Tracé Betuweroute moet anders

Het is nog niet te laat om te kiezen voor een ander en beter tracé voor de Betuweroute. Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) moet de moed tonen om alsnog andere keuzes te maken, vindt Wouter Leeuwenburgh.

Het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Betuweroute biedt de minister van Verkeer en Waterstaat nog kansen om op de valreep op een voor iedereen acceptabele wijze de bakens te verzetten. De minister kan nog voor een maatschappelijk compromis kiezen dat dit zeer omstreden project toch nog acceptabel maakt voor de Rotterdamse havenlobby, voor het kabinet, de Tweede Kamer, de bewoners in de Betuwe, de Duitsers, en voor grond- en andere speculanten die belanghebbend zijn bij de Betuweroute en voor alle Nederlandse belastingbetalers.

Een compromis is nog steeds haalbaar, ondanks het feit dat het recente Rekenkamerrapport over de Betuwelijn bewust is vertraagd en slechts het topje van de ijsberg op het gebied van leugens en bedrog ten aanzien van de besluitvorming van de Betuweroute boven water heeft gebracht.

Hoe kunnen de bakens toch nog worden verzet? Door een Betuweroutevariant voor goederenvervoer aan te leggen die alsnog nuttig gebruikt gaat worden door treinverkeer. Dit is mogelijk door de lijn zo te traceren dat hij ook een nuttige functie voor de HSL-oost en andere personentreinen gaat vervullen. Bovendien kan de route circa 80 kilometer korter worden gemaakt voor de grote meerderheid van de te vervoeren goederen en voor de HSL-oost reizigers vanaf Schiphol en Rotterdam.

Ook kan de route zo aangelegd worden dat een nuttige, praktisch rechte verbinding tussen Schiphol en Rotterdam enerzijds en Den Bosch, Venlo, Keulen en Frankfurt anderzijds wordt gevormd, waarbij met name de HSL-oost op volle snelheid kan rijden. Tegelijkertijd kan de aanleg veel milieuvriendelijker worden uitgevoerd en per saldo nog veel goedkoper zijn ook, zeker in vergelijking met de aanleg van de huidige route met zijn noordtak en zuidtak en een nieuwe HSL-oost van Utrecht naar Arnhem. Maar ook als een vergelijking wordt gemaakt met de huidige plannen voor alleen de hoofdtak van de Betuweroute, met de noodzakelijke aanpassingen voor de HSL-oost en alle aanpassingen aan bestaande sporen voor toekomstig goederentransport naar het noorden en het zuiden, inclusief de aanpassingen voor goederenvervoer via de nog aan te leggen Hanzelijn.

Er is een variant mogelijk die bovendien technologisch vernieuwend is en de ontwikkeling van de boortechniek in Nederland een verdere impuls kan geven. Dit is een variant die nauwelijks kapitaalvernietiging oplevert en Rotterdam toch de zo dringend gewenste strategische achterlandverbinding voor goederenvervoer per spoor biedt en de bestaande Brabantroute minstens zo veel ontlast als de huidige plannen. Een variant die bovendien medegebruik van Combiroad-voertuigen voor een groot deel mogelijk laat. Dat zijn elektrisch aangedreven trekkers, onbemensd en elektronisch bestuurd, die met een snelheid van 30 à 40 km per uur elk één trailer met één of enkele containers voortslepen. Een systeem dat door het bedrijf van de familie Lubbers met veel overheidssubsidie is ontwikkeld en op een proefbaan in Ridderkerk redelijk lijkt te werken, maar nog nergens ter wereld onder praktijkomstandigheden is getest.

Wat is de voor iedereen acceptabele variant?

Leg de Betuweroute van de Eerste Maasvlakte aan volgens de huidige plannen. Ga echter vanaf Gorinchem geheel of gedeeltelijk via een boortunnel rechtstreeks en via Den Bosch naar Venlo. Het punt van grensovergang waar de goederen, ook volgens Duitsland, feitelijk naartoe moeten en waar bovendien goederen gecombineerd en gesplitst kunnen worden voor vervoer via een daar naartoe door te trekken IJzeren Rijn uit Antwerpen. Bouw de lijn zodanig dat de HSL-oost er op volle snelheid kan rijden.

Op het gedeelte Eerste Maasvlakte-Kijfhoek kan tegelijkertijd de combinatie van zware goederentreinen en Combiroad worden uitgetest. Als de proef slaagt kan via eventueel later te bouwen aanvullende infrastructuur door Combiroad op termijn worden doorgereden naar Valburg en andere locaties. Maar zover is het gezien de nog onbeproefde aspecten van Combiroad echter nog lang niet.

Voor een dergelijke variant, waarbij vanaf Gorinchem de plannen worden bijgebogen, is het nog niet te laat. De beleidswijziging om voor deze variant te kiezen vergt echter durf, iets wat de ambtenaren van Verkeer en Waterstaat en van de NS in het verleden hebben bewezen niet te bezitten. Verkeer en Waterstaat en de NS leiden al jaren aan het `not invented here'- syndroom, gepaard met een te ver doorgevoerd risicomijdend gedrag.

Netelenbos heeft die durf voor een beleidswijziging in het huidige stadium van het Betuwerouteproject wellicht wel. Alle argumenten zijn aanwezig. Dit is dus een mooie gelegenheid om die durf te tonen en haar ambtelijke apparaat te trotseren. Dan moet ze wel vervolgens premier Kok nog overtuigen, maar daar zijn de voordelen van de variant groot genoeg voor. Minimaal inlassen van een adempauze voor de onderbouw van de Betuweroute oostelijk van Gorinchem, om de voornoemde variant en andere eventuele varianten nader te bezien, is het meest verstandige wat minister Netelenbos zou kunnen besluiten.

Ir. W. Leeuwenburgh is voormalig ambtenaar bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.