Peperkoek & dynamiet

Annika Bengtzon is chef misdaadverslaggeving bij een krant in Stockholm. Ze heeft twee kinderen en een man. Haar man is bedreven in het koken van elandstoofschotel, zelf maakt ze instant aardappelpuree. Want het leven van een vrouw aan de top is gecompliceerd. Alle perikelen die een geëmancipeerde, werkende moeder zoal kan hebben komen in Springstof, de eerste thriller van de Zweedse Liza Marklund, aan de orde: beledigde mannen die zelf chef hadden willen worden, schuldgevoelens over te laat arriveren bij de crèche en werken in het weekend, ruzie met de geëmancipeerde maar toch tekortgedane echtgenoot.

En er is meer. Behalve die dagelijkse hindernissen biedt Marklund ook nog een mooi opgebouwde thriller rond een explosie in het Olympisch stadion. Daarbij komt de voorzitster van het Zweeds Olympisch Comité om het leven. Als bij een volgende explosie in een ander stadion weer iemand omkomt, ziet Bengtzon een verband, dat niets met anti-Olympisch-terrorisme te maken heeft. Ze gaat graven in de verledens van de slachtoffers en verslaat haar ontdekkingen in haar avondkrant. Dat die persoonlijke geschiedenissen uiteindelijk niet tot de ontknoping leiden, doet niets af aan hun belang voor het verhaal.

Springstof is een trage thriller die uitgebreid de tijd neemt om zijpaden te bewandelen. Als Marklund Bengtzons geworstel beschrijft, is dat in een stijl die de frivool-klagelijke toon van de damesbladen overstijgt. Ze registreert op zakelijke manier de mechanismen en machtsspelletjes op de werkvloer en in de huiskamer, zonder Bengtzons neuroses te sparen. De vrouwen in haar verhaal lijden allen onder mannelijke overheersing: Christina Furhage, de vermoorde voorzitster, werd benijd om haar hoge ambt en Beata Ekesjö, verdachte, werd als vrouwelijke architect niet serieus genomen.

Dat de technieken en mores van de journalist hier levensecht overkomen, zal iets te maken hebben met de achtergrond van de schrijfster. Liza Marklund (1963) was zelf chef nieuwsdienst en hoofdredacteur van verschillende Zweedse kranten. Zo weet ze dat journalisten de politiemobilofoon in de gaten houden, en vaak werken met tipgevers bij de politie. Annika Bengtzon bekommert zich ook om de morele kant van de zaak. Als haar collega's een verhaal willen publiceren over Furhage's lesbische liefdesleven houdt ze dat tegen, omdat ze `niets openbaar gaat maken dat Furhage bij leven geheim hield'.

Springstof speelt tegen de achtergrond van naderend Kerstmis, en dat betekent dat er in Zweden volop peperkoekjes worden gebakken. Zo is er een mooi contrast tussen de knusse huiselijke omgeving van kerstinkopen en kerstfilms, en de in allerlei opzichten ijskoude werkelijkheid daarbuiten: van slachtoffers met staven dynamiet op hun rug gebonden, en krantenfoto's van rechercheurs die de resten met een pincet bij elkaar moeten zoeken.

Annika Bengtzons leven laveert tussen die twee uitersten. Aan het eind van het boek lijkt dat leven even heel weinig waard. Maar dankzij een slimme truc wordt het gevaar bezworen. Het is te hopen dat Liza Marklund Bengtzons beproevingen verder gaat uitwerken. Ze heeft alles in zich van een heldin voor de toekomst.

Liza Marklund: Springstof. Uit het Zweeds vertaald door Ina Sassen. De Geus, 416 blz. ƒ49,90 (geb.)