lossen van een planeet met acht of negen miljard mensen. De technologie van vandaag verbruikt te veel energie, te veel bronnen, te veel materialen. Het is een dinosauriërtechnologie.'' Greenpeace heeft de afgelopen tien jaar campagnes gevoerd voor chloorvrij papier, Greenfreeze-koeltechniek en de zuinige auto. Het zijn succesvolle campagnes geweest, zegt Bode, die voor een grote stap voorwaarts in vooral Europa hebben gezorgd. Inmiddels is Greenpeace ervan overtuigd dat er nog veel meer vormen van duurzame technologie goed te verkopen zijn, die concurrerend zijn maar toch niet de markt weten te penetreren. ,,Deze technologieën hebben steun nodig van een maatschappelijk debat.''

De nieuwe afdeling gaat systematisch nieuwe duurzame technologie opsporen, de meest geschikte selecteren en deze op de bekende confronterende wijze promoten. Bovendien wil Greenpeace het debat over technologische vernieuwing stimuleren. Bode: ,,Technologische vernieuwingen komen vrijwel alleen vanuit de industrie en daarbij wordt vaak aangenomen dat alles wat rendabel is, goed is. Maar het verleden heeft ons geleerd dat niet iedere technologische vooruitgang goed is. Regeringen zijn naïef. Ze missen de kennis en accepteren vrijwel alles waar de industrie mee komt. Het debat in de samenleving ontbreekt. Het beste voorbeeld is het genetisch gemanipuleerd voedsel, waarover het noodzakelijke debat pas zeer laat is ontstaan, niet op initiatief van regeringen of industrie maar na aandringen van non-gouvernementele organisaties.''

Er is volgens Bode een reeks van redenen waarom duurzame technologie door de industrie niet meteen wordt omarmd. Bode: ,,Heel belangrijk is dat de industrie pas geïnteresseerd is als de bestaande investeringen zijn afgeschreven, zoals bij de chemische industrie die veel geld had gestoken in koeltechnieken. Een andere reden is dat de industrie houdt van gecentraliseerde technologieën waarvoor men de eigendomsrechten of patenten heeft. Duurzame landbouw als oplossing voor de dominantie van genetisch gemanipuleerd is voor de industrie niet aantrekkelijk. Hetzelfde geldt voor duurzame energie zoals zonne-energie. Zonnecellen kunnen door veel bedrijven geproduceerd worden. Olie kan alleen door enkele grote ondernemingen worden geproduceerd en gedistribueerd. Er is ook een psychologische reden. Het is goed mogelijk om het brandstofverbruik van een auto met de helft te verminderen zonder de prestaties van een motor te beperken. Maar het doel van ingenieurs is alleen de motor nog perfecter te maken wat betreft snelheid, betrouwbaarheid, elektronische controle. Een visie om de motor efficiënter te maken ontbreekt. Ingenieurs weten veel, maar weinig over energie-efficiency. Een andere reden is dat met de komst van een duurzame technologie het evenwicht in de markt verstoord wordt. Vaak willen bedrijven pas een nieuw systeem op de markt brengen als ze dat allemaal tegelijk doen.''

Toch is het soms mogelijk al deze weerstanden te overwinnen, stelt Bode. Greenpeace heeft campagne gevoerd voor wat volgende maand in Sydney de eerste `groene' Olympische Spelen moeten worden. Onder druk van deze campagne, stelt Bode, wil Coca-Cola, een van de grootste sponsors van de Spelen, proberen vanaf 2004 alleen nog milieuvriendelijke koeltechnieken te gebruiken. ,,Een groot succes en een serieuze klap voor de chemische industrie.''

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling, stelt Bode, om met bedrijven samen te werken, allianties aan te gaan, zoals bijvoorbeeld het Wereldnatuurfonds wel doet. Bode: ,,Wij zullen nooit geld van bedrijven aannemen. We hebben alleen tijdelijke bondgenoten om campagnedoelen te bereiken. Zonder fabrikant Bosch en postorderbedrijf Neckermann hadden wij de actie voor de duurzame ijskast niet kunnen voeren. Maar de kern van onze kracht ligt in het confronteren door bedrijven te vertellen dat ze onverantwoordelijk handelen, door de schade die ze aanrichten te documenteren. Wij blijven de confrontatie zoeken. Daar zijn we ervaren in. Bedrijven haten onze acties. Ik zie een groot gevaar in allianties met de industrie. Bedrijven zoals BP hebben er belang bij om te zeggen dat ze in zonne-energie investeren. Maar als je kijkt naar hoeveel olie ze produceren en verkopen en naar de hoeveelheid CO2 die bij het verbruik van deze olie wordt uitgestoten, dan zijn we niet onder de indruk. Dit geldt ook voor Shell.''

Een authentiek protest spreekt mensen aan, zegt Bode, of het nu een heroïsche strijd tegen de walvisvaart is of het simpele uitvouwen van een spandoek op het Plein van de Hemelse Vrede in China. ,,In het begin dachten we dat er grote culturele verschillen zouden zijn, maar we zien dat directe actie overal ter wereld wordt gewaardeerd.'' Als het maar slaat op thema's die de maatschappij raken. En wat de maatschappij raakt, moet je voelen, zegt Bode. ,,Het is tweerichtingsverkeer. Wij zoeken acties die passen in onze agenda, maar die acties moeten ook aansluiten op een onderstroom in de maatschappij. Onze beste mensen hebben daarvoor hun intuïtie, ze hebben een sensor, een antenne waarmee ze waarnemen wat de mensen raakt.'' Het wordt wel moeilijker om goede medewerkers te vinden, zegt Bode. ,,In de jaren zeventig had Greenpeace het monopolie op deze vraagstukken. Nu kunnen goede mensen overal terecht, bij non-gouvernementele organisaties, maar ook bij overheden en onderzoeksbureaus.''

Hoe de wereld er over twintig jaar volgens Bode uit zou moeten zien? De scheidende Greenpeace-directeur zucht. ,,Als ik zeg dat ik een sterker Greenpeace zou willen zien, dan zou dat misschien betekenen dat de milieuproblemen alleen maar groter zullen zijn geworden. We moeten het verlies aan biodiversiteit in de bossen en de oceanen tegengaan en we moeten naar andere vormen van energie: dat zijn de twee belangrijkste ecologische uitdagingen.''