Te machtig

Een ex-hoofdredacteur sprak me ooit ernstig toe. Waarom draait het? Op zijn beurt had hij het van Anton Constandse opgestoken. ,,Zoek eerst de macht en de belangen. Vorm pas daarna een mening'', zei hij toen ik alles al rond had nog voordat de kerkdienst voorbij was. Een aangename richtlijn: `cherchez la femme' op maatschappelijk niveau. Toch helpt ze niet altijd.

Gisteravond zond de ARD Der Überfall uit, het begin van de vierdelige serie Hitlers Krieg im Osten waarin veteranen uit Duitsland en de Sovjet-Unie aan het woord komen. Deze documentaire illustreert weer eens dat goede televisie mogelijk is, dat ernst veel ingrijpender beklijft dan het axioma `what's in it for me' waarin de meeste media zich hebben opgesloten.

De oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie blijft waanzinig. Nagenoeg alles wat de Pruisische generaal Von Clausewitz had gepostuleerd, werd in deze vier jaar durende hel door beide zijden genegeerd. Dat Hitler ruimte nodig had (arbeid, olie en andere grondstoffen), is te begrijpen. Dat hij het allereerst op de Sovjet-Unie (één van zijn hoofdvijanden) had gemunt eveneens. Dat Hitler de massale zuiveringen eind jaren 30 in het Rode Leger en de nederlaag tegen de Finnen in 1939 met belangstelling had gevolgd, lag dus voor de hand. De reactie van Stalin daarentegen is al curieuzer.

Eerst veegde hij het plan van maarschalk Zjoekov voor een preventieve aanval van tafel. En toen hij het telegram las van een spion waarin operatie-Barbarossa bijna op de dag nauwkeurig werd voorspeld, reageerde hij: ,,Laat hij 't in zijn reet steken.'' Vervolgens was Stalin dagen zoek en begon hij daarna verwarrende boodschappen rond te sturen. Geheim agent Soedorplatov bijvoorbeeld moest de Bulgaarse ambassadeur, die Duitsland vertegenwoordigde, ontbieden. In restaurant Aragvi polste hij hem over een vredesverdrag in ruil voor grondgebied. Soedorplatov werd wegens `hoogverraad' veroordeeld. Maar Stalin zou het een paar maanden later – toen hij volgens zijn telegrafist Nikolaj Ponomarjov zelf op het punt stond naar Samara te vluchten – opnieuw proberen.

Wat er in de tussentijd gebeurde, is bekend. De Blitzkrieg was zo overdonderend, dat het Duitse leger binnen een half jaar voor Moskou stond. In de stad werden er al spandoeken geschilderd. Met de tekst `welkom'. Paradoxaal genoeg bleek juist dat succes een probleem. De opmars was óf te langzaam gegaan óf te snel. Omdat de Wehrmacht het Kremlin niet voor de winter wist te veroveren, kreeg het last van te lange logistieke lijnen.

In deze fase begonnen beide partijen hun macht en belangen uit het oog te verliezen. Stalin commandeerde zijn troepen elke stad tegen elke prijs te verdedigen. Ongewapend vielen sovjetsoldaten de vijand aan. ,,We waren gek. We moesten wel'', aldus veteraan Georgij Gerasjtsjenko.

De Wehrmacht raakte ook volledig van God los. Het leger moest alle politieke commissarissen van het Rode Leger ophangen en vervolgens vier dagen aan de galg laten hangen. Als signaal. Bernhard Bechter, die dit bevel had getekend, legt uit waarom dat in zijn ogen niet in strijd was met het oorlogsrecht. ,,Als je gelooft dat de Sovjet-Unie een gevaar is voor de Westerse beschaving, dan is dat je moraal. Als we gewonnen hadden, zou alles juist zijn geweest.''

Deze ideologische rechtvaardiging spoort, met heel veel goede wil, nog met de richtlijn van Constandse. Maar wat de komende drie donderdagen volgt, zal er haaks op staan. Waarom bijvoorbeeld beten Rode Leger en Wehrmacht zich een jaar later vast rond Stalingrad, de stad waar een van dé beslissende slagen in de Tweede Wereldoorlog zou worden geleverd? Vooral om de naam die voor beide partijen symbolische betekenis had. Stalin verwoordde dat in bevel 227: `geen stap terug'. Hij won en had dus, conform Bechter, gelijk. Vandaar dat je in Volgograd nu het wodkamerk Geen stap terug kunt drinken.

Maar dat neemt niet weg dat je in te veel macht kunt verzuipen. Doorgedraaide macht verliest vaak rationele belangen uit het oog. Hitler ervoer dat nog tijdens zijn leven. Stalin niet. Zijn volk maakt dat nu, 47 jaar na zijn dood, pas mee.