Ook kantoren slijten tot stof

,,Ooit was er een begin, toen zat er nog niets in het geheugen. Dat was dus eigenlijk nog geen denken.'' Marjoleine de Vos spreekt deze zomer met dichters over hun werk. Deze week: Martin Reints.

Martin Reints (1950) is een spaarzame dichter. Zijn eerste bundel verscheen in 1981, de tweede in 1992 en dit jaar kwam hij met Tussen de gebeurtenissen. Zijn gedichten maken ook niet de indruk van iemand die haast heeft, of iemand die voortdurend moet reageren op indrukken. Hij zoekt iets onder woorden te brengen dat alleen maar door hardnekkige aandacht betrapt kan worden en dan nog maar nauwelijks. Dat maakt zijn gedichten niet zwaar. Ze zijn vaak juist opgewekt. Net als de dichter.

Als je naar dit gedicht kijkt zie je een heel grillige vorm. De ene regel is veel langer dan de andere. Hoe bepaalt u de lengte van een versregel?

,,Ik heb daarvoor een volgens mij heel eenvoudig systeem: als een zin in zijn geheel op een regel kan dan doe ik dat, anders breek ik hem na een zinsdeel af. Ik vind de zin de natuurlijke eenheid van het gedicht. Soms breek ik juist vlak voor of na het zinsdeel af. Als je het precies na een zinsdeel doet, geeft dat kalmte, onderbreek je de natuurlijke ademhaling, dan krijg je een ander tempo.''

Wanneer past een zin op een regel?

,,Dat doe ik een beetje op het gevoel. Op een gegeven moment is de regel vol, dan overschrijdt hij de `normale' breedte van het gedicht, hoe variabel die ook is.''

In de eerste strofe schrijft u over het aanwezige in zijn `dagelijksheid'. Is dat hetzelfde als `alledaagsheid'?

,,Alledaagsheid betekent ongeveer `gewoonheid'. Dat aspect van gewoonheid wil ik er wel in hebben, maar in `alledaags' hoor je minder het woord `dag' doorklinken doordat het een afgesleten woord is. `Dagelijksheid' heeft duidelijker met tijd te maken.''

Het woord `vertoeven' heeft een tijdelijk aspect, hoewel de dingen daar alle dagen zijn.

,,Maar het is geen blijvende toestand, want het aanwezige is tijdelijk. Het is er net als wij maar een poosje. Dat is mooi van vertoeven, dat het eigenlijk `tijdelijk blijven' betekent, er zit iets paradoxaals in het woord zelf.''

`Stap voor stap' klinkt heel letterlijk. Wordt er mee bedoeld: geleidelijk, langzamerhand?

,,Ik vind eigenlijk dat alles wat gebeurt in stappen gaat, in schokjes. Ik geloof niet zo in geleidelijke ontwikkelijkingen. Als ik naar de dingen kijk dan ervaar ik een soort ritme in de gebeurtenissen. Alles wat verandert, verandert stap voor stap.''

Hoe laat iemand het geheugen in de steek?

,,Normaal zeg je dat het geheugen jou in de steek laat, maar je kunt ook zeggen dat jij het geheugen in de steek laat. Dat vind ik preciezer aangeven wat het geval is. Het is toch raar om te zeggen: het geheugen laat mij in de steek. Alsof jou iets overkomt omdat het geheugen ineens op eigen initiatief vertrekt. Geheugen is een lastig begrip, omdat we niet precies weten wat het is. Het kan er nog wel zijn, ook al heeft het jou, of jij het, in de steek gelaten. Misschien kun je er alleen maar niet meer bij.''

Uit de volgende regel blijkt dat het geheugen gelijk is aan jezelf.

,,Dat is het krankzinnige: wat je zelf bent, dat is ook dat geheugen. Die twee zijn zo nauw met elkaar verbonden, het geheugen en de identiteit. Het geheugen verandert van seconde tot seconde en dat doe jij zelf ook. Dat is het lastige met dit soort woorden, die suggereren dat er iets vastligt.''

Dit gedicht staat helemaal in de onbepaalde wijs. Wilt u daarmee een gebod suggereren: `doe het zo', of een veronderstelling, of nog iets anders?

,,De bedoeling is: je kunt je voorstellen dat het zo gaat. Als iemand op een proefwerk zou vragen: `wat is de hoofdgedachte van deze tekst?' dan is dat `het geheugen in de steek laten'. Door deze grammaticale vorm krijg je een grote vrijheid in hoe je daarover moet denken. Je kunt denken `dat is een mooi vooruitzicht' maar ook `dat is een vreselijke gebeurtenis'. Die vrijheid vind ik prettig.''

Het gedicht wordt ook abstracter doordat er geen onderwerp, geen ik of hij of je, in staat.

,,Ja het is een beetje abstract. Maar ik denk dat als een lezer dit echt leest, dat hij dan zelf ook subject is van die tekst. Dan kun je er wel een ik of een hij inzetten en hopen dat de lezer zich daarmee identificeert, maar ik vind het ook leuk om dat niet te doen. Het is trouwens ook heel moeilijk om zoiets als dit in de ik-vorm te doen.''

Waarom zijn deze twee regels samen een strofe?

,,Omdat de bijzin die hierna komt lang is en een nadere uitleg is van `die daar aan het slijten zijn'. Die regel wit geeft een vertraging. Dan volgt een preciezere uitwerking, daardoor krijgt de tekst op deze plek het karakter van hardop denken. Iets dergelijks gebeurt bij de volgende strofe ook weer, de `wolken stof' worden uitgewerkt tot `warm woestijnzand'. Er komt daardoor in de tekst een soort traagheid en een soort vasthoudendheid. Hoewel er herneming is, zit er ook ontwikkeling in, die daardoor stap voor stap gaat. Je zou kunnen zeggen dat de strofe-indeling die stapsgewijze ontwikkeling weerspiegelt.''

U schrijft dat de dingen `met' hun slijtage de dagelijksheid laten bestaan. Niet `door' hun slijtage.

,,De dingen vertoeven in de dagelijksheid en doordat ze daar vertoeven bestaat de dagelijksheid. Omdat de dingen nu eenmaal slijten, bestaat de dagelijksheid ook uit slijtage. Het is een soort vereenzelviging van die twee dingen. `Door' benadrukt een oorzakelijk verband en ik wil alleen maar zeggen dat het verband er ís.''

U heeft het over een ritme en dat dat vreemd is.

,,Ik denk zoals gezegd dat alles in stappen gaat, maar dat is slecht waarneembaar. Daarom noem ik het `vreemd'. In het woord `vreemd' zit `raar, opmerkelijk' maar ook `eigenzinnig, met autonomie'. Wat ik hier zeg is dat het ritme merkwaardig is, maar ook dat het zijn eigen bestaan heeft. Alles slijt, maar dat ritme, dat is wat bestaat.''

En dan laat u ineens hele kantoren slijten.

,,Als je eenmaal zo ver bent met al die abstracties – `dingen' en `geheugen' dan moet er een beeld komen. En die boekenkasten vol boeken, die ook iets met archieven van doen hebben, zullen wel tot de associatie kantoor en kantoormeubelen hebben geleid.''

En die wolken stof leidden weer tot warm woestijnzand?

,,Ja. Bij wolken stof denk ik meteen aan woestijn, en al die w's, dat leest lekker voor. Als ik iets opschrijf wil ik ook altijd dat het goed klinkt. Als je zou schrijven: ze veranderen `in wolken stof, in woestijnzand' dan ontbreekt daar iets, de muzikaliteit vraagt om iets daartussen. De keuze is dit keer gevallen op `warm'. En dan krijg je natuurlijk luchtspiegelingen. Het is een voorstelling van hoe de hele wereld verandert in wolken stof die trillen in de warmte zo traag als het gedicht enerzijds is, zo woest is het anderzijds.''

U maakt hier flinke stappen, van kantoren naar woestijnen, naar rivieren, naar nieuwbouwwijken.

,,Die stappen worden ook echt gezet. Nieuwbouwwijken worden gemaakt van stof, van materiaal dat al eerder dienst heeft gedaan, van klei die is neergeslagen op de rivierbodem. De wereld bestaat uit woestijnen en rivieren, maar ook uit kantoren en nieuwbouwwijken. Het een is verbonden met het ander.''

U verenigt in de volgende regel twee onverenigbare dingen, noodzaak en toeval, met het woordje `en'.

,,Ik betwijfel het belang van het onderscheid. Ik denk dat in toeval ook een patroon zit. Het is ook baldadigheid of plezier om dingen te zeggen die niet kunnen. In het denken zijn het gescheiden dingen, maar in mijn normale dagelijkse bestaan vraag ik me niet af of iets noodzakelijk of toevallig is.''

Wat is `het begin van het denken'?

,,Denken is een omspringen met het geheugen, en tegelijkertijd moet het geheugen gevuld worden door het denken. Het denken en het geheugen zijn afhankelijk van elkaar. Er is een begin geweest, toen er nog niets in het geheugen zat. Dan kan je zeggen: dat was dus eigenlijk nog geen denken.''

Het is, om het banaal te zeggen, een kip en ei-kwestie?

,,Ja dat klinkt wel heel banaal, maar dat is eigenlijk wel zo. De hele tekst komt voort uit mijn gepieker over geheugen, denken en verloop van tijd. Dat zijn drie dingen die niet zonder elkaar bestaan. Het in de steek laten van je geheugen kan op verschillende manieren gebeuren: als je oud bent dan zie je sommige oude mensen ook letterlijk terugkeren naar het begin maar ook bijvoorbeeld als je in slaap valt, als je stopt met denken. Je kunt dit gedicht zien als een beschrijving van de tijdelijkheid van het leven, maar ook van wat er gebeurt als je in slaap valt.''

`Denken is een omspringen met het geheugen'